Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mano Bouzamour: Wolkers zou blozen bij mijn seksscènes

Home

Ally Smid

Mano Bouzamour © Merlijn Doomernik
Levenslessen

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Deze week: Schrijver Mano Bouzamour (27). Bouzamour werd na zijn eerste roman ‘De belofte van Pisa’ uit huis gegooid. In zijn tweede, ‘Bestsellerboy’, gaat hij na of zijn streng islamitische ouders wel zo enorm van hem verschillen. ‘Ik heb de religie verruild voor de fictie.’

1. Wees trouw aan jezelf

Lees verder na de advertentie

“Als ik schrijf, laat ik mezelf los. Ik voel me helemaal veilig in fictie, ik durf me volledig te uiten. Tegelijkertijd peins ik heel lang wat ik precies wil vertellen. Ik schrijf fictie die gebaseerd is op ervaringen uit mijn leven. Ik probeer de werkelijkheid om te buigen naar een geloofwaardig verhaal.

Tijdens het schrijven van mijn eerste boek ‘Belofte van Pisa’ dacht ik nog wel na over wat anderen ervan zouden vinden. Met dit tweede besloot ik: ik ga all the way, anders kap ik ermee. Die oprechtheid is het allerbelangrijkste, want de lezer heeft door als je dat als schrijver niet bent. Dat lees je tussen de regels door.

Dit schrijfproces was wel veel pijnlijker dan het vorige. Ik voelde meer druk van mezelf, van mijn lezers en van collega-schrijvers met wie ik bevriend ben geraakt, ik moest het kunstje nog een keer flikken. Ik heb gewroet in mijn onderbewustzijn, heb me maandenlang naar binnen gekeerd, de eenzaamheid ondergaan. Ik ben heel erg gaan beseffen hoe religieus ik ben opgevoed, hoe het in mijn systeem zit, al geloof ik niet meer. Ik heb de religie verruild voor de fictie. Grappig, eigenlijk lijken geloof en fictie veel op elkaar, beide draaien om het vertellen van verhalen. Ik probeerde tijdens het schrijven heel goed te bedenken waarin mijn ouders en ik verschillen en waarin we overeenkomen.”

Ik merk dat medetwintigers door hun smartphone soms in een andere werkelijkheid zitten

2. Smijt die smartphone soms even weg

“Dit boek heb ik grotendeels in het buitenland geschreven, ik had afstand nodig, moest weg uit het vertrouwde. Hier was te veel afleiding. Ik zat zelfs een tijd op Borneo. Maar ja, mijn uitgever achtervolgde me overal op mijn telefoon: ‘Mano, concentreer je en ga schrijven. Het moet af!’ Mijn eerste boek schreef ik nog op mijn kamertje in het ouderlijk huis, zonder smartphone, maar op een gegeven moment moest ik die aanschaffen van mijn redacteur, vanwege de lawine aan mails en publiciteit die over me heen kwam.

Nu heb ik me met dat ding verzoend en schrijf ik er zelfs mijn hoofdstukken op. Het werkt, als ik alle meldingen uitzet. Maar ik moet dus ver weg zijn, ik ben geen Starbucks-schrijver die in een drukke koffietent om de hoek zijn laptop openklapt en gaat tikken.

Ik merk dat medetwintigers, vooral jonge vrouwen, door hun smartphone soms in een andere werkelijkheid zitten. Zij willen aan het perfecte plaatje voldoen, vergelijken zich constant met bekende sterren. Ze zijn minder open. Ik heb dat in vijf jaar zien veranderen. Ja, zelf heb ik er soms ook last van. Klopt.”

3. Leef in je verbeelding

“In dit boek heb ik veel jeugdervaringen verwerkt. Ik was thuis de jongste zoon in het gezin van zeven kinderen, die altijd op pad werd gestuurd, het boodschappenjochie van de familie. Heerlijk vond ik dat, ik wilde altijd bij anderen binnen kijken of op straat zijn. Weg uit dat overvolle huisje in de Pijp.

Zo komt de hoofdpersoon Mohammed over de vloer bij de familie Ben Salah, waar hij dan iets moet brengen, het ruikt er altijd naar kaneel, bij de El Jacobi’s naar plastic, geen idee waarom, en de Zemouri’s hebben iets zurigs. Dat was echt zo, en het is heerlijk om te gebruiken in een scène. Net als het uitgewoonde kamertje van Mohammed nadat hij uit huis is gegooid vanwege zijn zogenaamd opruiende boek. De inhoud van zijn boekenkast hebben zijn ouders verkocht aan een kringloopwinkel en het kamertje is een voorraadkamer geworden. Met hoog opgetast de pakken couscous, suiker en flessen olijfolie naast de vrieskist vol bevroren stukken vlees.

In een scooteraanrijding met een imam in het boek kan ik heerlijk mijn kwaadheid kwijt jegens de Amsterdamse imam van de moskee waar mijn familie altijd komt, die mij in de ban deed na mijn eerste boek. Ik laat Mohammed op zijn scooter deze imam op de fiets aanrijden, waarna die even ligt te creperen. ‘Moet politie bellen. Moet verzekering bellen’, murmelt die dan. ‘Waarom, Allah waakt toch over je?’ zegt Mohammed. Hij pakt hem bij zijn baard en zegt: ‘Jouw dag is gekomen’. En hij scootert weg.

Alle woede moet er blijkbaar uit, van de klappen die ik kreeg op de koranschool als ik mijn teksten niet goed kende tot de haatdragende preken waar ik naar moest luisteren in die moskee.”

Ik provoceer natuurlijk en chargeer, dat is mijn goed recht als schrijver

4. Laat scholieren en Marokkaanse Nederlanders eens gaan lezen

“Ik heb veel scholen in Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland bezocht. En ik was zelfs in Colombia. Geweldig. In Nederland waren ze soms verbaasd dat ik de schrijver was die was uitgenodigd om ze wat te vertellen. Ziet een schrijver er zo uit? Ja dus. Ik kreeg na een paar dagen vaak berichtjes van scholieren dat ze door het lezen van mijn boek anders tegen Marokkanen in hun buurt aankeken.

Juist de conservatieve Marokkaanse Nederlanders hebben problemen met mij. En ik provoceer natuurlijk en chargeer, en dat is mijn goed recht als schrijver, maar ik geef de Marokkaanse Nederlanders ook een stem in een overwegend witte literatuur. Ik wil ze verheffen. Ik wil dat ze gaan lezen. Ze uit hun achterstand halen. In de hoop dat ze Nederland gaan omhelzen.”

Tekst loopt door onder afbeelding

© Merlijn Doomernik

5. Jaloezie legt de verhoudingen bloot

“Als mensen jaloers zijn op mijn succes, mijn eerste boek had 21 drukken, laat ze. Het legt vooral de verhoudingen bloot. Inmiddels heeft mijn oudste broer bedacht dat hij ook schrijver wil zijn (de broer die heel belangrijk was voor de ik-persoon in ‘De belofte van Pisa’, red.). Ik wens hem het allerbeste en veel succes.” 

6. Blijf leren

“Ik schrijf mee aan het scenario voor de film over mijn debuutroman met Robert Alberdingk Thijm, van wie ook het scenario was voor de tv-serie ‘A’dam - E.V.A.’. De meeste schrijvers bemoeien zich niet met de verfilming van hun boek - ‘ga er maar van uit dat het verkracht wordt’, zeggen ze dan - maar ik vind het fijn, ik kan zo bijsturen, en vooral: ik wil mijn verhaal overeind houden. Zo weet ik dat het niet klopt dat Mohammed naar zijn kamer wordt gestuurd als zijn vader boos is. Dat gebeurt in de Marokkaanse cultuur niet. Was het maar zo! Nee, onder het oog van de familie word je in de huiskamer gestraft door je vader, in de hoop dat de anderen er wat van leren.

Soms pakt Alberdingk Thijm een scène uit het boek en tilt die naar een ander niveau. Dan denk ik: waarom heb ik het niet zo geschreven? Zo goed. De opnames beginnen in september, weet je wie een van de hoofdrolspelers is? Hollywood-acteur Yorick van Wageningen.”

Ik woon nu op de mooiste Amsterdamse gracht, dat is beter dan een bovenhuisje in de Pijp, ja

7. Mekka is ook niet alles

“In mijn boek hunkert de oude vader van hoofdpersoon Mohammed enorm naar Mekka. En Mohammeds ultieme verlangen is het bestormen van de literaire wereld, het mekka van de fictie. Zijn vader gaat uiteindelijk op pelgrimstocht, net als mijn eigen vader deed. Hij kwam er trouwens doodziek vandaan. Ik zocht hem hier in het ziekenhuis op, nadat we drie jaar gebrouilleerd waren geweest.

