Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Meer vrouwen, minder aanzien?

Home

Dorien Pels

In sommige beroepen zijn vrouwen momenteel zo in opmars dat ze de mannen in aantal overtreffen. De situatie leidt tot discussie. Volgens de critici zou het aanzien van bepaalde beroepsgroepen hierdoor afnemen. Ook zouden vrouwen minder ambitieus zijn.

Het is het schrikbeeld voor de zedendelinquent: een meervoudige rechtbank plus officier van justitie uitsluitend bestaande uit vrouwen, die deze dader om beurten in het openbaar eens even fijntjes wijzen op zijn mannelijke tekortkomingen. Nog zo een: het is de schuld van de steevast vrouwelijke leerkracht dat jongetjes slecht presteren. Of wat dachten we van de arts, die tegenwoordig veel vaker een vrouw is, in deeltijd werkt en helemaal niet van plan is het snelle imago hoog te houden van ’de golfende dokter in een dure auto die altijd moet werken’. Wat een spelbreeksters.

In steeds meer beroepen zijn vrouwen bijna in de meerderheid, en dat leidt nogal eens tot dit soort borrelpraat. Het onderwijs was al een beroep waarin veel vrouwen werken, maar is nu helemaal overgenomen door de juffen. Ook mannenbolwerken, zoals juridische beroepen – de rechterlijke macht en de advocatuur – en de geneeskunde, zijn sinds de jaren negentig in rap tempo aan het ’feminiseren’.

Met de komst van meer vrouwen, wordt ook de wet van Sullerot (1968) weer afgestoft. Evelyne Sullerot is een 84-jarige Franse invloedrijke feministe, die constateerde dat beroepen waarin veel vrouwen werken een laag aanzien hadden. In de jaren zestig was dat ook logisch: vrouwen werkten maar even, tot ze trouwden. Een echte carrière zat er zelden in. Even in de fabriek staan, of als verpleegkundige aan de slag was het hoogst haalbare. De laatste twintig jaar echter zijn vrouwen ook volop te vinden binnen de voorheen mannenberoepen. Ze zijn hoger opgeleid en werken – weliswaar meestal in deeltijd – steeds vaker door nadat ze kinderen hebben gekregen. Als we de wet van Sullerot zouden volgen, moet het aanzien van allerlei beroepen hierdoor dalen.

En dat denken sommige deskundigen dan ook. Onlangs zorgde hoogleraar medische onderwijskunde aan het UMC Utrecht, Gerda Croiset, voor een waar bermbrandje. ’Bij gelijke geschiktheid liever een man’ luidde de kop boven een interview in NRC/Handelsblad. Bijna zeventig procent van de eerstejaars studenten geneeskunde aan de universiteiten is vrouw. Dat is niet goed voor het vak, stelde Croiset in haar oratie bij haar installatie als hoogleraar in april dit jaar. Simpelweg omwille van de diversiteit; een patiënt moet kunnen kiezen. Ook zei Croiset, niet in haar oratie maar wel in enkele interviews naar aanleiding ervan, dat vrouwen minder ambitieus zijn, vaker deeltijd werken en weinig interesse hebben in de technische kanten van het vak. Daardoor zouden geneeskundige doorbraken wel eens achterwege kunnen blijven. Croiset suggereerde om jongens voor te trekken bij de loting zodat de instroom fifty-fifty zou worden.

Haar oratie leidde tot verontwaardiging bij de Vereniging Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA), die de uitspraken van Croiset voorlegde aan de Commissie gelijke behandeling. Die deed vorige week uitspraak. Wat Croiset voorstelt mag niet: een voorkeursbeleid is wettelijk alleen toegestaan bij maatschappelijk achtergestelde groepen. En laten we wel wezen: dat zijn mannen nog lang niet. Daar was Croiset zelf inmiddels ook achter, vandaar dat ze de commissie al bij voorbaat had laten weten dat haar opmerking slechts bedoeld was om de discussie aan te zwengelen.

De kersverse hoogleraar is nogal geschrokken van alle commotie die haar woorden hebben veroorzaakt. Ze wil daarom alleen kort per e-mail reageren. Zij blijft erbij dat ze bang is dat de mannen geen zin meer hebben in het artsenvak als ze in de minderheid zijn. „Ik vind dat dit debat op tijd gevoerd moet worden en niet pas als het te laat is. Nu dus. Bij de leerkrachten in het basisonderwijs is, met alleen maar vrouwen, een onomkeerbare situatie ontstaan. Mijn mening is dat we moeten kiezen voor diversiteit of voor alleen vrouwen, maar niet zonder dat daar een bewuste keuze voor gemaakt is. Ik persoonlijk ga voor diversiteit en dan zijn er wat mij betreft ook nog veel te weinig vrouwen aan de top.” Momenteel is dertig procent van de medisch specialisten vrouw en onder de ’subspecialismen’ als cardiologie of neurochirurgie, is tien procent vrouw.

Patricia Assmann, voorzitter van de VNVA, is boos op Croiset. „Smalend doen over vrouwelijke medisch specialisten die in deeltijd werken, is nogal aanmatigend. De werkdruk in die beroepsgroep is zo hoog, dat een parttime baan van tachtig procent betekent: meer dan veertig uur per week werken. Dat is in combinatie met zwangerschappen of een jong gezin behoorlijk zwaar.” Assmann vindt dat die norm van overwerken in de artsenwereld ter discussie moet worden gesteld.

Toen Assmanns dochter van negentien trots aankondigde dat ze geneeskunde ging studeren, was haar moeders eerste reactie: ’O, nee’. De vijftigjarige arts was in haar begintijd in opleiding tot cardioloog de enige vrouw tussen tien mannen. „Werkweken waren enorm zwaar, soms wel honderd uur per week. Een cao was er niet voor ons. En als vrouw werd je al nauwelijks geaccepteerd. Ik heb daarom zwangerschappen uitgesteld. Steeds meer wordt bekend dat dat risico’s geeft. Zo ook bij mij. Ik heb drie extreem moeilijke zwangerschappen meegemaakt, waarbij ons eerste kind is overleden. Dat wil ik mijn dochter en haar generatie niet laten meemaken.”

Ze vindt het signaal van Croiset daarbij niet helpen. „Wat is nou precies het onheilscenario dat zij schetst? Sinds een aantal jaar is een derde van de eerstejaarsstudenten man, tweederde deel vrouw. Op de werkvloer is die verhouding precies andersom: een derde is vrouw en tweederde deel is man. En dat brengt voldoende diversiteit met zich mee. Gezien de instroom is over vijfentwintig tot dertig jaar die verhouding ook op de werkvloer omgekeerd, maar dat lijkt mij vergelijkbaar met hoe het nu is.”

Bij geneeskunde zijn altijd meer aanmeldingen dan er plaatsen zijn op de universiteiten, dus er wordt ieder jaar geloot. Jongeren met hogere punten op hun eindexamenlijst maken meer kans om ingeloot te worden. En meisjes hebben hogere punten. Croiset, die een achtergrond heeft als medisch biologe, denkt dat dat mede komt doordat jongens op hun achttiende nog niet zo volgroeid zijn als meisjes.

De vraag is of er wel een biologisch verschil is, of dat meisjes gewoon beter zijn. Dat is althans de conclusie van de Raad voor de rechtspraak. Op de door hen opgezette opleiding tot rechter – de zogeheten raio-opleiding – is zeventig procent vrouw. Ook mannen melden zich hiervoor aan, maar de vrouwen voldoen aan de strenge eisen voor de opleiding. Ze zijn volgens woordvoerder Michiel Boer ’slimmer, beter en sociaal vaardiger’. Dat de mannen nog niet volgroeid zouden zijn, gaat niet op: de kandidaten zijn al afgestudeerd en op zijn jongst eind twintig.

