Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marktmechanisme op het sportveld

Home

Fred Troost

Nog maar enkele jaren terug draaide het bij hockeyclub Rotterdam, fusieproduct uit de jaren zeventig, vooral om genoeglijk samenzijn. De club had zo'n 1700 leden en was daarmee de grootste hockeyclub van Nederland. Prestaties waren leuk, maar gezelligheid was de basis. Tot de hogesnelheidslijn door het clubhuis werd gepland.

ROTTERDAM - In dat noodlot zagen voorzitter Jan Hagendijk (53) en zijn kompanen in het bestuur mogelijkheden tot meervoudige slagkracht. Verhuizing naar een andere locatie werd vanaf dat moment evenzeer doelstelling als het ombouwen van een amateuristische sportclub tot een professioneel geleid hockeybedrijf.

Niet dat Hagendijk gezelligheid verfoeit. Maar groei was noodzaak voor voortbestaan. ,,We moesten wel kiezen'', stelt de voorzitter. ,,En we hadden geen keus. We konden niet klein blijven. We wilden kunstgras, we wilden tophockey. Dat vereist investeringen. Daarvoor heb je middelen nodig en die krijg je als er veel contributie wordt betaald en veel bier wordt omgezet. Dus kozen we voor gezelligheid gepaard aan het profileren op de hockeymarkt. We hadden geen gezicht, nu wel.''

Vorige week opende Rotterdam het nieuwe hockeystadion, dat in de plaats is gekomen voor het oude veld. Het is ,,het mooiste hockeystadion ter wereld'', volgens André Bolhuis, voorzitter van de hockeybond. Er hangt een prijskaartje van zo'n 25 miljoen aan, dat voor de helft door de gemeente Rotterdam is ingebracht. Dat is veel, geeft Hagendijk toe, maar ook een terechte investering.

,,Het eerste bod van de gemeente was 1,2 miljoen en een veld ergens achter in de polder. Toen ben ik boos weggelopen. Dat voetbalclub Xerxes met nog geen honderd leden en één sponsor-uit-liefde geen eisen kon stellen, was duidelijk. Die club had geen bestaansrecht meer. Maar wij hadden meer dan 1750 leden.''

De club kwam er goed uit met de gemeente. ,,Er is sprake van een echt Rotterdamse aanpak. Goede locatie, goede infrastructuur, verantwoorde financiering. De gemeente heeft heus wel gezien hoe wij het hier op de club aanpakken. Zakelijk, verantwoord. We vervullen een belangrijke functie in Rotterdam. De beloning is dat de club én de stad de Champions Trophy krijgen.''

Bij de bouw van het nieuwe stadion slokte Rotterdam en passant Aeolus op, een marginale buurtclub zonder toekomst. Aeolus bestaat nog, met hetzelfde bestuur als Rotterdam. Hagendijk: ,,Aeolus hebben we er leeg bij genomen als tweede merk. Er spelen nu één mannen- en één vrouwenteam onder die naam. Die moeten hogerop. Als ze in de overgangsklasse komen, kunnen we daar onze Dames 2 laten spelen. Dat is een mooie klasse voor speelsters die net niet het eerste halen.''

Het is een marketinginstrument, legt hij uit. ,,Vergelijk het met de relatie Feyenoord-Excelsior. Er is één verschil: bij voetbal kan een speler tussentijds overstappen, bij hockey nog niet.''

De ambities zijn groot in Rotterdam. ,,Ik hoor wel eens cynisme. Mooi complex, zegt men dan, maar alle interessante toernooien gaan toch naar Amsterdam.'' Hagendijk was not amused toen de bond een contract met hockeyclub Amsterdam sloot om grote evenementen als de Champions Trophy de komende tien jaar in het Wagener Stadion te spelen. ,,In het bedrijfsleven zou het een reden voor ontslag op staande voet zijn als je zo'n contract zou aangaan.''

Hij heeft nooit in Amsterdamse concurrentie geloofd. ,,Tien jaar is lang. Er kan van alles gebeuren. Dat zie je nu. Ik ben oprecht blij dat de Champions Trophy naar Rotterdam komt. De aanleiding? Tja, treurig, maar mag ik dan geen blijdschap uitstralen bij de oplossing? Het zij zo. Het is vervelend voor de Pakistani. Maar zo gaan de dingen. En als we dit goed organiseren, krijgen we heus nog wel meer.''

Hagendijk wil een no-nonsense voorzitter zijn van een no-nonsenseclub. ,,Ik doe niet mee aan discussies over een allochtonen-beleid op de club. We hebben ook geen autochtonen-beleid. Iedereen is welkom, als je maar betaalt. Wie niet betaalt, krijgt de deurwaarder op z'n dak. Het kan niet zo zijn dat iemand met contributieschuld aan de bar rondjes staat weg te geven. Dat doen we dus niet. Wanbetalers vliegen eruit.'' Rotterdam heeft geen enkele wanbetaler meer.

Een jaar hockeyen kost een jeugdlid zo'n vijfhonderd gulden. Duur? Hagendijk: ,,Een schijntje. Een tientje per week voor iedere zondag gezelligheid en een dak boven je hoofd. Hoeveel kost de Efteling of een avondje zuipen in de stad? Deze club heeft een grote sociale functie. Ieder weekend houden we een paar duizend mensen van de straat. Dat is geen doel, hoogstens een prettige bijkomstigheid. Het doel is en blijft hockey.''

Rotterdam is nu de grootste club van Nederland. ,,We hebben meer dan 2000 leden, maar denk niet dat iemand zich hier verloren voelt. Bij de jeugd kennen ze elkaar heus wel. Ze komen uit dezelfde regio, zitten bij elkaar op school en ook nog bij elkaar in het elftal.''

,,Die elftallen zijn heel belangrijk. Club en teams moeten gezellig zijn. Daar letten we op. En er zijn andere aspecten waar men naar kijkt. Is het netjes op de club? Krijg ik waar voor mijn geld? Ik geloof heilig in het marktmechanisme. Kennelijk komen de mensen hier graag. Als we het fout zouden doen, zouden ze weglopen.''

Het nieuwe clubhuis heeft een aanzuigende werking. Bewust beleid, zegt Hagendijk. ,,We hebben de architect helder geïnstrueerd: voorop staan de kwalitatieve aspecten. We hebben meubilair uit het oude clubhuis meegenomen, tafels, barkrukken, een deel van de bar, om mensen het idee te geven weer thuis te zijn.''

,,We willen verder, naar boven, de kwaliteit verbeteren. We hebben een aanvraag lopen voor huiswerkbegeleiding en kinderopvang en gaan binnenkort beslissen of we het doen. De ruimte ligt hier beneden, 130 vierkante meter.'' Het is een voorbeeld hoe het clubhuis is ingericht op mogelijkheden de kwaliteit van de club te verbeteren. Zo is er voor ouders die hun kinderen naar trainen brengen, een internet ruimte met leestafel. Hagendijk: ,,Kunnen ze een uurtje Trouw lezen als hun kinderen trainen.''

Deel dit artikel