Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Meedoen durf je alleen als je zeker weet dat je wint

Home

WILMA KIESKAMP

In 1989 vocht Dick Vrij (30) in Japan zijn allereerste Free Fight-wedstrijd. Voor 60 000 mensen liet de Nederlandse vechter zich in elkaar timmeren door een tegenstander die bij voorbaat betere kansen had. Dick Vrij had zelfs niet getraind. Hij ging het 'gewoon proberen'. Een wel erg luchtige benadering van de destijds hardste vechtsport die er bestond.

Dick Vrij hield het drie ronden vol. In de vierde moest hij aftikken. De Japanner had hem in een beenklem, met een kracht die elk moment botten kon versplinteren. Dan weet een Free Fighter dat hij heeft verloren. Maar ook de Japanner was gehavend. Dick Vrij had wat men noemde 'een goede indruk' achtergelaten. Hij mocht nog eens terugkomen.

Zeven jaar later is de voormalige kickboxer en bodybuilder een van de meest geduchte prijsvechters van Nederland. Dick Vrij was afgelopen weekeinde de hoofdact op het Free Fight Gala in Amsterdam waar hij, zoals iedereen van hem verwachtte, zijn tegenstander - dit keer een Duitser - snel en beslist tot overgave dwong. Binnen twee minuten was het gevecht afgelopen. Hubert Numrich moest aftikken na een 'verwurging'. Vrij omklemde zijn nek. Een bankschroef van 115 kilo. Het publiek gilde van euforie.

Van de wedstrijd herinnert Dick Vrij zich flarden. Stoten die hij uitdeelde, bepaalde trappen. Maar vooral het vechtend loeren op een kans. “Mijn enige manier om te winnen, was hem snel naar de grond te werken, om technisch slimmer te zijn dan hij”, zegt Vrij. In een staand gevecht had hij tegen de Duitse vechtmachine geen enkele kans gemaakt. Numrich is een blok beton, iemand waarop zelfs de meest medogenloze vechter zijn vuisten breekt.

Ook Dick Vrij zelf mag er wezen. Een gewicht van 115 kilo bij een lengte van 1.88 meter. Vetpercentage: negen. Dat is knap 'droog', zoals bodybuilders het noemen. Hij geeft zonder moeite toe dat hij regelmatig anabole steroïden gebruikt. “Net zoals veel andere topsporters, volgens mij tot Rintje Ritsma aan toe. Ik kom er tenminste voor uit.”

Zijn spieren verbergt hij op de doordeweekse dag na zijn zege in een winterjas. Hij is geen pronker. Alleen in de ring, dan gaat er een knop om in het hoofd. Hij is zijn lichaam, dan. “Er goed uitzien, dat is je tegenstander geestelijk imponeren. Ik wil dat ze me vrezen. Dat moet je uitstralen, niet alleen met je lichaam trouwens.”

Buiten de arena heeft hij een soort rustig gezag over zich. Geen patser. Drinkt kopjes thee, neemt de felicitaties van vrienden in ontvangst, die het gevecht van afgelopen zaterdag 'heel erg mooi' vonden. En vrienden zijn er genoeg. Zeker wanneer je, zoals Dick Vrij, naast prijsvechter ook nog ordebewaarder bent bij discotheek iT. Opvallend veel Free Fighters werken als uitsmijter in de Amsterdamse uitgaanswereld. Het zijn niet zomaar banen. Zoals Hans Nijman van de Bulldog is, is Dick Vrij van de iT.

Vier nachten per week, strak in het pak, bepaalt hij aan de deur wie met voorrang naar binnen mag of naar buiten móet. Vooral ongewenste dealers krijgen te maken met de brute kracht van Vrij. Dan is-ie niet zo aardig meer, zeggen ingewijden. Zelf ontkent hij dat hij ooit geweld moet gebruiken. “Ze weten toch wel dat ze tegen mij niks beginnen.”

Free Fight was de vechtsport waarop hij al jaren had gewacht. Alles heeft hij in de afgelopen jaren al wel geprobeerd. Halteren vanaf zijn vijftiende, in de sportschool vlak bij zijn ouderlijk huis in Haarlem. Hij wilde spieren hebben. Het schoot, toen nog zonder hulpmiddelen, niet op.

Daarna kickboxen. Hij was geen supertalent, bleek al gauw, hooguit sterk genoeg voor de wedstrijden in de C-klasse, waar hij veel van de jongens leerde kennen die nu allemaal zijn overstapt op het Free Fight. Met kickboxen stopte hij omdat hij er alleen maar spiermassa door verlóór. Ben je ziek?, vroegen sportmaatjes pesterig.

Echt gedreven is hij pas sinds Free Fight. Free Fight is straatvechten, is eindelijk beslissen welke sporter ècht de sterkste is. “Want dat wil je toch weten. Dat is de ultieme vraag. Daar hebben het altijd over. Is een kickboxer nu sterker dan een worstelaar? Pas nu kunnen we het uitvechten.” Hij vindt het zeker sport, dit vechten tot het uiterste. Er zijn meer regels dan men denkt. Maar met vrienden zou hij nooit in de ring stappen. Het idee om een bekende een bloedende kop te slaan - ondenkbaar.

Opeens bleek hij wel een talent. Een alleskunner. Dat er met de rauwe gevechten heel wat te verdienen valt, in Japan zelfs tot een ton, zul je uit Vrijs mond niet bevestigd krijgen. Hij heeft het hardnekkig over “onkostenvergoedingen”. Het allergrootste geld zit inmiddels niet meer in het Free Fight, maar in de opvolger ervan: Ultimate Fight. Dat is het echte vechten-zonder-regels, de ultieme krachtmeting in een kooi zonder ontsnappingsmogelijkheid. “Daar kan ik me van voorstellen dat mensen er echt moeite mee hebben”, zegt Vrij, die nog niet zeker is of hij de stap gaat zetten. Het trekt wèl.

Het gevecht van afgelopen weekeinde heeft hem drie maanden voorbereiding gekost. Maanden van dagelijkse trainingen, diëten, medische controles. Een heel team om hem heen. Verschillende 'sparringpartners' die dagelijks met hem de finesses trainden van het worstelen, kickboxen, Thaiboxen. Zijn traptechniek werd dag na dag beter door training met niemand minder dan wereldkampioen kickboxen Peter Aertz.

Zenuwachtig was hij zaterdag niet. Een Free Fight durf je alleen te beginnen als je zeker weet dat je wint. Als je de sterkste durft te zijn. Durft door te gaan, desnoods slaan op wonden.

Het mooiste moment was afgelopen weekeinde zijn entree. Mooier dan de overwinning zelf. “Je komt binnen in een zaal waar 4 000 mensen echt voor jóu op de banken staan. Zo'n hele zaal die wil dat jíí wint. M'n ouders waren er, m'n vrouw, m'n broers. Je voelt wat ze van je verwachten. Dat is kippevel, hoor.”

Dat was nieuw. Dat het publiek niet kwam omdat het bloed rook. Maar voor hèm.

Deel dit artikel