Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Meestromen met de Latijnse teksten

Home

Monic Slingerland

Het stof moet eraf van de eenstemmige oude kerkzangen. Daarom draait het tweede Nederlands Gregoriaans Festival om de gedurfde combinatie tussen jongeren en gregoriaans. Het repertoire is nieuw, maar zeker niet onbekend. De jonge zangers herkennen in het Agnus dei van Barber meteen een stuk van dj Tiësto.

’Gregoriaans is niet leuk om te doen, maar het klinkt wel mooi”, vindt Lise van vijftien. Ze zingt in de Cappella Catharina, het meisjeskoor van het Kathedrale koor Utrecht. Zoals iedere donderdag is ze naar de repetitie gekomen. Het gaat deze avond anders dan anders: de negen meisjes van de CC, zoals de Capella in het dagelijks spraakgebruik heet, repeteren apart van het grote koor. Ze bereiden zich voor op het Nederlands Gregoriaans Festival.

Dat is dit weekeinde in het vestingstadje Ravenstein aan de Maas. Nu voor de tweede keer, in 2006 was het begin succesvol genoeg om door te gaan. Dit keer heeft het festival als thema de gedurfde combinatie van jongeren en gregoriaans. Het stof moet van de eenstemmige oude kerkzangen af. De glans ervan is verborgen geraakt doordat tegenwoordig vooral oude, krakerige stemmen het Latijn zingen.

„Het lijkt me heel leuk om met de meisjes van de koorschool uit Haarlem en Den Bosch te zingen”, verheugt Lise zich. De drie meisjeskoren zingen samen een stuk dat hiervoor gecomponeerd is door Mark van Platen. Dat hebben ze al ingestudeerd.

Maar echt gregoriaans is het niet. Het festivalstuk is driestemmig. Gregoriaans, al gezongen in de christelijke kerk in de vierde eeuw, is eenstemmig. Alle zangers zingen precies dezelfde melodie. Dat lijkt misschien makkelijk en saai maar ook de jonge zangers merken dat het veel uitdagender en gevaarlijker is dan meerstemmige muziek.

Frederique (18) vindt eenstemmig zingen lastiger dan meerstemmig, wat ze gewend is in het koor van de kathedraal in Utrecht. „Als we driestemmig zingen, hoef je maar op twee anderen te letten, die ook jouw partij zingen. Maar bij gregoriaans moet je op het hele koor letten. Dat is moeilijker.”

Eline (16) vindt het ook lastig om de partituur te lezen. Het gregoriaans heeft een notenbalk met maar vier strepen, in plaats van de gebruikelijke vijf. Het ritme en de maat zijn anders aangegeven. De stemmen moeten elkaar opzoeken en het eens worden. Gelukkig is er geen onzekerheid over de inhoud van wat ze zingen. Eline, stellig: „Het gaat over God.”

Dirigent Bas Jongeling studeert met de meisjes van de Capella de gregoriaanse versie van psalm 25 in. Respice in me et miserere mei, moeten de zangeressen - tussen de 15 en 21 - eerst reciteren, op een en dezelfde toonhoogte. Hij legt uit wat de tekst betekent, al weten sommigen van de zangeressen dat al van de lessen Latijn op school. „Bij gregoriaans moet je niet mooi zingen, maar zingen alsof je de tekst opleest op toon”, instrueert dirigent Bas.

Daarna zingen de negen meisjes van blad. De eenstemmigheid is nog ver te zoeken. Ze zijn het niet eens. Na een half uur rommelen en zoeken vraagt dirigent Bas of de negen jonge zangeressen willen gaan staan. Nog een keer klinkt het Respice in me nu veel zekerder. Soepel nemen de stemmen de wendingen. Ondanks de ernst van de tekst klinkt het Respice in me stralend en krachtig. Bas knikt: „Het is wel een verschil of je een paar van die oude heren hoort zingen of jullie.”

Artistiek leider van het gregoriaans festival is Jeroen Felix, dirigent van de koorschool Den Bosch. „Je mag het niet zeggen, maar,” Felix kijkt met gespeelde argwaan om zich heen, „kinderen presteren beter als ze ook gregoriaans zingen. Ze worden spitser, geconcentreerd, sociaal. Het klinkt gauw elitair als je dat zegt. Toch merken wij het steeds weer.”

