Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marsman kon niet meer op ms 'Nettie' wachten

Home

door Arend Evenhuis

Op de vlucht voor de Duitsers, ontplofte in juni 1940 het stoomschip 'Berenice' in open zee. Aan boord ook de dichter H. Marsman, die verdronk. De kustvaarder 'Nettie' pikte de weinige overlevenden op, onder wie de weduwe Marsman. Herstellende van haar verwonding begon zij een briefwisseling met de kapitein van de 'Nettie'.

De kapiteinsdochter zegt het in een mengeling van bewondering en trots: ,,Dat prinses Juliana het kleinste schip uitkoos - een prachtig gebaar!'' Jannie den Engelsman-Groenhof verhaalt van het bezoek dat Juliana tegen het eind van de oorlog bracht aan de Nederlandse koopvaardijschepen in Liverpool. Het was 6 oktober 1944, prinses Juliana was terug uit haar Canadese ballingschap, en wilde alle Nederlandse schepen ter plekke bezoeken. Toen bleek dat er te veel Nederlandse vrachtvaarders in de Engelse haven lagen, koos Juliana voor de kleinste, de kustvaarder ms 'Nettie' van 477 ton.

,,Ook hier onderhield H.K.H. zich geruimen tijd met den gezagvoerder en de overige leden der uit slechts 8 koppen bestaande bemanning'', berichtte het zeemansperiodiek 'Het Kompas', met als ondertitel: 'Door het woedend stormgetij - Varen wij ons vechtend vrij'. Op haar revers droeg Juliana een geëmailleerde margriet aangezien haar dochtertje Margriet petekind van de Nederlandse koopvaardij was.

Jannie Groenhof hoorde dit verhaal pas na de oorlog, toen haar vader in juli 1945 weer voet op Nederlandse bodem zette. Niet voor lang overigens, want binnen het etmaal voer kapitein Jacob Groenhof al weer uit. Zijn dochter met ongekende cadeau's achterlatend: een Raleighfiets en een trommel met 2,5 pond Mackintosh toffees.

Ook tijdens de oorlog had de kustvaarder 'Nettie' amper stilgelegen. De stuurhut met een betonmuur verschanst, op het achterdek was Oerlikongeschut en een extra reddingsvlot geïnstalleerd omdat er naast de bemanning ook Engelse 'gunners' meevoeren. De kist met scheepsdocumenten vol gaten, om subiet te kunnen zinken in geval de 'Nettie' in vijandelijke handen zou vallen. Boven de coaster hing een zeppelinballon, in de hoop duikvluchten van Duitse jagers af te weren.

In januari 1944 overleefde de 'Nettie' een U-bootaanval onder de zuidkust van Engeland, waar Duitse aanvallers zich tussen een Franse vissersvloot verscholen. In het geallieerde konvooi voeren dertien schepen, waarvan slechts twee wisten te ontkomen. Ook in de Ierse Zee ontsnapte de 'Nettie' aan een duikbootaanval. De hoofdstad van Wales, Cardiff, was tijdens de oorlog de thuishaven van de 'Nettie'. In de nabije Baai van Carmarthen nam de kustvaarder deel aan landingsoefeningen voor de Normandische invasie.

Het ms 'Nettie' werd in 1937 gebouwd bij De Noord ('de nieuwe werf') in Alblasserdam in opdracht van Hollandsche Zeereederij voor reder J. Vermaas met als thuishaven Rotterdam. Net als haar zusterschip 'Wim' met stuurhut, gele pijp en accommodatie op het achterschip. Grotere kustvaarders droegen het stuurhuis doorgaans midscheeps.

Aan het begin van de oorlog voegde de 'Nettie' zich bij Nederlandse schepen in Bordeaux. Alles omtrent vertrek, lading en bestemming was onduidelijk, maar de dreiging van oorlog was alom tastbaar. Uiteindelijk zou de 'Nettie' in konvooi naar Engeland varen. Samen met het zwartgeschilderde ss 'Berenice' van de KNSM, dat ook accommodatie voor twintig passagiers bezat. Op de 'Berenice' scheepten in de dichter Hendrik ('Hennie') Marsman, zijn vrouw Rien en de politieke prententekenaar Tjerk ('Le Frison') Bottema van de linkse weekbladen 'De Notenkraker' en 'De Nieuwe Amsterdammer'. Allen op de vlucht voor de Duitsers.

Op 19 juni 1940 ging de 'Berenice' op weg naar de Girondemonding. Kapitein Groenhof van de 'Nettie' had een mankement aan boord, weet zijn dochter. ,,Ga maar vast, ik kom wel achter je aan'', liet hij de kapitein van de 'Berenice' weten.

Toen de twee kapiteins elkaar op zee weer troffen, was de 'Berenice' verdwenen. Ontploft en gezonken. Aan wrakstukken klampten zich de weinige overlevenden vast, onder wie de kapitein en mevrouw Marsman. Naar eigen zeggen overleefde Rien Marsman de ramp doordat zij als enige een zwemvest droeg en op het moment van de ontploffing bovendeks het ontbijt verzorgde, waardoor zij ogenblikkelijk overboord werd geslagen.

Geen van de opvarenden van de 'Nettie' had iets gezien of gehoord, zo onverbiddelijk snel was de 'Berenice' naar de kelder verdwenen. Geen spoor van de omgekomenen of van Marsmans koffer met manuscripten. Wat was er gebeurd: een zeemijn? een torpedoaanval? De 'Nettie' pikte de drenkelingen op. ,,Mijn man kon het niet meer houden'', zei mevrouw Marsman tegen kapitein Groenhof.

Met de vlag halfstok liep de 'Nettie' de haven van Falmouth in Cornwall binnen. Kapitein Huygens van de 'Berenice' was onderweg aan zijn verwondingen bezweken. Zwaargewond aan haar voet belandde mevrouw Marsman in het ziekenhuis. Pas weken later bereikte bezet Nederland het bericht dat de dichter H. Marsman op 40-jarige leeftijd onder duistere omstandigheden was verdronken.

Biograaf Jaap Goedegebuure bericht in zijn 'Zee, berg, rivier - Het leven van H. Marsman' aldus over de scheepsramp: ,,Aan het eind van de middag, om vijf uur, verliet de 'Berenice' de haven van Bordeaux. Kort voor middernacht werd in de monding van de Gironde het anker uitgegooid, en pas de andere middag om half één werd opnieuw het sein 'vooruit' gegeven. Men voer in konvooi met de 'Orpheus', een zusterschip van de KNSM, de twee kustvaarders 'Nettie' en 'Ary Scheffer' en de sleepboot 'Seine'. 's Nachts raakten drie van de vier schepen uit het zicht, alleen de 'Nettie' bleef in de buurt.''

Kapiteinsdochter ('Golf van Biskaje') en biograaf ('Het Kanaal') verschillen van mening over de locatie van de ramp, maar of dat uitmaakt? Het was op zee, ergens in zee.

Rina (Rien) Marsman-Barendregt begon een correspondentie met 'Nettie'-kapitein Groenhof, die zo'n anderhalf jaar zou duren. Gekluisterd aan haar ziekenhuisbed toont zij zich wisselend 'onzegbaar bedroefd', gelaten, laconiek, verongelijkt, maar bovenal 'opstandig en strijdlustig'. ,,Het verblijf in het ziekenhuis is me zwaar gevallen omdat de hoofdverpleegster van deze afdeeling een bekrompen dom mensch is, dat alleen maar de 'regels van het hospitaal' zegt te kennen'', schrijft zij eind oktober 1940. Om te besluiten met: ,,Ik hoop niet dat ik erg klagerig ben geweest. Mijn grootste klacht is momenteel toch wel tegen U gericht, omdat ik nooit meer iets hoorde. Wanneer zullen we elkaar weerzien in Holland?''

In een andere brief hekelt zij 'het mofsche gespuis' en schrijft: ,,Ik mis hier de zin voor de relativiteit die wij in Holland misschien té veel hadden, maar die mij toch juister en minder bekrompen lijkt dan de beschouwing uit één hoek. Never mind, doorroeien ondanks alles. Bij tijden valt me dat erg zwaar. Mijn zenuwen hebben een flinken tick gekregen, maar ze zijn al veel opgeknapt, hoewel de angstpsychose nog niet overwonnen is. Ik durf absoluut niet meer op een boot te gaan naar Zuid Afrika.''