Mekka viel hem zo tegen, vertelde hij, het was een enorme chaos, slecht georganiseerd, ze moesten urenlang in de brandende zon in de rij staan voor heel smerige toiletten… Terwijl hij er zo’n hemels beeld van had. Net zoals Mohammed droomde over die schrijverswereld, die ook niet altijd meevalt: geworstel, eenzaamheid, te veel feestjes, collega-schrijvers die zelfmoord plegen, de verwachting dat je als schrijver altijd gratis komt opdraven…”

8. Wees onafhankelijk

“Ik was de jongste van de jongens thuis. Als mijn moeder een schaal met eten op tafel had gezet, werden de lekkerste stukken vlees meteen veroverd door mijn broers. Ik moest opkomen voor mezelf. Dat zit er nog wel in. Net als mijn behoefte om mezelf te ontwikkelen na die achterstand. Ook financieel. Mijn hoofdpersoon Mohammed wil heel rijk worden. Ik wil een beetje rijk zijn. Ik huur inmiddels een appartement op de mooiste Amsterdamse gracht, dat is beter dan een bovenhuisje in de Pijp, ja. Maar ik streef er vooral naar onafhankelijk te zijn van anderen, in denken en doen, kunnen gaan en staan waar ik wil, en zeggen en schrijven wat ik wil.”

Ik hoop dat mensen over te­gen­stel­lin­gen heen stappen

9. Iedereen zoekt naar liefde

“De opdracht aan het begin van mijn boek luidt: ‘Voor mijn ouders die niet kunnen lezen - godzijdank’. Terwijl ik natuurlijk heel graag zou willen dat ze mijn boeken konden lezen. Als je als kind een tekening hebt gemaakt, laat je die meteen aan je ouders zien, toch? Dat is de essentie en het universele van mijn boek: die verhouding tussen kind en ouders. Het gaat bij niemand makkelijk, iedereen zoekt liefde en bevestiging bij z’n ouders, je loopt altijd deuken op, hebt sores met elkaar.

Wat nu mijn thuis is? De literatuur! Daarin ben ik mezelf en die kan ik overal mee naartoe nemen. Eerder was ik misschien meer maatschappelijk betrokken. Ik schreef in 2014 nog een vlammende column op de voorpagina van Het Parool tegen Geert Wilders vanwege zijn Marokkanen-uitspraak.

Een van mijn meelezers noemde ‘Bestsellerboy’ een postpolarisatieboek. Dat klopt wel, ik hoop dat mensen over tegenstellingen heen stappen. De antiracismediscussie houdt Nederland nu in een wurggreep. Ik denk niet in kleur. Ik ben een humanist, ik haat slachtofferschap en hou van verhalen, van vriendschap en liefde. En van schrijven over seks, ik denk dat Jan Wolkers had gebloosd bij mijn seksscènes. Net als hij benoem ik alles, beschrijf ik het liefdesspel tot in detail. Ook die avond dat ik Mohammed de liefde laat bedrijven in een kamer tegenover zijn ouderlijk huis. Hij kan de harirasoep van zijn moeder aan de overkant ruiken, terwijl hij een vriendinnetje bevredigt.” 

Mano Bouzamour

‘De belofte van Pisa’ (Prometheus, € 10) van Mano Bouzamour (Amsterdam, 1991) was de bestverkochte debuutroman van 2014. De 21ste druk is uit en de film-, theater- en hoorspelrechten werden verkocht. De roman verscheen ook in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Colombia. Deze week verscheen Bouzamours tweede: ‘Bestsellerboy’ (€ 19,99).

Hij groeide op in een Marokkaans gastarbeidersgezin in de Amsterdamse Pijp als jongste van zeven kinderen. Na de havo deed hij korte tijd een acteursopleiding. Vervolgens besloot hij zich aan het schrijven te wijden.

Bouzamour woont in Amsterdam en is sinds kort weer single, na een relatie van tien jaar met zijn schoolliefde.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Lees hier meer levenslessen.

Lees ook: Schrijver Mano Bouzamour zag uitstoting niet aankomen

Waarom fascineert schrijver Mano Bouzamour zo? Omdat hij op zijn 22ste al debuteerde? Omdat hij zo’n mooie jongen is, Marokkaans bovendien, die wèl kan schrijven? Of omdat hij in zijn debuut ‘De belofte van Pisa’ (2013) radicaal schreef wat hij wilde, zonder concessies te doen aan de Marokkaanse gemeenschap van zijn analfabete ouders?

Deel dit artikel

Ik merk dat medetwintigers door hun smartphone soms in een andere werkelijkheid zitten

Ik provoceer natuurlijk en chargeer, dat is mijn goed recht als schrijver

Ik woon nu op de mooiste Amsterdamse gracht, dat is beter dan een bovenhuisje in de Pijp, ja

Ik hoop dat mensen over te­gen­stel­lin­gen heen stappen