Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Matthüus Passion krijgt katholieke tegenhanger

Home

door Sandra Kooke

Protestants Noord-Europa had zijn oratoria en passies, het katholieke Zuiden zijn leçons de ténèbres om de Goede Week voor Pasen mee door te komen. Een alternatief voor Bach.

Het was drie eeuwen geleden een saaie bedoening, die week voor Pasen. In het Frankrijk van Lodewijk de Veertiende moesten alle theaters dicht op last van de kerk, muziek werd ongepast geacht in deze periode van contemplatie. Zangers en acteurs zaten zonder werk, luisteraars zonder uitje. De enige plek waar werd gezongen was in de kloosters en kerken, hoewel dat beperkt werd tot het Gregoriaanse reciteren van de Klaagliederen van Jeremia.

Maar in de zeventiende en achttiende eeuw groeide die eeuwenoude eredienst voor deze week uit tot een bijzonder muzikaal hoogtepunt in de Franse muziek. Componisten bogen zich over de lamentaties van Jeremia en zetten ze op de meest devote en melancholieke klanken die ze konden bedenken. Kloosters trokken enorm veel publiek met hun diensten, waarin de leçons de ténèbres (lezingen van duisternis) op muziek van beroemde componisten werden uitgevoerd door de beroemde operazangeressen die in deze week toch werkloos waren.

Het kerkelijke en wereldlijke muziekleven mengden steeds meer met elkaar. De leçons werden voorzien van steeds virtuozer muziek en de zangeressen zwaaiden kushandjes naar hun fans in het publiek. Het publiek kon aan de hand van aanplakbiljetten in de stad zien waar welke zanger zong. Dat er veel kerkelijk verzet kwam tegen het concertkarakter van deze diensten, was te verwachten. Anderzijds betrok de muziek extra veel mensen bij het lijden van Christus en dat was weer mooi meegenomen. En de kloosters hoopten zo aan klantenbinding te doen en zich van toekomstige legaten te verzekeren.

De populariteit van de leçons de ténèbres was niet alleen te danken aan de kwaliteit van de muziek. Ook het rituele karakter ervan trok aan. Vanaf de achtste eeuw werden de Klaagliederen van Jeremia gereciteerd in de nachten van donderdag, vrijdag en zaterdag tijdens de metten, die drie uur 's nachts begonnen. De tekst heeft niets te maken met het lijden van Christus, maar is waarschijnlijk een voortzetting van de diensten die de Joden hielden ter herdenking van de verwoesting van de tempel in Jerusalem.

Elk van de negen klaagzangen, die verdeeld over de drie nachten werden gereciteerd, eindigde met de uitroep 'Jeruzalem, wendt u tot de Heer uw God'. Tijdens de dienst werden een voor een de vijftien kaarsen gedoofd, vandaar de term 'lezingen van duisternis'. Om praktische redenen werden de lezingen verplaatst naar de middag ervoor. Daarom hebben we nu leçons de ténèbres voor de woensdag, de donderdag en de vrijdag.

Het reciteren van de teksten gebeurde zo sober mogelijk, maar het zangersbloed kroop waar het niet gaan kan. Gedurende de eeuwen werden steeds meer versieringen en meerstemmigheid toegevoegd, waartegen vervolgens vanuit de kerk vergeefs geprotesteerd werd. Zijn de zestiende-eeuwse versies van componisten als Orlando di Lassus en Thomas Tallis nog redelijk sober, in de zeventiende en begin-achttiende eeuw trokken componisten als Michel Lambert, Marc-Antoine Charpentier en François Couperin alle registers open.

Hoewel de Gregoriaanse reciteerstijl door de muziek heen blijft schemeren, rijgen de noten zich in hun muziek eindeloos aan elkaar op één lettergreep. Met name de Hebreeuwse letters uit het alfabet die aan elk vers vooraf gaan, worden hevig versierd met lange melodielijnen. Toch overheerst het contemplatieve in deze muziek. Met name de leçons van Couperin zijn ingetogen en devoot van karakter. Die van Charpentier zijn theatraler. Deze componist verloochent zijn Italiaanse opleiding niet in deze kerkelijke muziek.

Sinds een paar jaar is de belangstelling voor deze bijzondere muziekvorm aan het toenemen en zijn de leçons steeds vaker als katholieke tegenhanger van de Matthüus Passion van de Lutherse Bach te horen. In de kleine zaal van de Rotterdamse Doelen zullen de woensdag, donderdag en vrijdag voor Pasen leçons de ténèbres te horen zijn.

Programmeur Kees Vlaardingerbroek haalde de in oude muziek gespecialiseerde mannelijke alt Gérard Lesne naar Rotterdam. Hij zal ze uitvoeren met Il Seminario musicale. Op woensdag wordt dat een zetting van Couperin -de enige die van hem is overgebleven- donderdag en vrijdag klinkt Charpentier.

Voor Vlaardingerbroek was het helder dat het Lesne moest worden. Deze ontdekker van bijzondere genres heeft een aparte melancholieke stem en kan daardoor een bijzondere sfeer oproepen. Behalve de leçons zingt Lesne andere delen van de diensten die rond de leçons werden gelezen en gezongen. Hij heeft zelf de typisch zeventiende-eeuwse reciteerstijl van het Gregoriaans gereconstrueerd aan de hand van publicaties uit die tijd. Dat is dus een barokke interpretatie van het Gregoriaans.

Vlaardingerbroek hoopt dat hij door deze concertenreeks de schoonheid van de leçons de ténèbres bij meer mensen kan overbrengen. Want deze uitgesponnen, contemplatieve muziek -met name die van Couperin- maakt op cd weinig kans.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie