Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Medisch tuchtcollege / Geen optimale kwaliteit

Home

door Joop Bouma

Een lid van het Medisch Tuchtcollege in Amsterdam heeft kritiek op de kwaliteit van de tuchtrechtspraak. Leden van het tuchtcollege zijn soms onervaren, de juristen hebben te weinig medische kennis. De voorzitter van het tuchtcollege is het niet met haar eens. Twee opinies, na elkaar.

Ik heb niet het gevoel dat bij het tuchtcollege de opvatting heerst dat er optimale kwaliteit geleverd moet worden”, zegt mr. Rosemarijn Milo, voormalig advocaat en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank in Amsterdam. Milo is sinds 2001 als lid-jurist verbonden aan het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam, kortweg het medisch tuchtcollege. In februari loopt haar termijn af.

Milo kijkt met gemengde gevoelens terug op haar werk in de medische tuchtrechtspraak. „In een rapport van vws over het functioneren van regionale tuchtcolleges, stond dat ’we het goed doen en aanzien hebben bij belanghebbenden in het medische veld’. Maar ik zou bij die zelfgenoegzaamheid een vraagteken willen zetten.”

Milo was letselschadeadvocaat, met als specialisatie medische fouten. Mede om haar kennis op het gebied van gezondheidsrecht, werd ze in 2001 benoemd tot lid-jurist in het medisch tuchtcollege in Amsterdam. „Ik ben er destijds met veel enthousiasme ingedoken. Ik bereidde me zeer uitvoerig voor op zittingen. In de dossiers plakte ik overal gele briefjes, zodat ik belangrijke passages kon terugvinden. „Wat ben jij een uitslover”, zei een arts, lid van het tuchtcollege, op een keer tegen mij. Dat heb ik een ellendige ervaring gevonden.”

Ze vindt dat er veel te verbeteren is. In de afgelopen maanden heeft ze geprobeerd intern de discussie aan te zwengelen. „Ik heb helaas geen gehoor gevonden voor mijn inhoudelijke voorstellen tot veranderingen.” Ze schreef een uitvoerig discussiestuk en bood dat aan voor plaatsing in de nieuwsbrief van het Amsterdamse tuchtcollege. De bijdrage werd geweigerd, omdat de tekst te lang zou zijn.

Volgens Milo bleek uit onderzoek in opdracht van het ministerie van vws dat er binnen de medische professie een redelijke grote tevredenheid is over de kwaliteit van de tuchtrechtspraak.

„Maar naar de tevredenheid bij het publiek wordt niet gevraagd, terwijl er sterke aanwijzingen zijn dat klagers de drempel voor het indienen van een klacht te hoog vinden, dat de objectiviteit van het tuchtcollege wordt betwijfeld en dat het tijdsverloop tot aan een beslissing veel te lang wordt gevonden.”

Bij arts-leden komt het volgens Milo voor dat ze niet beseffen dat ze als tuchtrechter niet langer collega zijn van de medisch beroepsbeoefenaar die terechtstaat. Het gebeurt wel eens dat een arts-lid van het tuchtcollege een arts die aangeklaagd wordt, aanspreekt als ’collega’. „Als je al een imagoprobleem hebt, dan draagt zoiets niet bij aan de oplossing. Het komt ook voor dat arts-leden van het tuchtcollege artsen die zich moeten verantwoorden met ’je’ en ’jou’ aanspreken. Zij beseffen niet dat ze als lid van het tuchtcollege niet meer tot de beroepsgroep behoren, maar dat ze recht spreken.”

Iedere medicus en jurist, zonder ervaring als rechter, die lid wordt van een tuchtcollege zou ten minste eerst enige zittingen als toehoorder moeten bijwonen, vindt Milo. Dat gebeurt niet. „Beide groepen komen uit totaal verschillende disciplines en worden feitelijk zonder de minste voorbereiding ingezet in het tuchtcollege. Juristen in het tuchtcollege zouden eerst vertrouwd moeten worden gemaakt met het medische jargon. Er zou een structurele opleiding moeten komen voor juristen en medisch beroepsbeoefenaren. Het kan veel beter en professioneler”, vindt Milo.

Volgens de juriste is ook de honorering van leden van het tuchtcollege een probleem. „Geen hond die het werk in een tuchtcollege als hoofdtaak op zich zal nemen voor de 113 euro die een jurist-lid per zaak ontvangt. Een medisch beroepsbeoefenaar krijgt 190 euro per zitting. Dat is in feite niet meer dan voorrijgeld.”

Van meer principiële aard is Milos’ zorg over de agendavoering van het Amsterdamse medisch tuchtcollege. „Voor een zitting worden in beginsel meerdere zaken geagendeerd. Het is meestal niet mogelijk twee of drie zaken op één zitting te behandelen tegen twee of drie dezelfde beroepsbeoefenaren. De samenstelling van het tuchtcollege wordt dan een afspiegeling van de beroepen of specialismen van de aangeklaagden die voor die zitting zijn opgeroepen. Als er een gynaecoloog terechtstaat, zit er dus in het college één gynaecoloog, de andere artsleden vertegenwoordigen de andere medische disciplines van de zaken die ook worden behandeld. Wat krijg je dan? Bij de beoordeling van het handelen van een beroepsbeoefenaar, is er in het tuchtcollege maar één beroepsgenoot aanwezig die daarover zijn mening kan geven. Dat betekent in de praktijk dat de beslissing wordt genomen op aangeven van die ene beroepsgenoot. De mogelijkheid van een collegiale gedachtenwisseling ontbreekt en daardoor wordt ook de kans op nuance gemist. Zo zijn partijen te zeer een toevallige speelbal van een mening of misschien van het stokpaardje van een collega van de aangeklaagde partij.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie