Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met de dood voor ogen

Home

SOFIE MESSEMAN

Henning Mankell over beslissende momenten in zijn leven en wat hem verder bezighoudt

De paniek sloeg bij hem in alle hevigheid toe, toen de Zweedse schrijver Henning Mankell op 8 januari 2014 de diagnose longkanker kreeg. Tien dagen lang voelde hij zich totaal overrompeld. Toch slaagde hij erin zijn angsten min of meer te temmen. Meer nog, hij schreef er een boek over: 'Drijfzand'.

Merkwaardig genoeg katapulteerde de ziekte hem terug naar zijn kindertijd, naar beelden van klasgenootjes die door het ijs waren gezakt en naar zijn eigen angst voor wakken in het ijs. Ook 'verdwijnen in het drijfzand', iets waarover hij op negenjarige leeftijd een jongensboek had gelezen, boezemde hem een ontzaglijke angst in. Ondertussen weet hij nu wel dat drijfzand een mens niet naar beneden 'zuigt', maar toch heeft hij het beeld behouden als titel voor zijn boek, omdat het zo treffend weergeeft wat iemand doormaakt die de diagnose kanker krijgt.

Zo iemand gaat onvermijdelijk terugblikken op zijn eigen leven, en dat is ook wat Mankell doet. In korte, anekdotische hoofdstukjes, die elke chronologie missen en zeker geen 'totaalbeeld' van zijn leven en werk bieden, toont de schrijver een paar momenten die ertoe hebben gedaan in zijn leven. Ook beschrijft hij gedetailleerd de tsunami aan gevoelens die opkomen bij iemand die wordt getroffen door een dodelijke ziekte.

Uit het boek komt de schrijver naar voren als een grote avonturier - op zijn zeventiende besloot hij de school vaarwel te zeggen en schrijver te worden; op zijn twintigste leefde hij een half jaar in Parijs; op volwassen leeftijd woonde hij afwisselend in Maputo (Mozambique) en Gotenburg. Koppig is hij ook, hij voert uit wat hij zich heeft voorgenomen, of het nu gaat om theaterstukken regisseren of boeken schrijven. Zijn creatieve productie is enorm. Naast tien misdaadromans met Wallander in de hoofdrol, schreef hij minstens evenveel 'gewone' romans - veelal met maatschappijkritische inslag - en nog eens zoveel kinderboeken. Ook was hij jarenlang theaterdirecteur in Zweden en stichtte hij een theater in Maputo, waar hij jaarlijks twee stukken op de bühne bracht.

Die dingen worden in 'Drijfzand' niet nadrukkelijk opgesomd, de schrijver verwijst er enkel naar als hij dat zelf relevant vindt. Wallander komt slechts een keer ter sprake, en dan nog alleen zijdelings.

Over zijn kinderen en vrouwen - Mankell huwde drie keer - hult de schrijver zich in stilzwijgen. Hij is altijd erg gereserveerd geweest over zijn privéleven en dat is zijn goed recht. 'Drijfzand' is dan ook geen autobiografie, maar eerder een emotioneel testament van iemand die beseft dat de dood naderbij komt.

In de loop van zijn leven ontsnapte de schrijver een paar keer ternauwernood aan de dood. Die herinneringen wellen nu spontaan op. In een boot in Afrika had hij ooit motorpech en dreigde hij midden in een agressieve nijlpaardenkolonie te belanden. Stom toeval deed de motor op het laatste nippertje toch aanslaan. In 1986 kreeg hij in een buitenwijk van Lusaka een pistool tegen zijn hoofd van iemand die zijn 4x4 wou stelen. Maar hij werd gewoon uit de auto gegooid en niet doodgeschoten zoals zo vaak gebeurt. En toen hij 36 jaar oud was, viel hij achter het stuur in slaap en werd maar op het nippertje gered door het getoeter van de tegemoetkomende vrachtwagen.

