Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mag kunst dan alleen maar behagen?

Home

door Henny de Lange

De Rotterdamse schilder en tekenaar Co Westerik is tachtig geworden. Zijn 150 schilderijen zijn herkenbaar, maar niet in een stijl te vangen. Opvallend, omdat het gewone uitzonderlijk wordt. 'Als ik naar mijn werk kijk, zie ik mijn hele leven passeren.'

Het interview is nog maar net begonnen of Co Westerik grijpt de hand van de verslaggeefster. Met zijn wijsvinger glijdt hij over de aders die zichtbaar zijn onder de huid. ,,Kijk eens hoe mooi dat is.'' Hij buigt de hand naar het raam. ,,Prachtig hoe het licht erop valt.''

Of het nu de hand is die een lepeltje roert in de thee, de structuur van zijn eigen voetzool, natte grassprieten of de vacht van zijn hond, Co Westerik kan zich mateloos verwonderen over de gewone dingen om hem heen. ,,Vroeger dacht ik wel eens dat iedereen zó kijkt en de dingen waarneemt zoals ik ze zie.''

De Rotterdamse schilder en tekenaar Co Westerik kijkt met vrolijk priemende ogen de wereld in. Geen detail, hoe onbenullig ook, lijkt hem te ontgaan. Het zijn ook juist die alledaagse kleinigheden die zo'n belangrijke rol spelen in zijn werk. Deze week werd de kunstenaar tachtig jaar en dat wordt zaterdag gevierd met de opening van een tentoonstelling in museum Boijmans Van Beuningen. De expositie bestaat uit twee delen: er is een overzicht van zijn tekeningen en aquarellen uit de afgelopen vijftig jaar. Daarnaast heeft Westerik als gastconservator 45 schilderijen en beelden uit de collectie van het museum geselecteerd. ,,Ik heb gewoon gekozen wat ik mooi vind, een paar Van Goghs, een prachtige Weissenbruch, werk van impressionisten en wat moderne jongens. Er zit geen rode draad in of een diepere achtergrond. Bij Boijmans vragen ze daar ook steeds naar, maar die diepere credo's hoeven voor mij niet.''

De kunstenaar zit er wat onthand bij, letterlijk. De pink van zijn rechterhand kwam onder de loodzware lithopers terecht. ,,De pees die naar het laatste vingerkootje loopt, is geplet. Mijn pink hangt nu in een boogje maar volgens de dokter kan het ooit allemaal weer goed komen.'' De gespalkte pink roept onwillekeurig associaties op met zijn beroemde schilderij 'Snijden aan gras', waarop een vinger is afgebeeld met een snijwond, veroorzaakt door een scherpe helmgrasspriet. Westerik maakte het schilderij in 1965, gebaseerd op een persoonlijke ervaring in het Haagse Bos. ,,Ik had mijn fiets in het gras neergelegd, omdat ik in het bos wilde gaan schilderen. Daarbij bezeerde ik mijn vinger aan zo'n gemene scherpe grasspriet.''

Het schilderij werd beroemd en berucht tegelijk toen de Nederlandse Spoorwegen op initiatief van de Stichting Openbaar Kunstbezit de treincoupées gingen verfraaien met kunstreproducties. Veel passagiers stoorden zich aan 'Snijden aan gras': ze voelden zich onbehaaglijk bij de confronterende afbeelding. Er werden zelfs pleisters op de bloedende vinger geplakt. Toen de NS meer dan honderd boze brieven hadden gekregen over het werk van Westerik, werd de afbeelding uit de treinstellen verwijderd. De kunstenaar vindt dat nog steeds onbegrijpelijk. ,,Het ging niet eens om seks of het besmeuren van onze lieve Heer, maar om een alledaagse gebeurtenis die iedereen wel eens overkomt. Moet het dan zo zijn dat kunst alleen maar mag behagen?''

Het werk van Westerik is moeilijk in een kunsthistorische categorie onder te brengen, maar zelf noemt hij zijn werk realistisch, zij het met een vleugje surrealisme. Dat surrealistische zit 'em in de 'verheviging' en het opblazen van details. Het lijkt alsof de kunstenaar de wereld door een vergrootglas bekijkt: disproportie is een belangrijk expressiemiddel van Westerik en dat maakt zijn werk zo indringend. Op de vinger uit 'Snijden aan gras' zie je alle fijne structuren en de kleur bestaat uit talloze schakeringen roze. Westerik's thema's cirkelen altijd rondom geboorte, dood, ziekte of liefde. ,,Als ik naar mijn werk kijk, zie ik mijn hele leven passeren: van mijn eerste meisje die op een opklapbed ligt te slapen, mijn kinderen en het landschap bij mijn huis in Frankrijk.''

Hij heeft een fascinatie voor huid, vlees, gras en honden, vertelt hij. En dat is meteen een goede aanleiding om zijn 'vriend Pierre' voor te stellen, die elders in het huis bivakkeert. Pierre is een glanzendbruine Dogue de Bordeaux. Westerik kocht hem in het zuiden van Frankrijk, waar hij al jaren een atelier heeft midden in de bossen. De ene helft van het jaar werkt hij daar, de andere helft zit hij in Rotterdam. Pierre is al zijn vierde Dogue de Bordeaux. ,,Dit soort wordt helaas niet ouder dan een jaar of tien.'' Het ziekte- en sterfproces van zijn eerste hond, Bor, legde Westerik vast op het schildersdoek. ,,Ik heb heel veel van Bor gehouden en dan is het zo leuk om mensen die mijn werk kennen, nog over hem te horen praten.''

