Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Meesterlijke banden

Home

Henny de Lange

Al meer dan honderd schetsboeken tekende kunstenaar Jan van der Kooi vol. Zijn 114de heeft mogelijk een bijzonder verleden, een 17de-eeuws boek waarvan Michelangelo en Titiaan nog het papier hebben gebruikt.

Al vanaf zijn veertiende koopt kunstenaar Jan van der Kooi (1957) schetsboeken. Eerst simpele ringbanden van de Hema, later steeds mooiere schetsboeken. Bijna dagelijks maakt hij tekeningen, schetsjes en notities.

Zijn schetsboek is haast een soort agenda voor Van der Kooi en al die boeken bij elkaar beschouwt hij als zijn ’schaduwoeuvre’. Meer dan honderd heeft hij er inmiddels. Maar het exemplaar dat de kunstenaar nu in gebruik heeft en waarin hij inmiddels enkele zelfportretten heeft getekend, is zonder twijfel het meest bijzondere. Het dateert uit de zeventiende eeuw en heeft een band van zwart leer met restanten van acht groene linten. Het is een zogenoemd konstboeck. In vroegere eeuwen was het gebruikelijk om collecties prenten en tekeningen in een konstboeck te plakken of op te bergen in een konstportefeuille, de voorlopers van het fotoalbum.

Over de herkomst van dit boek, dat Van der Kooi kocht van kunsthandelaar Theo Laurentius, is inmiddels een levendige discussie ontstaan. Want de kans is niet uitgesloten dat de Friese kunstenaar zijn schetsen maakt in een boek waarin ooit prenten en tekeningen waren geplakt van meesters als Titiaan, Michelangelo, Rafael, Caravaggio, Veronese en Romano. Op alle 74 bladen zitten nog hoekjes papier van de originele tekeningen die eruit zijn gesneden.

Die stukjes papier zouden volgens kunsthandelaar Laurentius, deskundige op het gebied van de etsen van Rembrandt en voormalig medewerker van het tv-programma ’Tussen kunst en kitsch’, vergeleken moeten worden met de zeventiende-eeuwse tekeningen in de collectie van het Teylers Museum in Haarlem. Hij heeft het album daar eerder ook aangeboden aan de toenmalige directeur Carel van Tuyl, maar deze wilde het niet hebben omdat de herkomst onduidelijk was. Volgens conservator Michiel Plomp van het museum staat nog lang niet vast dat het gaat om een konstboeck van koningin Christina van Zweden (1626-1689), zoals Laurentius zegt.

Deze Zweedse koningin, die er een even grillige als verkwistende levensstijl op na hield, had een grote kunstverzameling en de beschikking over een privé kunsthandelaar, Pieter Spiering uit Delft. Deze had na de dood van zijn vader François in 1637 een grote verzameling prenten en tekeningen geërfd. Om die te ordenen bestelde hij bij een lokale boekbinder 129 blanco albums. De banden werden vervaardigd in zwart leer met de gouden opdruk 1637. Het merendeel ervan is verloren gegaan. Er zijn nu nog eenentwintig bekend, waarvan er vier zich bevinden in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam.

Spiering kocht voor Christina van Zweden onder meer tekeningen van de Nederlander Hendrick Goltzius (1558-1617)en een collectie Italiaanse tekeningen. Na haar aftreden in 1654 vertrok Christina naar Rome. Ze reisde via Brussel en liet haar kunstcollectie naar Antwerpen overbrengen. In een inventaris die toen van haar goederen is gemaakt, staan vier zwartlederen banden vermeld met Italiaanse tekeningen en een zwarte band met tekeningen van Goltzius. Toen de koningin in 1689 in Rome overleed, liet ze haar tekeningen na aan kardinaal Azzolino. Via diens erfgenaam ging de collectie in 1692 naar de hertog van Bracciano. Zijn nazaten verkochten de vijf albums met inhoud in 1790 voor 10.000 gulden aan de inkoper van de Haarlemse kunstverzamelaar Pieter Teyler. Bij aankomst in Haarlem werden de prenten en tekeningen uit de albums gehaald en opgeborgen. Het ging om werk van Raphael, Michelangelo, Caravaggio. Romano, Titiaan, Veronese en Goltzius. Deze groep vormt nu de kern van de collectie van Teylers Museum in Haarlem. De vijf lege kunstboeken verdwenen spoorloos.

Voor Laurentius, die het boek op een veiling kocht van een anonieme verkoper, staat vast dat het exemplaar dat nu in gebruik is bij Jan van der Kooi één van die vijf banden is. „Ik heb het eerst aan Teylers aangeboden, maar daar had men tot mijn verbazing geen belangstelling. Het Rijksprentenkabinet riep meteen: een zwarte band met groene linten, dat moet één van de banden van Spiering uit 1637 zijn, waarvan zij er ook vier hebben.” Laurentius besloot vervolgens het boek aan te bieden aan Jan van der Kooi, die enkele jaren geleden in zijn kunsthandel exposeerde. „Ik weet van zijn grote verzameling schetsboeken en zijn belangstelling voor bijzonder tekenpapier. Bovendien vind ik hem een van de beste tekenaars van het land. Het is bij hem in goede handen.”

Van der Kooi heeft wel eerst aan het Rijksprentenkabinet gevraagd wat men vindt van het ’hergebruik’ van dit konstboeck. „Daar vond men het wel een passende bestemming, zeker als je weet dat er in de oorlog ook een paar van deze leren banden zijn versneden om er schoenen van te maken.” Volgens Van der Kooi zitten er in het boek ook vage rode krijtsporen, afdrukken van de oorspronkelijke tekeningen. Omdat een index ontbreekt, is niet bekend hoeveel tekeningen het album heeft bevat. De schatting is minimaal 150, omdat er vaak twee tot vier tekeningen op een pagina werden geplakt. Het formaat van het boek is 42 bij 31 centimeter.

Inmiddels heeft het Teylers Museum toch weer belangstelling getoond, vertelt Van der Kooi. Conservator Michiel Plomp bevestigt dat hij binnenkort bij de kunstenaar langsgaat om het boek nog eens goed te bekijken. Maar ook is hij nieuwsgierig naar Van der Kooi’s tekeningen zelf. Tekeningen van Goltzius kunnen in ieder geval niet in het album hebben gezeten, weet Plomp nu al, omdat die als oorlogsbuit van Zweedse soldaten vanuit Praag zijn meegenomen naar Zweden en niet via kunsthandelaar Spiering bij koningin Christina terecht zijn gekomen. Plomp: „Wat de inhoud is geweest, is nog lang niet zeker. Dat moet nog eens grondig uitgezocht worden door de stukjes papier in het album te vergelijken met tekeningen in onze collectie.”

Lees verder na de advertentie
Jan van der Kooi: ¿Het Teylers Museum had tot mijn verbazing geen belangstelling¿. (FOTO'S REYER BOXEM)
Twee zelfportretten, in gewassen inkt, gemaakt in het ¿konstboeck¿. (REYER BOXEM)



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie