Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Marcel Soesan is een van de 46 artsen die MC Slotervaart wil kopen: ‘Ons idealisme wordt afgestraft’

Home

Rianne Oosterom

Arts Marcel Soesan werkte al bij het MC Slotervaart toen het nog een gemeenteziekenhuis was. ‘Er was een gelijkwaardige sfeer: we deden alles samen, van keukenhulp tot chirurg.’ © Patrick Post

Marcel Soesan is een van de 46 artsen die het MC Slotervaart wil kopen. Het lijkt een stuiptrekking van het rode idealisme waar het ziekenhuis uit ontstond. 

Met de herfstzon op het grauwe ­beton is het Slotervaartziekenhuis net een laatste bastion waarin de troepen zich terugtrekken, nog niet klaar voor overgave. Posters om het failliete ziekenhuis open te houden, hangen op de deuren. De zonneschermen maken een palet van duivenstront zichtbaar. Op het rookvrije terrein wordt openlijk gerookt door personeel. Patiënten, op weg naar hun laatste afspraak, parkeren op verboden plekken.

Lees verder na de advertentie

Een van de bewakers van dit ontregelde fort is internist-oncoloog Marcel Soesan (59). In de hal van het ziekenhuis wordt hij aangeklampt door een patiënt. Huilend vraagt ze hem waar ze nu naartoe moet voor een behandeling. “Zo gaat het al de hele dag: verdrietige mensen die zich geen raad weten. Ik weet ook niet waar ik haar heen moet sturen.”

Met een bos bloemen onder zijn arm loopt Soesan door het hospitaal waar hij als broekie in de jaren tachtig zijn opleiding kreeg en nooit meer wegging. “We krijgen de hele week al bloemen en taart van ­patiënten”, zegt hij. Hij wijst naar de lichtblauwe muren: kaal zijn ze, vol lege spijkers. “Alle schilderijen zijn weggehaald.” 

Dit ziekenhuis is in de jaren zeventig opgericht voor minderbedeel­den: de onverzekerden, de hoertjes, de drugs­ver­slaaf­den

Marcel Soesan

Tranen

Soesan is een van de 46 medisch specialisten die bereid is om eigen geld in te leggen om het ziekenhuis over te nemen. Een realistisch plan is dat niet, dat geeft hij direct toe. “We zijn bij lange na niet kapitaalkrachtig genoeg om het ziekenhuis te kopen. En we zijn ook geen filantropen die er geld in stoppen om het nooit meer terug te zien.”

Maar als personeel zelf over de ­inhoud beslissen, dáár heeft de arts behoefte aan na jarenlang bestuurlijke malaise. De artsen kunnen alleen mede-eigenaar worden als een andere investeerder gebruikmaakt van hun aanbod, of als de gemeente ­Amsterdam besluit het ziekenhuis te redden. “Dat zou mooi zijn, omdat dit ziekenhuis in de jaren zeventig is opgericht als gemeenteziekenhuis voor de minderbedeelden: de onverzekerden, de hoertjes, de drugsverslaafden.”

Nu de dokter al een week lang spreekuur na spreekuur totaal ­onvoorbereid afscheid neemt van kankerpatiënten die hij al jaren ­behandelde – ‘tranen aan beide zijden’ – voelt hij zich des te sterker staan in de traditie van het ziekenhuis dat nooit bedoeld was om winst mee te maken. Sterker nog: vanaf het begin was duidelijk dat het MC Slotervaart een geval apart zou zijn.

Revolutionair

Het ziekenhuis was het geesteskind van de enige communistische wethouder die Amsterdam ooit kende, Harry Verheij. Het eerste seculiere ziekenhuis van Amsterdam moest de zorg voor iedereen toegankelijk maken. Revolutionair was dat de artsen niet in maatschappen werkten waarin zij per ingreep betaald kregen, maar in loondienst traden.

Personeel gaat niet in een pakketje van het ene naar het andere ziekenhuis in Amsterdam

Marcel Soesan

Dat trok een ander type artsen aan: idealisten zoals Soesan, niet geïnteresseerd in het grote geld dat te verdienen was in maatschappen. Waar de artsen in andere ziekenhuizen gerust een maatpak droegen onder hun witte jas, liepen ze in het Slotervaart in spijkerbroek rond met opgestroopte mouwen. “Er was een sfeer van gelijkwaardigheid: we ­deden alles samen, van keukenhulp tot chirurg.”

Het rauwe randje van het ziekenhuis was voor Soesan wel even wennen: “Je ziet hier alles wat van straat opgepakt wordt: verwaarloosde ­ouderen, daklozen met een ontsteking. Je kan zo’n dakloze niet naar een apotheek sturen om antibiotica te halen natuurlijk. Ik gaf ze gewoon een kuurtje antibiotica mee.”

Smeltkroes

Zo divers als de patiëntengroep, zo divers ook het personeel. “Een culturele smeltkroes”, noemt Soesan het. Er werken niet alleen veel mensen uit Amsterdam-West, maar ook uit de steden rond Amsterdam. “De familie die wij vormen, valt uit elkaar door het faillissement. Bijna alsof er een vliegtuig is neergestort.”

Dat de zorgverzekeraars nu praten over het ‘herverkavelen van ­patiënten’ en het ‘outsourcen van personeel’ maakt hem kwaad. “Personeel gaat niet in een pakketje van het ene naar het andere ziekenhuis in Amsterdam! Niemand vraagt ons hoe het zit. Verzekeraars zitten achter spreadsheets patiënten en personeel te verdelen. Ook de minister verdomt het ons even op te bellen.”

In de jaren negentig werd het Slotervaart van gemeenteziekenhuis ’s lands eerste geprivatiseerde ziekenhuis. De economie maakte een neerwaartse beweging en de ­gemeente wilde haar geld ergens ­anders in stoppen. Het ziekenhuis moest zichzelf bedruipen en vanwege de patiëntengroep is dat altijd moeilijk geweest, aldus Soesan. “Zo was het Slotervaart niet bedacht. Het doet veel pijn dat ons idealisme nu wordt afgestraft.”

Lees ook:

De zorgplicht geldt ook voor de financiers van het MC Slotervaart

Om de onmiskenbare schade voor duizenden patiënten te beperken is tijd en geld nodig, zegt klinisch psycholoog Miriam Goudsmit, die met andere medewerkers van het Slotervaartziekenhuis grote zorgen heeft over de reusachtige operatie.

Rond Slotervaart hangt altijd de geur van wanbeleid. Was daar ook sprake van?

Winst maken en uitkeren aan aandeelhouders, dat was ooit het plan van de ondernemers achter de failliete ziekenhuizen. Dat kwam er niet van. Maar was er ook sprake van wanbeleid in het ziekenhuis? 

Deel dit artikel

Dit ziekenhuis is in de jaren zeventig opgericht voor minderbedeel­den: de onverzekerden, de hoertjes, de drugs­ver­slaaf­den

Marcel Soesan

Personeel gaat niet in een pakketje van het ene naar het andere ziekenhuis in Amsterdam

Marcel Soesan