Momenteel is ongeveer 47 procent van de rechters vrouw. Wat vermoedelijk meespeelt bij de keuze van vrouwen om rechter te worden, is dat het beroep gemakkelijk in deeltijd gedaan kan worden: je neemt iets meer of iets minder zaken aan.

Wat de invloed is van meer vrouwen, is moeilijk vast te stellen. Uit onderzoeken is niet gebleken dat vrouwen hoger of lager straffen, zegt de Nijmeegse rechtssociologe Leny de Groot-van Leeuwen. Volgens haar is het aanzien geenszins afgenomen. In opinieonderzoeken scoort het vak hoog als het gaat om betrouwbaarheid en prestige.

„Prestige is niet gekoppeld aan geslacht. Een staatshoofd staat hoog aangeschreven, ook als het een vrouw is. Zo hebben in de westerse wereld academische beroepen een hoog aanzien, dat blijft, zoals het er nu naar uitziet, overeind, ook als er meer vrouwen werken.”

Dat is Patricia Assmann van de VNVA hartgrondig met haar eens: „Ik kan helemaal niks met die wet van Sullerot. Aanzien, wat is dat? Als dat betekent dat de arts wat van zijn voetstuk is gevallen, heb ik daar geen probleem mee. Als de zorg die die levert maar van kwaliteit is en dat doen vrouwen even goed als mannen. Ik heb het eens nagevraagd in Groningen: het aantal aanmeldingen voor de studie stijgt ieder jaar en de kwaliteit van de zorg is van een hoog niveau.”

Neemt niet weg, zegt De Groot-van Leeuwen, dat je moet uitkijken dat de rechterlijke macht wel een afspiegeling zou moeten zijn van de samenleving. „Zo’n voorbeeld van een volledig vrouwelijke rechtbank tegenover mannelijke daders, dat moet niet het algemene beeld zijn. Net zo goed als we graag allochtone rechters hebben. Omdat we in Nederland geen democratisch gekozen rechterlijke macht hebben, is het des te belangrijker voor de geloofwaardigheid dat het een afspiegeling is van de samenleving.”

Rechters, artsen, onderwijzers; dit soort dragende maatschappelijke beroepen zijn gebaat bij diversiteit. Gerda Croiset refereerde er al even aan: als er een beroepsgroep is waar de wet van Sullerot op van toepassing zou zijn, is het het onderwijs. Het aantal eerstejaars daalt. Jongens melden zich haast niet meer op de pabo’s.

Zorgen de vele juffen voor een lagere status? Aannemelijker is dat het aanzien van het vak al was gedaald door bezuinigingen in de jaren tachtig en daarmee de mannen definitief heeft weggejaagd, meent Pauline Timmerhuis van het Centraal Planbureau (CPB). „Vrouwen kiezen nog steeds vaker dan mannen voor bijvoorbeeld het onderwijs of de zorg. Ze doen een relatief hoge opleiding, maar halen daar weinig rendement uit. Waarom? Misschien zijn vrouwen wat meer bevlogen. Ze kunnen dat ook zijn omdat ze meestal niet de hoofdkostwinner zijn in een gezin. Bovendien zijn het ook beroepen waarbij de werktijden aansluiten bij de zorg voor kinderen.”

Als het de schuld van de grote aanwezigheid van vrouwen zou zijn dat het aanzien van een beroepsgroep daalt, zou ook het aanzien van de commerciële beroepen momenteel moeten gaan dalen. In het bank- en verzekeringswezen, de advocatuur, de media werken immers ook steeds meer vrouwen. Maar dat is volgens Timmerhuis niet het geval. Het CPB vond een omgekeerde trend: juist het aanzien van de weinige overgebleven echte mannenberoepen daalt; de technische beroepen als informatica, waar mensen die vrouwelijke kwaliteiten als sociale vaardigheden ontberen altijd een prima prima boterham konden verdienen. Sinds een paar jaar hebben deze beroepen concurrentie van lagelonenlanden als China en India. Alleen al dit gegeven lijkt voldoende om de wet van Sullerot voorgoed in de vorige eeuw achter te laten.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie