Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met excuses aan Janmaat

Home

Yoram Stein

De omstreden politicus Hans Janmaat overleed vorig jaar juni, een maand na Pim Fortuyn. Maar terwijl de laatste na zijn dood in steeds bredere kring waardering oogst, heeft de eerste zijn slechte naam behouden. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat Janmaat terecht veroordeeld is wegens het aanzetten tot haat. Onzin, vindt Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Janmaat zei gewoon de dingen die nu iedereen vindt.”

Sinds de opkomst van Fortuyn vindt bijna iedereen dat je het openlijk mag zeggen: Nederland is 'vol', de multiculturele samenleving is een 'drama', allochtonen zijn vaak of veel te vaak 'crimineel', en de islam is 'achterlijk'. Stuk voor stuk standpunten waar Janmaat eindeloos voor verketterd is, zegt politicoloog Meindert Fennema. ,,Alleen Fortuyn heeft een keer gezegd dat Janmaat niet op álle punten ongelijk had. Alle anderen die zijn standpunten hebben overgenomen, zijn doodsbang om met hem in verband te worden gebracht.”

Janmaat was echt een 'cultuurman', zegt Fennema. ,,Hij had er misschien niet zo lang over nagedacht als Paul Scheffer, maar het kwam er wel op neer dat hij vond dat we het hier goed voor elkaar hadden, dat we in vrede met elkaar leefden, dat we een goede welvaartsstaat hadden, en dat dat allemaal bedreigd werd door die ongebreidelde immigratie.”

Fennema: ,,Hij is zich ook in toenemende mate tegen de islamieten gaan keren. In het begin met de Volks Unie was het nog: 'Houd Den Haag schoon en blank!' Daarna richtten de campagnes van de CD zich steeds meer op Marokkanen en Turken. Die Surinamers waren niet zo gevaarlijk, vond Janmaat, hooguit een beetje lui. Maar die moslims: die vormden écht een vijfde colonne.”

Volgens een recente uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden -gedaan op 6 mei, exact een jaar na de moord op Fortuyn- is Janmaat in 1997 terecht veroordeeld wegens het aanzetten tot rassendiscriminatie. De voormalige voorzitter van de CD had namelijk gezegd: 'Wij schaffen, zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af.' De Hoge Raad handhaafde de uitleg van het gerechtshof Arnhem: Janmaat zou hiermee een oproep hebben gedaan om de Nederlandse samenleving etnisch te zuiveren. Maar Fennema is het niet met deze uitspraak eens. ,,Dat bedoelde hij natuurlijk niet. Wat hij bedoelde, was dat de subsidies moesten worden afgeschaft aan al die etnische organisaties, dat het onderwijs in eigen taal en cultuur moest worden stopgezet, dat al die tolken overbodig waren. Hij bedoelde er met andere woorden precies al die dingen mee die nu gebeuren.”

Fennema vindt sowieso dat je in een democratie best iets hatelijks over anderen mag zeggen. 'Foute meningen' worden volgens hem veel te makkelijk in de ban gedaan. Daarom pleit hij voor het schrappen van het haatzaaiartikel 137d uit het wetboek van strafrecht. Op basis van dit artikel werd niet alleen Janmaat veroordeeld. Hetzelfde artikel vormt ook de basis voor de aanklacht van Spong en Hammerstein tegen een aantal politici en journalisten die zouden hebben aangezet tot haat tegen Pim Fortuyn.

Fennema is niet bang dat het schrappen van dit verbod op fascistische, racistische of haatzaaiende uitingen tot het einde van de democratie zal leiden: ,,Door het politiek correcte denken is ondergesneeuwd dat Hitler nooit een meerderheid van de stemmen heeft gehaald. Men heeft gedaan alsof Hitler zonder geweld en op legale wijze aan de macht heeft kunnen komen -alsof alleen de ideeën al zo gevaarlijk waren- maar zo is het natuurlijk niet gegaan.”

Maar zelfs als je het haatzaaiartikel hanteert, had Janmaat voor het zeggen van zoiets nooit veroordeeld mogen worden, vindt Fennema. Toch kan de uitspraak van de Hoge Raad hem niet verbazen. ,,Het is heel moeilijk om een proces te herzien”, zegt hij. ,,Rechters zijn net zoals journalisten: heel kritisch, maar niet op hun eigen professie. Dat zag je al bij de Dreyfus-affaire. Toen het al volkomen duidelijk was dat Dreyfus ten onrechte veroordeeld was -dus niet omdat hij landverrader was, maar puur en alleen omdat hij Jood was- hield de Franse rechtspraak nog steeds vol dat die veroordeling terecht was. Voor een deel was dat antisemitisme, maar het was ook omdat rechters er niet van houden om elkaar af te vallen.”