Het is niet zo dat Co Westerik onverwijld aan het schilderen slaat als hij wordt geboeid door een bepaald beeld, zoals de aders onder de huid van een hand of de manier waarop Pierre zijn kop op de vensterbank vlijt om naar buiten te kijken. ,,Alles moet zijn hebbing hebben, is mijn devies. Dat woord heb ik van mijn moeder overgenomen. Die gebruikte dat altijd als een bepaald gerecht nog niet helemaal klaar was.'' Als hij iets ziet dat misschien ooit een schilderij zou kunnen worden, wordt dat eerst in zijn hoofd opgeslagen. Dat beeld kan vervolgens leiden tot een snel schetsje, soms maar een paar lijnen, dat in een laatje verdwijnt. Sommige van die schetsjes belanden op een gegeven moment in zijn atelier, helemaal boven in zijn vijf verdiepingen tellende huis in het centrum van Rotterdam. Eindeloos lang duurt vervolgens het proces van uitwerken van de schets. Dat is nu eenmaal zijn werkwijze. ,,Heel langzaam bouw ik het op en onderweg naar het einddoel kom ik van alles tegen. Het komt ook voor dat ik gaandeweg begin te merken dat het stuk dat ik eerst mooi vond en bewonderde, er toch uit moet. Zo krijg je een veel belegener resultaat dan wanneer je heel snel werkt.''

Als het werk naar zijn smaak af is, zet Westerik het eerst in de woonkamer. ,,In het voorbijgaan vallen je vaak eerder dingen op die niet kloppen, dan wanneer het pontificiaal op de schildersezel staat.'' In dat stadium is ook het oordeel van zijn echtgenote en 'grootste fan', galeriehoudster Fenna de Vries, belangrijk. Pas na dit proces van 'uithangen', zoals Westerik het noemt, is het werk voltooid. ,,En dan vliegt het ook vaak meteen de deur uit.'' Want zijn werk wordt goed verkocht. Zijn vaste afnemers, onder wie kunstverzamelaar Frits Becht die al in 1956 het eerste werk van de toen nog onbekende Westerik kocht, moeten veel geduld betrachten. Westerik maakt per jaar niet meer dan drie schilderijen. Zijn oeuvre omvat nu zo'n tweeduizend tekeningen en 150 schilderijen.

Nooit heeft hij de neiging gehad om sneller te gaan produceren. Ook niet nu hij ouder wordt en de tijd om alle schetsen in het laatje nog uit te werken, steeds korter wordt? Daar moet hij even over nadenken. ,,De laatste paar jaar heb ik toch wat meer schilderijen gemaakt, vier of vijf per jaar in plaats van drie. Ik koester nog steeds dat langzame wordingsproces, maar ik word toch wat haastiger omdat ik nog zoveel zou willen doen, terwijl de eindkrijtstreep in zicht begint te komen.'' Lachend: ,,Nou praat ik alsof de dood me al op de hielen zit, terwijl ik nog heel vitaal ben.''

Voor de expositie die hij als gastconservator mocht maken in Boijmans, koos hij een paar doeken van Vincent van Gogh, zijn grote voorbeeld en belangrijkste inspiratiebron. Toen hij in 1942 naar de Koninklijke Academie in Den Haag ging, las Co Westerik de brieven die Vincent van Gogh heeft geschreven. ,,Ik ging naar de Academie omdat ik wel aardig kon tekenen. Maar door die brieven van Van Gogh realiseerde ik me dat ik dát ook wilde: mijn hele leven in dienst stellen van tekenen en schilderen.'' Zijn ouders, die een garagebedrijf hadden in Den Haag, hadden aanvankelijk weinig begrip voor de keuze van hun zoon. ,,Ze vonden dat ik maar beter een vak kon leren. Later, toen ik mijn eerste prijs won, waren ze natuurlijk toch wel trots, ook al vonden ze mijn bekroonde werk niet om aan te zien, zo lelijk.'' Ze waren niet de enigen: velen vonden zijn Visvrouw, waarvoor hij 1951 de Jacob Marisprijs kreeg, plomp en afstotend. Toen al had hij een voorkeur voor het buitenproportionele en wist hij gewone, ogenschijnlijk onbeduidende beelden uit de werkelijkheid een eigen betekenis te geven.

Over dat speciale 'oog' van Westerik is al veel gefilosofeerd. Vroeger dacht hij dat anderen ook zo keken naar hun omgeving. Als hij terugblikt op zijn leven, is één van zijn vroegste herinneringen die aan de garage van zijn ouders aan het Spui in Den Haag. Dan ziet hij zichzelf daar weer op zondag op zijn driewielertje fietsen. ,,Normaal was het daar een vreselijke herrie. Op zondag was het er doodstil en kon ik ongestoord rondfietsen tussen al die brullende broembroem-monsters, die er dan in mijn beleving als stomme koeien doodstil bij stonden. Dat beeld van die garage met dat jongetje op zijn driewieler tussen al die grote stille beesten, misschien is het daar wel begonnen.''

'Westerik in Boijmans', van 6 maart tot 9 mei in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De oeuvrecatalogus met tekeningen en aquarellen wordt uitgegeven door Walburgpers, ISBN 9057302896, 49,50 euro.

Deel dit artikel