Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mark Rutte: 'De politiek loopt achter de ontwikkelingen aan'

Home

Mark Rutte en minister-president

Mark Rutte: 'Ook over tien of twintig jaar hebben we een solide AOW'. © anp
Mark Rutte

De staat weet niet precies wat goed is voor de burger. Die neemt steeds meer de zaken in eigen hand. De politiek loopt achter die ontwikkeling aan, stelt premier Mark Rutte.

Willem Drees, minister-president van 1948 tot 1958, was zeer realistisch over de rolverdeling tussen staat en samenleving. Een realisme dat doorklinkt in zijn voorkeur voor de term 'waarborgstaat' boven het begrip 'verzorgingsstaat'.

Drees heeft zich tijdens de wederopbouw sterk gemaakt voor de verzorgingsstaat in materiële zin: een basisinkomen voor ouderen en zieken, eten op tafel, een dak boven je hoofd. Pas later, na zijn afscheid als minister-president, kwamen er allerlei regelingen en voorzieningen bij in de thuiszorg, op sociaal-cultureel terrein en in het welzijnsbeleid.

Samen-leven
Het debat over de grenzen van de verzorgingsstaat wordt al gevoerd sinds de oliecrisis van 1973. Dat debat lijkt soms alleen over de kosten te gaan. Maar daar zit een laag onder. In essentie gaat het altijd om de vraag naar de manier waarop onze samenleving functioneert als samen-leving. Met een streepje ertussen. Wat doet het collectief? En wat doen mensen zelf en samen met anderen?

Dat is in eerste instantie een normatieve en ideologische kwestie en pas daarna een financieel vraagstuk. Het gaat om het bezielend verband. 'Bezielend' in de zin dat de kracht van de samenleving uit mensen zelf komt. Zonder dat de staat of een andere instantie het oplegt. Hoe meer kansen mensen krijgen, hoe sterker ze in hun schoenen staan en hoe meer zij geneigd zijn goed voor hun omgeving te zorgen. Sterke mensen maken samen een sterk land.

Dat bezielende verband, dat is er. Ondanks alle terechte zorgen van mensen over wat ze om zich heen zien gebeuren. En ik geloof dat ieder weldenkend mens in Nederland de grote maatschappelijke betekenis van die sterke maatschappelijke binding erkent en waardeert. Er is op dit moment een fundamentele verandering gaande in de manier waarop we in Nederland samen vorm geven aan het bezielend verband. Mensen veranderen, de sociaal-economische situatie verandert en ook de technologische mogelijkheden veranderen. De samenleving van vroeger, waarin anderen wisten wat goed was voor jou, bestaat niet meer. Er is veel in beweging. Vaste verbintenissen en hiërarchie doen er steeds minder toe. De verschillende netwerken waarin mensen functioneren en de emotie van het moment worden belangrijker. Mensen organiseren in die verandering steeds meer zelf en nemen zaken in hun omgeving in eigen hand. Niet omdat het moet, maar omdat het kan en omdat ze het willen. Ik vind dat een positieve ontwikkeling. En mijn stelling is dat de politiek eerder achter die ontwikkeling aan loopt dan er de aanjager van is.

Lees verder na de advertentie

 
Mensen organiseren in die verandering steeds meer zelf en nemen zaken in hun omgeving in eigen hand. Niet omdat het moet, maar omdat het kan en omdat ze het willen.

Sjablonen
De vraag die voorligt is nog steeds dezelfde als in de tijd van Drees: wat doen mensen zelf en wat mogen zij van de staat verwachten? De complexe netwerksamenleving van vandaag en morgen vraagt een andere rol van de staat. De staat is en blijft een schild voor de zwakken. En ook over tien of twintig jaar hebben we in Nederland een fatsoenlijke WW-regeling en een solide AOW.

Maar het zou onverstandig zijn om al die energie en al die initiatieven die uit mensen zelf komen in sjablonen te gieten en in regels te vangen. De kunst is vooral om niet in de weg te lopen en een luisterende houding aan te nemen. Dan zal van geval tot geval blijken of en hoe de staat kan bijdragen aan dat bezielend verband.

De laatste weken is het woord 'participatiesamenleving' nogal eens negatief geduid, als een verkapte bezuinigingsagenda van het kabinet. Mijn antwoord: de ontwikkeling naar een participatiesamenleving is geen doel van beleid, maar een ontwikkeling die gaande is. Die kan ons helpen bij het houdbaar maken van onze publieke voorzieningen voor de toekomst.

Langdurige zorg
Met de toenemende zelfstandigheid van mensen neemt ook het probleemoplossend en zelforganiserend vermogen van de samenleving toe. En zeker in de huidige omstandigheden zou het heel onverstandig zijn om daar in het kabinetsbeleid niet op aan te sluiten.

Een voorbeeld zijn de plannen om langdurige zorg meer via gemeenten te organiseren - dicht bij mensen en gezinnen, waardoor de kracht van de mensen om wie het gaat en hun omgeving maximaal wordt losgeklopt. Maar een kip-ei-discussie is dit niet. Eerst is er de verandering in de samenleving en bij mensen, dus de mogelijkheden en de behoefte om meer zelf te doen. En het beleid richt zich daarnaar. In die volgorde.

Wat wij in onze tijd van Willem Drees kunnen leren, is dat grote maatschappelijke veranderingen gebaat zijn bij realisme, overtuigingskracht en een scherp oog voor ieders rol. De fundamentele ontwikkeling die we nu doormaken naar meer samenleving, en dus minder staat, vraagt om zo'n zelfde nuchtere blik en stapsgewijze aanpak. Laten we dat in Nederland vooral met elkaar blijven doen.

Dit is een samenvatting van de Drees-lezing die premier Rutte gisteravond in Den Haag heeft gehouden.

 
De laatste weken is het woord 'participatiesamenleving' nogal eens negatief geduid, als een verkapte bezuinigingsagenda van het kabinet.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie