Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marte Röling

Home

Henny de Lange

Vijf jaar geleden overleed de geliefde van kunstenares Marte Röling. Negen dagen na zijn dood begon ze aan een schilderij met hem als onderwerp. Inmiddels zijn het er vijfenvijftig, te zien in Museum De Fundatie in Zwolle. ,,Ik kwam op Henks portretten toen ik zijn botten zag gloeien in de oven. Ik wilde hem meteen gaan schilderen. Ik grijp je, dacht ik. Of je wilt of niet. Ik wil je zíen.”

We zitten in een van de zalen van Museum De Fundatie in Zwolle. Van alle wanden kijkt steeds dezelfde man ons aan op de meer dan manshoge schilderijen van Marte Röling. Die man is Henk Jurriaans, met wie Röling 36 jaar samenleefde en die haar grote liefde was. Telkens weer datzelfde gelaat in de heftige kleuren die zo typerend zijn voor het werk van Röling: knalrood, felgeel en suikerspinroze.

Jurriaans met zonnebril, Jurriaans met hoed, met baard, kaalgeschoren, met een blij gezicht, met een nadenkende blik, met strak gekamd haar en in smoking. Vijfenvijftig monumentale portretten schilderde Röling de afgelopen vijf jaar van haar geliefde. Negen dagen na zijn overlijden begon ze ermee.

Jarenlang had beeldend kunstenaar Marte Röling al niet meer geëxposeerd in een museum. Haar laatste tentoonstelling was begin jaren negentig, ergens in het Verre Oosten. Haar man, de kunstenaar en psycholoog Henk Jurriaans (1940-2005), vond exposeren maar ’ijdel gedoe’, vertelt ze. Zelf had ze er ook niet zo’n behoefte meer aan. En nodig was het ook niet om aan de weg te timmeren met haar werk, druk als ze was met alle opdrachten die ze kreeg.

En nu hangen er toch zomaar ineens vijfenvijftig portretten en een aantal stillevens van Röling in Museum De Fundatie. Dat komt wat vreemd over, erkent ze. „Henk is nog niet dood of ze gaat toch exposeren. Ik snap het best als mensen dat nu over me zeggen. Maar dit is anders. Deze portretten gaan allemaal over Henk. Ik vind ze hartstikke goed, ik ben er trots op en ik wil ze gewoon laten zien.”

Dus toch ijdelheid?

„Ja, dat is het natuurlijk ook een beetje. Maar het is wel anders, omdat het zulke persoonlijke en intieme portretten zijn. Ik stel me natuurlijk ook ongelooflijk kwetsbaar op door ze te laten zien aan een groot publiek. Ik zou het heel erg vinden als kunstcritici deze expositie gaan afkraken.”

Vijfenvijftig portretten van uw geliefde; dat komt nogal monomaan over.

„Ik ben monomaan. Als ik eenmaal ergens enthousiast over ben, kan ik niet meer stoppen.”

Wanneer besloot u om een portrettengalerij te maken van Henk Jurriaans?

„Ik ben op Henks portretten gekomen toen ik zijn botten zag gloeien in de oven. Ik wilde hem meteen gaan schilderen. Ik grijp je, dacht ik. Of je wilt of niet. Ik wil je zíen. Ik trek je aan je oor het leven weer in. Negen dagen na zijn dood ben ik begonnen aan het eerste portret, zonder het idee te hebben dat er nog zoveel zouden volgen. Telkens als ik aan een portret schilderde, was hij zo vreselijk dicht bij me. Dichterbij kon hij niet komen, behalve in een droom. Het was ook verslavend. Ik heb zo staan te genieten van het schilderen zelf. Als ik er één af had, had ik al weer zin om aan het volgende doek te beginnen.”

Toen Röling een paar portretten had geschilderd, riep ze de andere ’meisjes’ erbij: de zusters Alissa en Adrienne Morriën en Wanda Werner. Ze wonen al jaren samen. In 1976 kwam Alissa als eerste bij Henk en Marte wonen in Amsterdam. Begin jaren tachtig kwam Adrienne erbij en later volgde Wanda. Met zijn vijven verhuisden ze naar een boerderij in Weesp. In 1996 betrokken ze een hereboerderij in Uithuizen in Groningen met een kolossale schuur, waar Marte de ruimte heeft voor haar grote schildersdoeken en de metershoge beelden en installaties die ze bouwt. Ook de moeder van Alissa en Adrienne woont daar nu. Op het erf staan drie kassen, gebouwd door Henk Jurriaans, waar de vier vrouwen allemaal hun eigen hoekje hebben voor het verbouwen van groente en allerlei soorten tomaten, die regelmatig figureren in de stillevens van Marte Röling.

Had u de andere vrouwen niet verteld dat u Henk was gaan schilderen?

„Nee, en er komt verder ook nooit iemand in mijn schilderatelier. Ik zag erg op tegen de reacties van de anderen, omdat het net leek alsof ik me met die portretten Henk wilde toeeigenen. Ik kaap hem, dacht ik. Maar ze waren alle drie heel erg blij om hem te zien.”

Kunt u vertellen over hoe het is om met drie andere vrouwen een man te delen die de grote liefde van uw leven was?

„Mensen kijken daar vaak vreemd tegen aan, maar het is gewoon zo gegroeid. Ik was getrouwd met Hans Koetsier, van wie ik zielsveel hield. Op een dag in 1969 gingen we naar een party en daar zag ik Henk Jurriaans staan. Een prachtige man. In zijn roze overhemd had hij enorm veel belangstelling van de vrouwen. Ik wist meteen: ik hoor bij hem. Ik vroeg of ik hem mocht aanraken. We zijn met elkaar in gesprek geraakt en dat hebben we al die jaren moeiteloos volgehouden. Eigenlijk was het één lang gesprek van 36 jaar. Maar die eerste periode was natuurlijk ook verschrikkelijk. Henk was net gescheiden, ik was getrouwd. Ik wilde Henk, maar ik voelde me zo verscheurd, omdat ik ook van Hans hield. Later kwam Alissa erbij. Ik kende haar goed en mocht haar heel graag. Ik vond het geen punt, ook niet toen haar zus bij ons kwam wonen. Wanda kende ik niet. Op een dag liep een wildvreemde vrouw rond in het huis en ik vroeg wie ze was en wat ze kwam doen. ’Die komt hier ook wonen’, zei Henk.”

En toen?

„Ik kreeg de slappe lach.”

Jaloezie komt niet in uw woordenboek of dat van de andere huisgenoten voor?

„Mensen begrijpen dat vaak niet, en toch is het zo dat ik daar nooit last van heb gehad. Ik heb nooit het gevoel gehad dat er iets van me werd afgepakt. En dat komt natuurlijk ook doordat ik wist dat Henk volledig van me hield. Hij hield van ons allemaal, al maakte het het voor mij misschien wel gemakkelijker dat ik zijn eerste vrouw was en dat de anderen er later waren bij gekomen. Ik denk dat je onze situatie het beste kunt vergelijken met als je vijf kinderen hebt. Dan houd je van alle kinderen evenveel, maar op een verschillende manier. Henk had altijd veel vrouwen om zich heen, ook voordat ik bij hem kwam. Dus dat wist ik, dat hoorde bij hem en dat gunde ik hem ook. Daar komt bij dat ik zo ontzettend dol op hem was, een allesverzengende liefde was het. En ik ben ook nooit tekortgekomen bij hem.”

Maar hoe werkte dat in de praktijk? Werden er bijvoorbeeld afspraken gemaakt wie wanneer Henk exclusief voor zichzelf had?

„Tja, hoe zal ik dat nou eens zeggen.” Na even nagedacht te hebben: „Laat ik het zo formuleren, en meer wil ik er ook niet over kwijt: dat ging allemaal heel discreet. We woonden altijd zo groot dat we allemaal ons eigen appartement hadden. Ik zat er dus wel bij, maar keek er niet naar.”

Jurriaans was volgens Röling niet alleen een ’ongelooflijk lieve, aardige, intelligente en briljante man’, maar ook heel ’verfijnd’. „Hij kon een grote bek opzetten, maar was ook heel zuiver.”

Jurriaans was aanvankelijk werkzaam als psycholoog en psychotherapeut, maar bij zijn vakgenoten rezen twijfels over zijn therapeutische opvattingen. Die kwamen erop neer dat iedereen moet doen wat ie lekker vindt, en laten wat vervelend is. Na een klacht werd hij uit de beroepsvereniging gestoten.

Jurriaans werd vooral bekend toen hij zichzelf in 1975 exposeerde in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Gedurende 25 dagen stelde hij zijn eigen gedrag één uur per dag tentoon. In de jaren tachtig verdween hij naar de achtergrond. Vanaf die tijd was hij vooral werkzaam als technisch adviseur van Marte Röling. Op zijn visitekaartje stond: ’gespecialiseerd in alles’.

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

„Ik heb altijd grote, monumentale dingen willen maken. Henk zorgde ervoor dat ik geen beeld van twee meter, maar van twaalf of veertien meter kon maken. Ik bedenk de vormen en kleuren. Hij was samen met Adrienne, de bouwvakker. Gelukkig heeft zij alle technieken die hij heeft bedacht in haar hoofd opgeslagen. Bovendien heeft Henk zes dikke handboeken nagelaten. Hij was enorm inventief. Na zijn dood konden we gewoon voortbouwen op zijn kennis. Alleen help ik nu zelf Adrienne bij het bouwvakken. We hebben allerlei hulpmiddelen, hoor, zoals een heftruck. Daar rijd ik ook op, geen probleem. En als het te ingewikkeld wordt, kunnen we werk uitbesteden aan een staalfabriek in Uithuizen. Daar zitten geweldige mensen die perfect werk leveren. Ook de mensen uit het dorp helpen ons als het nodig is. Ik moet wel door, want ik ben degene die het geld verdient in huis, en dat hebben we hard nodig om al die bergen make-up te betalen die we met ons vieren gebruiken.”

Hoe zijn de taken verder verdeeld?

„Adrienne doet samen met mij de grote klussen en schildert zelf ook. Wanda maakt aquarellen en grafiek. Door een zwaar ongeluk kan ze ons niet meer helpen bij het bouwvakken. En Alissa doet de financiën en het huishouden, studeert Arabisch en zorgt voor haar moeder die ook bij ons woont.”

Haar eigen moeder, Antonie Röling-Grolle, die schilderde onder de naam Martine Antonie, woonde ook twaalf jaar in de boerderij. Ze overleed op 97-jarige leeftijd, een jaar na Henk Jurriaans.

Hoe was uw jeugd?

„Ik ben met mijn broer Niels opgegroeid in een ontzettend leuk gezin. Ik heb zo geboft met mijn ouders. Ze waren allebei kunstenaar, maar ze hebben me nooit een bepaalde richting op geduwd. Mijn vader, die ik ook als docent heb gehad op de Rijksakademie, heeft me toen ik klein was wel wat basisdingen geleerd, zoals verhoudingen en volumes. Maar hij vond het prachtig als ik vervolgens mijn eigen gang ging. Ik aard naar mijn vader.” Spottend: „Ik rook me ook helemaal te pletter. Maar ik heb het sterke fysiek van mijn moeder, ik heb ook haar handen, al maakte zij totaal ander werk dan ik.”

Ze merkt vaak dat mensen zich moeilijk kunnen voorstellen dat ze ’al’ 70 jaar is. Röling is een opvallende verschijning met haar felgekleurde kleding, uitbundige make-up, blonde haar en donkerbruine stemgeluid (’met dank aan de Zware Van Nelle’). Om haar hals bungelt een ketting met zeventien medaillons met daarin portretjes van Henk Jurriaans. Toen ze de eerste keer na zijn dood in de auto stapte, wilde ze hem bij zich hebben. Ze kocht een ketting met één hangertje. „En je weet het, als ik met één portretje begin, breidt zich dat eindeloos uit.”

Directeur Ralph Keuning van Museum De Fundatie komt de zaal binnenwandelen met de catalogus van de expositie. Alhoewel, een catalogus is het niet geworden. Röling wilde geen kunstboek. „Dan voel ik me zo bijgezet.”

Nee, een glossy moest het worden. Met een spottende lach: „Jong, dynamisch en actueel.” Alle portretten van Jurriaans staan erin, aangevuld met de notities die Röling maakte tijdens het schilderen. Achterin staan foto’s van de ’vijf gelukkige levens die wij met elkaar doorbrachten’.

Al op jonge leeftijd exposeerde ze overal in de wereld. Maar bij het grote publiek werd Marte Röling vooral bekend met de staatsieportretten die ze in de jaren tachtig maakte van koningin Beatrix en prins Claus. Ze onderhoudt sindsdien hartelijke contacten met de koningin, die haar als eerste condoleerde na het overlijden van Henk Jurriaans. Ze is dol op de koningin, vertelt ze. „Ik vind haar een geweldige vrouw.”

Heeft u bewust geen kinderen gekregen met Henk?

„Ik wilde nooit kinderen. Toen Henk dood was, miste ik ineens ontzettend die grote jongens en meisjes die half hem waren. Ik had zo’n spijt dat ik toch geen kinderen met hem had gekregen. Toen hij leefde, dacht ik daar nooit aan. Maar als ik rationeel ben, weet ik dat kinderen ook heel lastig te combineren zouden zijn geweest met het drukke leven dat ik altijd heb geleid. Maar ik heb via Henks dochter uit zijn eerdere huwelijk wel twee prachtige kleindochters. Met z’n vieren zijn wij hun namaakoma’s.”

Was Henk bang om dood te gaan?

„Absoluut niet. Hij heeft ook geen traan gelaten toen hij te horen kreeg van de arts dat er niets meer aan te doen viel. Hij had kanker en het was heel snel afgelopen. Niemand had verwacht dat het zo snel zou gaan, en ik al helemaal niet. Ik had me erop verheugd dat we samen 90 zouden worden en ik had als eerste willen sterven, met mijn hoofd in het holletje van zijn oksel. Henk bleef er tot het laatst nuchter onder. Zo is het leven, zo gaat het, was zijn devies. Zelf heb ik heel wat afgehuild, maar nooit tijdens het schilderen, want dat werkt niet en dat vond ik ook veel te leuk.”

Heeft het schilderen ook geholpen om het verlies te kunnen verwerken?

„Verwerken? Nee, ben je gek! Ik wil hem helemaal niet verwerken, want dan duw ik hem weg en raak ik hem kwijt.”

Maar u krijgt hem niet terug door hem eindeloos te blijven schilderen.

„Nee. En ik geloof er ook niet in dat ik hem later terugzie in de hemel of waar dan ook. Maar nu blijft hij tenminste wel dichterbij door al die portretten.”

Is deze expositie toch niet een mooi moment om het af te sluiten?

Peinzend: „Dat weet ik niet. Ik heb daar natuurlijk over nagedacht, maar ik heb niet het gevoel dat het af is. Het huis is ook zo leeg nu al zijn portretten in het museum hangen.” Röling wijst naar een schilderij van Henk, waarop zijn gezicht half verscholen is achter een bos bloemen. „Dat schilderij hangt bij ons in de keuken. Het is daar nu zo kaal. Maar gelukkig ben ik nog bezig met een portret van Henk. Dat is nu half af.”

Lees verder na de advertentie
Kunstenares Marte Röling met het enige schilderij van haar overleden geliefde Henk Jurriaans waaraan ze thuis nog werkt. (Reyer Boxem)

Deel dit artikel