Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Max Albrecht 1932-2007

Home

Guido Goudsmit

Een leven lang diende hij de staalindustrie. Max Albrecht stamde uit de tijd dat directeur en arbeider van Hoogovens samen koffie dronken.

Toen hij eenmaal gepensioneerd was, werd Max Albrecht als voorzitter van de dorpsraad van Wijk aan Zee een luis in de pels van Corus. Tegen uitbreidingsplannen tekende hij fel protest aan. En dat terwijl hij bij het staalbedrijf – toen nog: Hoogovens – van 1962 tot 1992 carrière had gemaakt. Maar nu stond hij aan de andere kant. Dat soort tegenstrijdigheden was Max ten voeten uit.

Een leven lang de staalindustrie dienen, fabrieken bouwen en actiegroepen trotseren, maar zelf eindigen als een dorpsactivist. ’I did it my way’, stond boven zijn rouwadvertentie. Bij Max Albrecht gingen uitersten goed samen. „Zo ken ik hem”, zegt Olivier van Royen, oud-bestuursvoorzitter van Hoogovens en jarenlang zijn naaste collega in de raad van bestuur.

Een man als Max Albrecht zou in het huidige tijdsgewricht de top van Hoogovens, nu Corus, met moeite hebben bereikt. Te zachtaardig. Het is nu alles aandeelhouderswaarde wat de klok slaat. Je moet gehaaid zijn – ’helaas’, zegt Van Royen, zelf een hardere manager, er achteraan.

In de jaren zestig en zeventig was de macht van de vakbonden groot. Dat was het geluk van Albrecht: het was niet meer dan logisch dat Hoogovens in 1962 besloot de dertigjarige jurist in dienst te nemen, die zijn sporen al had verdiend als stafmedewerker van de vakvereniging NVV en die was gepromoveerd op ’De invloed van het kiesstelsel op de samenstelling van de volksvertegenwoordiging en de vorming van de regering’.

Albrecht paste uitstekend bij het oude Hoogovens, waar directeuren gewoon waren koffie te drinken met de staalarbeiders. Hij was een jongen van het volk. Binnen een paar jaar was hij secretaris van de raad van bestuur. Een man die makkelijk vrienden maakte: hij was spontaan, goedlachs en geestig. „Je kon geweldig met Max lachen”, zegt Van Royen. „Als er gebulder opsteeg uit zijn kamer wist ik dat meneer Albrecht met een grap het ijs had gebroken en de vergadering naar zijn hand had gezet”, herinnert zich zijn secretaresse Lydia van de Velde. „Hij was uitermate ad rem.”

Geen wonder dat ’zo’n goeie vent’ begin jaren zeventig was voorbestemd om directeur te worden van de nieuwe Hoogovens-vestiging op de Maasvlakte. Maar het project viel hem uit handen. Het was de opdracht van Albrecht steun te verwerven voor de fabriek, maar hij bokste vergeefs op tegen een milieubeweging die in sneltreintempo was geradicaliseerd. De industrie stond er toen niet zo goed op.

Max Albrecht kreeg als directeur personeelszaken in zekere zin een softere baan. Die was hem op het lijf geschreven. Zijn lidmaatschap van de vakbond, („waarmee hij eerlijk gezegd een beetje koketteerde”, volgens Van Royen), gaf hij op nadat het bestuur van Hoogovens keihard in aanvaring was gekomen met de werknemers die „centen in plaats van procenten” eisten. Albrecht, een goed amateurschaker, was eerste onderhandelaar namens Hoogovens.

Het was 1973. Zijn huwelijk schudde op zijn grondvesten. Zijn vrouw Willy, die roder was dan hij, wilde niet langer de ’vrouw van’ zijn. „Ik herinner mij nog goed hoe heftig de discussies waren die Max had met zijn Willy”, zeggen naasten. Dat ging dan bijvoorbeeld over sociale voorzieningen. Het kon stormen, in huize Albrecht. „Maar toch was het een perfecte match”, zegt Willy zelf.

Max Albrecht kwam uit een Haarlems arbeidersnest, dat het niet breed had. Albrecht blonk uit op het gymnasium en ging als eerste uit de familie studeren. Voor hetzelfde geld was hij de politiek ingegaan of bij de vakbond gebleven.

Hij werd nog eens voor de PvdA in de Tweede Kamer gekozen, maar bedacht zich en hield het uiteindelijk bij de gemeenteraad van Beverwijk. Albrecht was een alleseter: thuis lagen overal boeken, kranten en tijdschriften.

In 1977 werd Max Albrecht benoemd in de raad van bestuur, waar hij de portefeuille financiën onder beheer kreeg. „Wat mij het meest bijstaat is de enorme snelheid waarmee Max zich hem onbekende materie kon eigenmaken”, zegt Van Royen. Als financieel bestuurder zag hij met succes toe op de ontvlechting van Estel, het fusiebedrijf van Hoesch en Hoogovens. In 1982 werd zijn takenpakket uitgebreid met de portefeuille sociale zaken. Ondernemingsraden vroegen hem graag als personeelscommissaris, zoals de KLM.

Bij zijn afscheid van Hoogovens, in 1992, zag de staalindustrie zich geconfronteerd met een grote crisis. Albrecht – zeer sportief, en in zijn jeugd een fanatiek honkballer – moest zijn functie om gezondheidsredenen neerleggen. „Geen ruk aan het stuur geven, dat zal wel wennen worden”, zei hij. Hoeveel verhalen er ook over zijn turbulente huwelijk de ronde deden, de tijd was aangebroken om lange reizen te maken met Willy, zijn vrouw.

Max Albrecht, op 10 september 1932 in Haarlem geboren, overleed in Beverwijk op 17 maart 2007.

Deel dit artikel