Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met de Moerasdraak over de Dommel

Home

Haro Hielkema

Den Bosch is op z'n mooist buiten de stad: in het Bossche Broek. Dat is niet lelijk bedoeld. Het is een prachtstad om te feesten, te genieten, te varen, te struinen. Maar nog mooier is de Brabantse hoofdstad, wanneer je haar benadert vanuit het ongerepte groen aan de zuidrand. Dat gezicht op de vesting, de huizen en daarbovenuit de glorieuze St. Jan is als een levend Panorama van Mesdag.

Van oorsprong was het Bossche Broek een moeras -het woord broek duidt daar al op. Rivieren als de Dommel en de Aa sleepten zich er doorheen, voordat zij de stad binnenkabbelden. In de winter en het voorjaar zetten zij hooi- en graslanden geregeld blank. Waar Rijkswaterstaat tegenwoordig snakt naar buffers voor overtollig regenwater, fungeerde het Bossche Broek al eeuwen geleden als overlaat van Maas, Dommel en Aa.

De inwoners profiteerden handig van die situatie. Ze bouwden dammetjes en sluizen in de rivieren, vlakten de hogere gronden nabij de stad wat af en zetten de omgeving bij de nadering van een vijandelijk leger onder water. Dat gaf de stad de bijnaam 'de onoverwinnelijke Moerasdraak'. Alleen in 1629 liep het mis, toen stadhouder Frederik Hendrik met zijn troepen voor de Spaansgezinde stad verscheen. De Oranjetelg had watermanager Jan Adriaensz. Leeghwater aan zijn zijde, de drooglegger van onder andere Beemster en Purmer. Vanuit Vught liet de prins een linie met gracht om de stad opwerpen. Aa en Dommel werden afgedamd.

Vijf maanden lang werd de vesting belegerd. De 28.000 bommen en kanonskogels die in die periode op de stad werden afgevuurd, deden de rest: Den Bosch was het Bagdad van de 17-de eeuw. Na de overgave kwam de stad onder het gezag van 'Den Haag', werden mannelijke religieuzen verbannen en mocht het katholieke geloof niet meer openlijk worden beleden.

Het Broek is ongerept gebleven. De bouwdrift die Den Bosch elders in haar klauwen had, is aan dit buitengebied voorbij gegaan en zal er ook geen vat op krijgen -voorzover de eeuwigheid zich natuurlijk iets laat gezeggen. Het gebied is een belangrijke schakel in de ecologische verbindingszone tussen het bekensysteem van Dommel en Aa en het rivierlandschap van de Maas. Flora en fauna kunnen redelijk ongestoord hun gang gaan. Het is zo dicht bij het stadsgewoel. Met enkele passen is de Bosschenaar onder de zegen van de kathedraal (en de vele terrasjes) vandaan en kuiert hij in het groene schilderij. Alsof er gratis Bossche bollen worden uitgedeeld, zo druk kan het in het weekend zijn op de dijkjes en weggetjes in het Broek.

Onoverwinnelijk is Den Bosch sinds 1629 dus niet meer, maar een moerasdraak is het gebleven. Sinds kort vaart er zelfs ook een voetveertje met die naam over de Dommel, vlakbij de Vughterbrug en de gerestaureerde vestingwallen die met kanonnen uit de tijd van de belegering zijn opgetuigd. Het pontje moet door de opvarenden worden overgetrokken, er mogen maar tien reizigers tegelijk mee en tussen zonsondergang en -opgang kan er geen gebruik van gemaakt worden. Desondanks is het een uitkomst, die de stad en haar achterland nu helemaal innig met elkaar verbinden.

Vooralsnog loopt de Lunettenroute over de vestingwallen. Dat past ook wel bij deze regionale tippel: het is allemaal krijgshistorie wat we tegenkomen. Het begint al in Vught, waar we drie lunetten tegenkomen -aarden schansen met een plattegrond in de vorm van halve maantjes (lunet komt van luna, maan). Ze zijn gegraven tussen 1844 en 1846 op last van koning Willem II, die bang was voor aanvallen vanuit België. Om het eerste lunet lopen we heen. Het tweede werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gebruikt als fusilladeplaats en ligt vlak naast Kamp Vught, in de jaren 1943 en 1944 een concentratiekamp van waar 12.000 joden naar de vernietigingskampen werden gestuurd. Het derde lunet houden we links van ons, voordat we bij het Afwateringskanaal arriveren. Deze vaart is gegraven tussen 1907 en 1911 en past ook in het systeem om overtollig water in en om Den Bosch te kunnen lozen. De route volgt lange tijd het kanaal en passeert de voormalige kazerne Fort Isabella, een van de vele forten die zijn opgeworpen om 's-Hertogenbosch te beschermen. Het laatste stukje naar de vestingstad voert grotendeels langs de Dommel.

Bij de aanlegplaats van de Moerasdraak kun je kiezen voor een wandeling over de drukke maar imposante Zuidwal of een overtochtje naar het Bossche Broek. Het laatste is wel zo rustig, maar je kunt dan helaas niet even van een lokale kroeg proeven. Hoe dan ook, het Broek is feest -behalve bij plensbuien. Het zal hier in de wintermaanden van 1629 voor de troepen van Frederik Hendrik ook geen pretje geweest zijn. Zelf zat hij prinsheerlijk en droog op Maurick, een kasteel bij Vught dat net buiten onze route valt. Vanuit Maurick kon hij de belegerde stad zien liggen; er lag toen nog geen snelweg A2 in de weg.

Nu is het een behoorlijk exclusieve horeca-gelegenheid, een stuk rustiger dan toen Frederik Hendrik er zat. Het verhaal gaat dat de 'stedendwinger' een keer zat te dineren, toen er ineens een kanonskogel naast zijn bord neerplofte. Zonde van al het eten, dat kon worden weggegooid. Er waren alleen nog wat pannenkoeken over. De woedende prins stuurde een bode naar de belegerde stadscommandant om zijn beklag te doen. Die putte zich uit in alle mogelijke excuses voor wat zijn tegenstander was aangedaan. Om Frederik Hendrik gunstig te stemmen gaf de stadscommandant een copieuze maaltijd mee aan de boodschapper, de voorloper van de pizza-koerier.

Deel dit artikel