Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met een goed geweten winkelen dankzij een fair-predikaat op website.

Home

door Jeroen den Blijker

Verrassing in het winkelwagentje. Rij je gewoonlijk met een grote boog om de tonijnsalade heen – tonijn wordt immers zwaar overbevist –, blijkt de tonijnsalade van Abee en Weightwatchers opeens wél te deugen.

Want beide merken scoren ’fair’ op de lijst van 1200 levensmiddelen van Fairfood, een jonge en ambitieuze campagneorganisatie die de consument wil mobiliseren in de strijd tegen de honger in de wereld. „Natuurlijk is overbevissing een ramp”, zegt Eelco Fortuijn (36), directeur van Fairfood. „Maar het zijn bedrijven die hun nek uitsteken, die maatregelen nemen tegen overbevissing en zo proberen hun product duurzamer te maken. Deze bedrijven stellen de norm. En dat willen we belonen: hun product is dus ’fair’.” De tonijnsalade is dus niet brandschoon, maar wel beter dan de tonijnsalade van Albert Heijn, Hema, Johma, of Linera.

Want dat is de aanpak van Fairfood: producenten die het meeste werk maken van verduurzaming, scoren ’fair’. Producenten die daar een potje van maken, onvoldoende garanderen dat ze beter gaan werken, belanden op het kneuzenbankje: hun product krijgt het predicaat ’unfair’. Net zoals bedrijven die openheid van zaken weigeren.

,,We hebben voor onze lijst 1200 productgroepen in de supermarkt geselecteerd en vervolgens de 165 producenten daarvan een vragenlijst met 28 vragen toegezonden: de antwoorden zijn vervolgens vergeleken.” De vragenlijst grijpt terug op allerlei belangrijke internationale verdragen die de positie van werknemers en producenten regelen, zoals het ILO-verdrag (werknemers), de OECD-richtlijnen voor multinationals of de VN-afspraken tegen corruptie.

Zo moeten producenten bijvoorbeeld kunnen garanderen dat werknemers in hun productieketen voldoende verdienen om te voorzien in basale behoeften als voeding, kleding en huisvesting (ILO-verdrag). En dat (grondstof)producenten – lees: vaak kleine boeren in arme landen – wel een eerlijke prijs krijgen en worden gevrijwaard van uitbuiting (VN-verdrag).

Het doel van de lijst is, legt Fortuijn uit, de consument te organiseren voor een betere wereld. ,,We willen de Nederlandse burger betrekken bij de oplossing van het wereldvoedselprobleem. Iedere dag sterven 28.000 mensen door ondervoeding. Dat heeft veel te maken met hoe de voedselproductie is georganiseerd en hoe de handel functioneert. Het een grote race naar beneden. Terwijl we eigenlijk willen dat het een race omhoog wordt.”

Fortuijn weet waarover hij praat. Als student economie reisde hij al naar landen die veel grondstoffen leveren aan onze industrie. Bolivia, Mali, Ghana, Tanzania, Mozambique. En zag daar de dagelijkse praktijk van de agrobusiness, waarbij de kleine producent vrijwel altijd het onderspit delft. ,,Ik zag bijvoorbeeld in Ghana hoe een transporteur twee dagen lang zijn vrachtwagen parkeerde bij mangoplantage. De boeren schoten in de stress, zo bang waren ze dat hun waar zou bederven. En uiteindelijk gingen de mango’s onder de prijs weg.”

En hij leerde veel over honger. ,,Honger verplettert alles. Ik werkte als vrijwilliger in een vluchtelingenkamp in Ethiopië. De directeur daarvan had jarenlang gevangen gezeten; hij kon ieder moment geëxecuteerd worden. Maar wat hem van die afschuwelijke jaren vooral bijbleef, was de honger in de gevangenis.” En als oprichter van Happietaria – een vrijwilligersorganisatie die een paar keer per jaar geld inzamelt door diners te verzorgen in tijdelijke restaurants – was hij een veelgevraagd spreker in studentenkring. ,,Dan kreeg je al snel de vraag: wat ga jij daaraan doen?”

De vraag liet hem niet meer los: zijn achtergrond als bedrijfseconoom – later consultant – bood hem bovendien een prima entree tot maatschappelijke organisaties. Hij raadpleegde vooraanstaande deskundigen en kwam uiteindelijk bij de ASN-bank terecht. „De aanpak van Ewoud Goudswaard, directeur van de ASN-bank, bleek de oplossing te zijn. Goudswaard was een beleggingsfonds voor de farmacie gestart, een omstreden sector. Maar Goudswaard wilde juist bedrijven gaan steunen die relatief goed scoorden. Om zo het niveau van de hele sector op te krikken. Dat idee heb ik dus voor een volle honderd procent gekopieerd, naar de voedingsindustrie.”

Fairfood startte in 2000, met steun van vooraanstaande maatschappelijke organisaties als ICCO en NCDO. De organisatie telt nu twintig medewerkers en heeft grote ambities. ,,We willen het liefst alle producten in de supermarkt in kaart gaan brengen; zo’n twintigduizend producten. Dat is nu ook mogelijk, dankzij een meerjarige steun van ICCO: over een jaar of drie is het zover.”

Maar hoe zeker is Fortuijn van zijn lijst? „Natuurlijk kunnen bedrijven liegen. Maar op onze researchafdeling is veel kennis aanwezig, vooral via locale maatschappelijke organisaties. Bedrijven kunnen bovendien een quickscan, deepscan of steekproef verwachten. Daarvoor hebben we aparte fondsen en kunnen we gerenommeerde bedrijven als KPMG of SOMO inschakelen.”

,,Maar deze week is Linera Tonijnsalade bij een scan nog door de mand gezakt. De informatie bleek niet te kloppen. Linera Tonijnsalade is nu dus ’Unfair’.”

Info: www.Fairfood.org

Deel dit artikel