Vele jaren heeft in Nederland ,,een klimaat van politiek correcte vervolging gehangen”, zegt Fennema. Alles wat naar rechts zweemde, was fout. Links, zelfs al was het nog zo onverdraagzaam en gewelddadig, was daarentegen prima. Volgens de politicoloog had dit alles met de Tweede Wereldoorlog te maken. Omdat de communisten 'goed' waren geweest in WO II, zei niemand iets over het feit dat extreem-links qua onverdraagzaamheid weinig voor extreem-rechts onderdoet. Het gevolg van dit politieke klimaat was dat er naar Janmaat werd gekeken alsof hij ,,de duivel in eigen persoon was. Mensen hadden paniek in hun ogen als hij ergens binnen kwam, ze weigerden hem een hand te geven, bijna niemand wilde met hem praten.”

Dit politiek correcte denken had ook gewelddaden ten gevolg, zegt Fennema. Een duidelijk voorbeeld daarvan vindt hij de aanslag die op Janmaat werd gepleegd door zogenaamde antifascisten. Wil Schuurman, de partner en secretaresse van Janmaat, verloor daarbij een been. De VVD-fractie zou daar volgens haar nog hartelijk om hebben gelachen. Ook zou Schuurman nooit een bloemetje van de collega-kamerleden hebben ontvangen, wat volgens Fennema toch normaal was geweest. Helemaal vreemd vindt hij het dat het zelfs onmogelijk bleek om Janmaat een andere kamer te geven dan de zolderkamer op het Binnenhof die niet per lift bereikbaar was. Schuurman moest elke dag door twee man omhooggetild worden.

Op deze zolderkamer interviewde Fennema Janmaat in de jaren negentig, omdat hij bezig was met een boek over racistische partijen. ,,Die Wil Schuurman vond dat ik zulke leuke vragen stelde. Dat was ze in het geheel niet gewend. Ze hadden nog nooit een journalist op bezoek gehad die geïnteresseerd was in wat Janmaat zei. De journalisten waren altijd alleen maar geïnteresseerd geweest in wat ze er zelf van vonden. Janmaat en Schuurman waren zo enthousiast dat ze mij uitnodigden om te gaan lunchen. Maar ik dacht: 'Wat als ik nu zometeen in het restaurant van de Tweede Kamer bij het echtpaar Janmaat aan tafel zit? Dan kan ik mijn wetenschappelijke carrière wel op mijn buik schrijven.' Dus toen heb ik snel een smoes verzonnen dat ik geen tijd had. Tja, eigenlijk enorm laf.”

Fennema kende Janmaat al uit de jaren zeventig toen zij beiden politicologie studeerden aan de 'Rode Faculteit' in Amsterdam. Janmaat was toen een opvallende verschijning, zegt hij, al was het alleen maar omdat hij niet links was, maar lid van de KVP. ,,Hij hield er ook toen al impopulaire opvattingen over immigratie op na.”

Janmaat wilde graag de politiek in. Hij had ambities, maar bij de KVP zagen ze niet meteen een nieuwe premier in hem, en bij DS'70 haalde hij ook al bakzeil. Daarom ging hij maar met fascisten en criminelen in zee, aldus Fennema. ,,Ik heb hem wel eens gevraagd: 'Hans, waarom zet je toch altijd mensen op de lijst met een strafblad?' En dan zei hij: 'Anderen kun je niet vinden. Want mensen met onbesproken gedrag willen graag onbesproken blijven'. Hij had toen al sterk het idee dat de democratie er niet voor hem was. Zo probeerde hij zijn omgang met al die dubieuze figuren goed te praten.”

Mocht zijn eigen partij vol zitten met halve criminelen, de PvdA was volgens Janmaat een partij van 'zielenpieten', vertelt Fennema. ,,Hij had een soort politieke theorie ontwikkeld die erop neerkomt dat de partij die in de samenleving voor zielenpieten opkomt almaar nieuwe zielenpieten moet importeren om kiezers te behouden. Dat ook het CDA zo lang voorstander van immigratie is geweest, kwam volgens hem door iets anders. Dat was de schuld van de Amerikanen, zei hij. Die zaten met dat negerprobleem, dáárom moesten wij de grenzen openen. Als de Amerikanen er niet voor gezorgd hadden dat wij ook onze portie narigheid binnengekregen hadden, dan hadden wij ze volgens hem al lang overvleugeld.”

Janmaat was nogal paranoïde, vertelt Fennema. ,,Op het einde van zijn politieke carrière beweerde hij dat het elektronische stemmen is ingevoerd om de CD buiten het parlement te houden. Ze zouden de teller op nul gezet hebben op het moment dat de CD de kiesdrempel dreigde te bereiken. Hij leefde volkomen in de ban van het idee dat iedereen tegen hem was.”

Janmaat had zeker racistische denkbeelden, vindt Fennema. ,,Maar voor het klimaat dat tegen hem geschapen is, houd ik een meerderheid van de leden van de Tweede Kamer verantwoordelijk. Ik vind dan ook dat zij alsnog hun excuses aan Wil Schuurman zouden moeten aanbieden.”

Deel dit artikel