Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met de textiel verloor Tilburg ook de baronnen

Home

IRMA MORTEL

Met AaBe verdwijnt een van de laatste Tilburgse textielfabrieken. De oude textielbaronnen en hun nazaten zitten inmiddels in het antiek, handelen in failliete fabrieksinventarissen of zijn voor de fiscus naar België gevlucht.

Een van de voormalig directeuren, L. Swagemakers van de kamgarenspinnerij aan de Hoogvensestraat, kan zich de liquidatie van 1973 nog levendig herinneren. “Ik zag de bui al ruim van tevoren hangen. Toch hebben we tot het eind voor ons bedrijf gevochten. Ja, hoe later je je familiebedrijf liquideerde, hoe slechter je af was”, vertelt de 75-jarige oud-directeur. Op 55-jarige leeftijd stond hij op straat.

Inmiddels is hij alweer twintig jaar taxateur van antiek. “Een prachtig vak.” Zijn kantoor is gevestigd aan huis, op de door villa's omzoomde Bosscheweg. “Het was mijn geluk dat ik me van jongs af aan buitengewoon interesseerde voor antiek en daardoor een reserveberoepje achter de hand had.” Lachend vervolgt Swagemakers: “Voor dit beroep had ik zelfs mijn leeftijd mee. In antiquaire kringen zitten ze niet te springen om een broekie dat even de waarde van hun inboedel gaat schatten.”

Over zijn broer vertelt hij: “Die is na het faillissement op zijn vijfenveertigste wiskunde gaan studeren en begon als jongste bediende bij een grote bank. Nu werkt hij op de computerafdeling van diezelfde bank. Tja, het kan allemaal raar lopen.”

Scheikundig ingenieur E. Janssens was voormalig directeur van wollenstoffenfabriek Janssens de horion's en later adjunct-directeur van Sigmacon. Dat door de overheid gesubsidieerde bedrijf werd in 1974 opgericht om een aantal bedrijven te redden. Belangrijkste onderdeel was het vorige week failliet verklaarde AaBe.

Ondanks de overheidssteun mislukte Sigmacon. Daarna werd Janssens tot zijn pensioen in 1987 directeur van het regionaal werkgelegenheidsinstituut Indutil aan het Reitseplein. Hij zorgde ervoor dat onder meer het Japanse Fuji zich in Tilburg vestigde.

De overgebleven textielfabrieken hielden het erg moeilijk. Een van de laatste grote fabrieken die zijn poorten sloot, was George Droge textiel. In 1980 werden de gebouwen en terreinen verkocht aan de gemeente Tilburg. Een deel van het voormalig complex maakte plaats voor woningbouw, de voormalige weverij en kantine werden verbouwd tot Tilburgse Dans- en muziekschool. Het Nederlands Textielmuseum is sinds 1986 gevestigd in het magazijn.

Hoewel de meeste fabrikantenfamilies zich wel drie keer bedachten voordat ze zich opnieuw in de textiel stortten, begon zoon R. Droge in 1980 met een aantal medewerkers uit de oude fabriek de breierij Innofa op het industrieterrein Kraaiven.

Het aantal werknemers groeide van zes in 1980 naar 25 in 1995. “Nee, wij zijn uiteindelijk niet van het pad afgeweken”, lacht de 34-jarige kleinzoon Job Droge. Samen met zijn broer Rogier is hij vanaf 1992 eigenaar van Innofa. “We hebben vroeger altijd van de textiel gegeten, maar er nooit iets van geleerd. Toen ik terugkwam van een opleiding in het buitenland, besloot ik pa te helpen met zijn nieuwe bedrijf. Eigenlijk moest ik alles van begin af aan leren.” Innofa maakt onder meer stretch bekledingsstoffen. De klanten zijn voor 88 procent te vinden in de meubelindustrie.

De poging van voormalig directeur H. van Dooren van Van Dooren en Dams om na het faillissement van 1972 een twijnerij te beginnen, was minder geslaagd. Van Dooren zag zijn bedrijf na een krappe twintig jaar opnieuw over de kop gaan. Veel over de faillissementen wil de voormalig directeur van een van Tilburgs grootste textielfabrieken niet kwijt. Het is verleden tijd.

Wie het juist wel leuk vinden om aan het verleden herinnerd te worden, zijn de broers Jan jr. en Ben Verschuuren. Jan jr. Verschuuren is directeur van textielmachine-handelsonderneming Jan Verschuuren. Zijn broer leidt de wolafdeling C. Verschuuren Goette. Terwijl de textielbaronnen in de jaren zestig uitkeken naar een andere baan, beleefde Jan Verschuuren bv gouden tijden. De firma kocht de textielmachines op om ze vervolgens door te verkopen aan de lage-lonenlanden of aan de nog bestaande fabrieken.

Suppoost van het Nederlands Textielmuseum P. Arendse, die als arbeider verschillende faillissementen van dichtbij meemaakte, vertelt hierover: “Wanneer Jan Verschuuren binnen kwam, wist je dat het met de fabriek goed mis was.” Jan Verschuuren verkoopt nu complete fabrieksinventarissen van failliete firma's uit tachtig landen. De broers kennen de textielbaronnen nog van dichtbij.

“Het is gerust niet met iedereen goed afgelopen hoor”, vertelt B. Verschuuren. “Sommige fabrikanten staken hun laatste centen in de afvloeiingsregeling. Die van Eras, die was op een gegeven moment onze boekhouder. Daar zeiden we wel eens van: “Het wordt tijd dat hij eens nieuwe sandalen koopt.” Trots geven de broers een rondleiding door de opslag- en magazijnruimte. De honderden stille machines bij elkaar zijn het bewijs dat de Tilburgse textielindustrie tot het verleden behoort.

In de wijk 't Goirke is de herinnering aan de textielindustrie nog levend. De statige fabrikantenwoningen aan de Goirkestraat zijn nog altijd een goede indicatie voor de luxe waarin de baronnen leefden. Op nummer 87 woonde ooit de familie Enneking. Het fraaie pand wordt nu bewoond door een groep studenten, die voor vierhonderd gulden per maand maar wat blij zijn met marmer, glas-in-lood en een zee van ruimte.

En de Ennekings zelf? “Ach, de meesten zitten om belastingtechnische redenen in België”, vertelt de 79-jarige mevrouw Enneking. Zij is weduwe van de derde zoon van de oprichters van de fabriek en tevens dochter van de Tilburgse oud-burgemeester Van de Mortel. “De meesten wonen in Poppel of in Baarle-Nassau. Het is wel jammer van het contact. Ik zie ze nog maar zo weinig.”

Deel dit artikel