Ontroering was er ook. Zo vertelt hij over een vrouw in een kerk in Wenen die dermate bedroefd was dat ze hem is bijgebleven als een 'icoon van het lijden'. Ze staat in schril contrast met het meisje van twintig dat in een vluchtelingenkamp door louter toeval haar ouders terugvond: een icoon van uitbundige vreugde.

De schrijver is doodsbang voor de dood, niet zozeer voor het sterven zelf, maar voor 'de ontstellende gedachte dat er een moment komt waarop je niet meer zult meemaken wat er de volgende dag, en de dag erna gebeurt'. Of: de angst 'dat ik zo eindeloos lang dood zal zijn'. Elders schrijft hij: "In wezen is ons bestaan een tragedie. Ons hele leven lang streven we ernaar vaardigheden en kennis te verwerven en nieuwe ervaringen op te doen. Maar uiteindelijk zal dat allemaal in het niets verdwijnen."

Hoewel Mankell diep ingaat op zijn eigen doodsangst en paniek, mondt dat niet uit in narcisme. In tal van hoofdstukken koppelt hij zijn eigen leven en dood aan het perspectief dat sterven 'van alle tijden' is.

Zo brengt hij een familieportret uit 1770 van dominee Gustaf Fredrik Hjortberg onder de aandacht. "Het aangrijpende en vreemde, en misschien ook wel angstaanjagende aan het schilderij, is dat er niet alleen de gezinsleden op staan afgebeeld die nog leefden toen de schilder zijn werk begon. Hij heeft ook de kinderen geschilderd die op dat moment al dood waren." De tegenzin waarmee deze kinderen van het toneel verdwijnen, treft hem diep.

De schrijver maakt nog meer openingen naar het verre verleden, een tijdsperspectief dat enorm relativerend werkt. Zo heeft hij zijn boek opgedragen aan bakker Terentius Neo en zijn vrouw, die te zien zijn op een fresco in hun huis in Pompeï: "Twee mensen midden in hun leven. Toen de vulkaan uitbarstte, hadden ze vermoedelijk nauwelijks de tijd te beseffen wat hun overkwam. Ze stierven ter plekke, in de kracht van hun leven, bedolven door as en gloeiend hete lava."

Verder heeft de schrijver het nog over het einde van beschavingen, waarvan pakweg het Paaseiland en het oude tempelcomplex Hagar Qim op Malta getuigen. Het plaatst ons voor het besef dat ook onze beschaving ooit zal ophouden te bestaan. Nogal pessimistisch vermoedt Mankell dat onze cultuur slechts twee zaken zal achterlaten op lange termijn: de ruimtecapsule Voyager 'op zijn eeuwige reis door de ruimte' en het kernafval, dat honderdduizend jaar nodig heeft om onschadelijk te worden.

Een terugkerende vraag is hoe we over een dergelijk tijdsperspectief heen de latere aardbewoners zouden kunnen waarschuwen over het gevaar van dat afval. Dat hij deze kwestie telkens opnieuw ter sprake brengt, heeft ermee te maken dat hij er al een boek wilde over schrijven voordat hij ziek werd.

Hij heeft beide thema's dan maar geïntegreerd - met wisselend succes, want de hoofdstukjes over wetenschap komen van tijd tot tijd nogal belerend over. Maar voor wie bereid is daaromheen te lezen, blijft 'Drijfzand' een indrukwekkend memento mori, dat dwars door de tijd heen het lot van de mens - de vergetelheid - probeert te vatten.

Henning Mankell: Drijfzand. Uit het Zweeds vert. Ceciel Verheij. De Geus; 378 blz. euro 22,95

Op een boot in Afrika had hij ooit motorpech en dreigde in een kolonie agressieve nijlpaarden terecht te komen

De Zweedse schrijver Henning Mankell. Zijn ziekte (hij kreeg de diagnose longkanker) katapulteerde hem terug naar zijn kindertijd.

Deel dit artikel