Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Maarten van Nierop (1939-2018) ademde een filosofische cultuur die op weg is te verdwijnen

Home

Ger Groot

Columnist Ger Groot. © Trouw
Column

Filosoof Maarten van Nierop overleed afgelopen vrijdag op 79-jarige  leeftijd. In zijn studentenjaren volgde columnist Ger Groot zijn colleges. 'Van Nierop opende perspectieven waaraan ik nog niet gedacht had.'

Maarten van Nierop begon zijn colleges Duitse filosofie van de 19de eeuw niet met Hegel, Nietzsche of zelfs zijn geliefde Schopenhauer. ‘Lees eerst ‘Buddenbrooks’ van Thomas Mann,’ hield hij zijn studenten voor. Pas dan zouden ze voldoende voorbereid zijn op de ons vreemd geworden cultuur en geest waaruit het denken van die eeuw was voortgekomen. ‘En lees het in het Duits,’ voegde hij eraan toe: een advies dat dat al evenzeer de geest lijkt te ademen van een vervlogen tijd.

Lees verder na de advertentie
Mijn meest intensieve herinneringen aan hem dateren van de jaren ruim voor zijn professoraat

Afgelopen vrijdag overleed Maarten van Nierop op 79-jarige leeftijd. Na een lang ziekbed, zo meldde de rouwkaart; zijn gezondheid was nooit heel robuust geweest. Maar vele generaties studenten heeft hij geïnspireerd en voorgedaan wat het was filosoof te zijn. Niet door theatraal de pose van Rodins ‘Denker’ aan te nemen of rond te lopen met een diepzinnige frons. Maar vooral door alles waarover hij sprak en doceerde in de brede kring te plaatsen van de tijd, de geschiedenis, de cultuur en het milieu waarin het thuis hoorde. Door te laten zien dat niets zomaar op zich bestaat – en dat het complexe panorama dat zich dan ontvouwt snelle, eenduidige en gemakkelijke oordelen slecht verdraagt.

Maarten Van Nierop was niet alleen gevormd als filosoof maar ook als germanist. Vooral daaraan had zijn een fenomenale eruditie in kunst en cultuur te danken: het vakgebied waarvan hij tussen 1993 en 2003 als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam de filosofie doceerde. Mijn meest intensieve herinneringen aan hem dateren van de jaren ruim voor zijn professoraat. Ik woonde in het buitenland; om de zoveel maanden kwam ik terug naar Amsterdam om tentamen te doen over de stof die hij mij had opgegeven, en om daarna opnieuw met een koffervol boeken te vertrekken naar het zuiden.

Oeuvre

Tentamens waren het eigenlijk niet, eerder breed uitwaaierende gesprekken waarin Van Nierop perspectieven opende waaraan ik nog niet gedacht had. Perspectivisme: dat Nietzsche-woord was hem lief, zoals Nietzsche hem lief was – en meer nog Schopenhauer: de filosoof die afgedaan leek te zijn als een relict van een verstofte Biedermeier-cultuur. Van Nierop redde hem bijna eigenhandig van de minachting en de vergetelheid, door zijn studenten in te prenten dat je zonder Schopenhauer de 19de eeuw niet begrijpen kunt. En dus ook de 20ste eeuw niet, want zonder Schopenhauer geen Thomas Mann, geen Nietzsche, Freud of Wittgenstein – en dus ook niet al die andere meesters van het wantrouwen die hen volgden.

Eén raadsel hing er wel rond zijn persoon. Hij schreef meer dan Socrates, maar niet heel veel meer. Als het een keer lukte, vroeg je je af waarom hij al die schitterende eruditie en zijn gave van het woord niet gebruikte om een groot oeuvre te scheppen. Misschien zat zijn kennis hem in de weg en was het in eigen ogen altijd te mager wat hij probeerde te schrijven. Met grote moeite kwam zijn proefschrift tot stand: voornamelijk samengesteld uit eerder geschreven artikelen.

In de universiteit van vandaag had Maarten van Nierop dan ook geen schijn van kans gehad. Het criterium ‘Publish or perish’ had hem genadeloos van het eerste doorgeschoven naar het tweede: afgeschreven in een wrange betekenis van het woord. Nog wranger was het verlies geweest dat al zijn studenten nog bespaard is gebleven, dankzij een verlichter universitair ideaal dan het huidige. Een ideaal dat de kracht erkende van de klassieke leermeester die inspireert door het gesproken woord en zijn eigen tastbare aanwezigheid. Niet ‘wat’ maar ‘wie is de filosofie?’ is de vraag die hij beantwoordt nog voordat ze wordt gesteld.

Maarten van Nierop ademde een filosofische cultuur die binnen de universiteit op weg is te verdwijnen. Een cultuur die haar talen kent, in de literatuur de voorwaarde ziet voor de wijsbegeerte (en omgekeerd) en een docent leraar laat zijn zonder het keurslijf van internationalisering en ‘A-rated’ publicaties. Wat blijft is de herinnering: aan Van Nierop zelf, aan het academische en cultuurideaal waar hij voor stond, en aan de hardnekkige opdracht dat niet teloor te laten gaan.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Lees hier meer van zijn columns.

Deel dit artikel

Mijn meest intensieve herinneringen aan hem dateren van de jaren ruim voor zijn professoraat