Alle van haven naar haven doorgestuurde brieven worden door de geallieerde censuur gecontroleerd ('Opened by examiner 3607'), ook als mevrouw Marsman op de enveloppe 'written in Dutch' toevoegt.

Kapitein Groenhof krijgt 'enkele aphorismen' van schrijver en huisvriend van het echtpaar Marsman, Jan Greshoff toegestuurd ('Het zoeken naar eenheid voert onherroepelijk tot verarming. Wie massa's onderscheidt in plaats van enkelingen, bewijst daarmee zijn bijziendheid.'). ,,Waar hij 'eenheid' zegt,'' schrijft de weduwe Marsman, ,,zou ik liever 'eenvormigheid' schrijven. Eenheid lijkt me mogelijk bij verscheidenheid. Het lijkt me zelfs dat dat specifiek Hollandsch zou kunnen zijn. Onze individualiteit geven we toch niet op en we voelen ons in elk geval in dezen tijd wel degelijk één.'' Aansluitend daarop de volgende Greshoffspreuk: ,,De Duitschers vormen geen volk doch een stam (tribu); omdat ze niet gebonden zijn door welbegrepen en in evenwicht gebrachte werkelijke belangen; doch door taboes, hersenschimmen, leugens.''

Ook ontvangt de gezagvoerder van de 'Nettie' Marsmangedichten. ,,Het 'Maannacht' van mijn man geeft in de middenstrophe precies onze laatste nachten op de boot weer. Het vers is meer dan tien jaar geleden geschreven en toen eigenlijk onbestaanbaar omdat men niet in het ruim lag. Vreemd, deze 'voor'ziening in gedichten.''

Bijna zes decennia nadien relativeert biograaf Goedegebuure in behoedzame nuchterheid:

,,Velen die over Marsman hebben geschreven, vallen er graag op terug: heeft hij de manier waarop hij zou sterven niet messcherp voorzegd? In een verhaal dat begint en eindigt met de roep naar de zee is het misschien niet gepast af te dingen op een geslaagde voorspelling, maar het kan geen kwaad om te benadrukken dat Hennie en Rien evengoed de Thelens ('Vigo' Thelen: Duits schrijver, 'aartsverteller, levenskunstenaar, uitvinder en vriend voor het leven') over de Pyreneeën naar Portugal hadden kunnen volgen; dat was nu eenmaal hun eerste reisdoel.''

Ook na de oorlog bleef kapitein Groenhof op de 'Nettie' varen. Met hout, graan of ijzererts naar Denemarken, Baltische staten of Middellandse Zee, met speciale kleilading uit Cornwall voor de Finse porceleinfabriek Arabia.

Jannie den Engelsman-Groenhof herinnert zich haar vader als vrijheidslievend, streng maar rechtvaardig zeeman met 'onbesproken levenswandel', zoals een getuigschrift bevestigt.

Pal na de bevrijding kreeg hij het met Nederlandse douaniers aan de stok, die de joodse shipchandler (proviandleverancier) onheus bejegenden. Hartgrondig beet hij de douane aan boord toe: ,,Hebben jullie gvd nou nóg niks geleerd in die vijf jaar oorlog? Deze man is al zijn familie kwijt, en hem dan zó behandelen!''

,,Mijn vader'', zegt Jannie Groenhof, ,,was handig; hij kon zo goed manoeuvreren. Tja: tegenwoordig hebben schepen zijschroeven. Hij zette zijn schip altijd nauwgezet aan de kant. Daarom wilde hij altijd een goede machinist hebben, die adequaat op het telegraafbericht reageerde.''

Toen in het voorjaar van 2004 prinses Juliana stierf, stuurde de kapiteinsdochter een foto naar het condoleanceregister waarop haar vader prinses Juliana aan boord van de 'Nettie' begroet. Daarbij schreef zij: ,,Een van de foto's van dit bezoek hangt sedert onze bevrijding bij ons aan de muur en zal daar blijven hangen zolang ik leef. Wat ik zelf zo leuk vind van de foto is dat U de baret die U draagt in 1944, naar ik onlangs op de Friese televisie zag, ook op hebt bij een bijeenkomst in 1946 in Leeuwarden. Hij stond U ook bijzonder goed!''

Deel dit artikel