Jeroen Felix heeft op de koorschool van Den Bosch maar liefst 170 vooral jonge zangers onder zijn hoede, verdeeld in een aantal koren: jongens, meisjes, beginners, ervaren zangers, jongens van wie de stem aan het breken is. Met een aantal van die jongeren doet hij mee aan het Nederlands Gregoriaans Festival.

Jeroen Felix: „Eenstemmig zingen vraagt veel van ze. Het is genadeloos. Als iemand maar even te vroeg inzet of een klein foutje maakt, hoor je dat meteen heel goed. Tijdens de repetities corrigeren ze elkaar. Met de kerstnacht heb ik zes jongens en zes meisjes wisselende gregoriaanse kerstzangen laten doen. Voor een volle kathedraal. Dat vonden ze echt kicken.” Hij is enthousiast over het thema van het festival. Gregoriaans verdient meer dan een oubollig imago. „Met een fris en helder timbre gezongen, klinken eeuwenoude zangen als Ego clamavi of Factus est repente toch anders. Jonge stemmen hebben meer kleur en power. Voor jongeren van veertien, achttien, tweeëntwintig is het repertoire nieuw. Maar niet onbekend, ontdekken ze vaak bij het zingen. Dj Tiësto heeft een fragment van het Agnus dei van Barber gebruikt. En Barber heeft zich gebaseerd op het gregoriaanse Agnus dei. Dus als die jongeren het Agnus dei zingen, herkennen ze meteen dat stuk van Tiësto.”

Het dirigeren van gregoriaans is anders dan het dirigeren van een klassiek stuk. Jeroen Felix doet het voor. „Bij gregoriaans draai je cirkels. Kijk, je gaat mee met de tekst.” Hij zet het Ego clamavi in. „De tekst stroomt, de muziek stroomt. Je geeft niet de één aan, maar de richting, de spanning en de ontspanning, de arcis en de thesis, zoals dat heet. Het is klankgeworden tekst. Met een vrije slag geef je spanning en accenten aan.”

Nu wil het geval dat het Nederlands Gregoriaans festival bestaat juist dankzij zo’n oudere man die het Agnus dei niet meer zo stralend kan zingen als zestienjarigen. Paul Horbach, econoom met prepensioen, hoort tot de oudere zangers die pas op latere leeftijd gegrepen zijn door de vocale muziek. Hij ging in een kerkkoor zingen en werd geraakt door de spirituele zeggingskracht van het gregoriaans.

Tijdens zijn bezoek aan een gregoriaans festival in het buitenland vond hij dat daar het accent teveel lag op de techniek, op de ambachtelijke kant van deze muzieksoort. „Ik miste de diepere lading ervan. Toen ben ik een eigen festival gaan organiseren, in Nederland. Twee jaar geleden was de eerste keer, ook in Ravenstein, net als nu. Daar kwamen genoeg belangstellenden, het was een succes. Toen al bedachten we dat een volgende keer jongeren het thema zouden moeten zijn.” Initiatiefnemer Paul Horbach verheugt zich nu al op de klank van jonge stemmen die de eenstemmige oude kerkzangen zingen. „We zijn gewend geraakt aan de klank van oudere zangers die gregoriaans zingen. In de praktijk is dat nu eenmaal zo.”

Tijdens het hoofdconcert van het festival zingt Psallentes, een jong ensemble van Belgische zangers, dertigers. Het Roder Jongenskoor zingt oud en nieuw gregoriaans en de meisjes van drie koorscholen, Utrecht, Haarlem en Den Bosch, vormen voor de gelegenheid samen een koor.

Paul Horbach: „We trekken de lijn door naar het heden. Componisten als Arvo Pürt en mijn favoriet Taverner baseren zich op het gregoriaans. We hebben een compositieopdracht gegeven aan Mark van Platen, die filmmuziek componeerde voor Kees de jongen en daarvoor in 2005 een Gouden Kalf kreeg. We laten jazzbassist Hein van der Geyn improviseren bij het Utrechts gregoriaans koor.” Ook dit jaar is het festival in Ravenstein. Horbach: „Het is klein genoeg om het gezamenlijke festivalgevoel te geven aan alle deelnemers en bezoekers. Er kunnen 500 mensen meedoen. Als het vol is, is het vol.”

Deel dit artikel