Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

LUMP SUM FINANCIERING

Home

ESTHER HAGEMAN

Minister Ritzen hoort het woord 'faillissement' niet graag gebruiken, als het over scholen gaat. Maar vast staat wel dat de scholen - die in het middelbaar onderwijs voorop - grotere financiële risico's lopen dan ooit tevoren. Op papier zijn ze 'autonoom', hebben ze 'meer beleidsvrijheid' en heten risico's 'uitdagingen'. De praktijk is tobberiger en gebruikt zulke peptalk niet. “Wat het rijk met de ene hand geeft, neemt het rijk met de andere hand terug”, zegt een MBO-directeur. “Vroeger zou je een groep met 33 leerlingen onmiddellijk splitsen”, zegt een directeur in het voortgezet onderwijs. “Nu wacht je tot het allerlaatste moment.”

Toen kwam de lump sum-financiering. Eerst op de universiteiten en hogescholen, die er al lang tabak van hadden om - zoals Van Kemenade zei, ooit roerganger van de Amsterdamse universiteit - zelfs om toestemming te moeten vragen als er een grotere telefooncentrale nodig was. Na het hoger onderwijs volgden in 1991 de mbo-scholen.

Per augustus krijgt ook het voortgezet onderwijs lump sum-financiering, na een paar jaar wennen via een mildere versie ervan. Over twee jaar, in augustus 1998, is het ook zo ver voor de basisschool. Vanaf dan moet elke school in elke onderwijssector uitkomen met een vast bedrag.

In het middelbaar beroepsonderwijs gaat dat niet best, bleek eind mei. Management consultant Moret, Ernst & Young onderzocht dertig MBO-scholen en rapporteerde dat bijna één op de drie over 1994 een financieel negatief resultaat boekte. Een op de veertien scholen heeft ook geen eigen vermogen om dat op te vangen. Een onvoldragen rapport, gaf minister Ritzen als commentaar. Hij laat nu een nieuw onderzoek doen. Uit het voortgezet onderwijs kwamen de eerste protesten over de nieuwe stijl van financieren half mei los: bij sommige scholen scheelt het vijf procent inkomsten.

Voor ouders en leerlingen is een school nog altijd zo ongeveer wat hij altijd was: een instituut dat in onderwijs doet, en aan het eind van de rit in diploma's. Voor directeuren en adjuncten verandert het leven ingrijpend met de komst van de lump sum financiering.

N eem de Goudse Waarden, een brede scholengemeenschap in Gouda. Ze zijn er 'open' protestants (“De NCRV-gids en dagblad Trouw, zeg maar”, zegt rector drs. A. Holster) en ze zijn 'breed'. Dat betekent dat elke schoolsoort er in voorraad is, van individueel beroepsonderwijs tot VWO. De Goudse Waarden groeit. Hard, zelfs. Dit jaar had de school 2500 leerlingen, komend jaar zijn het er bijna 2700. Die zitten verdeeld over vier gebouwen die vroeger, voor de fusie, aparte scholen waren. Elk van die vier heeft een eigen directie. Holster is rector van het geheel. Drs. D. Roeleveld zit in de directie van een van de vier.

De Goudse Waarden is eigenlijk een bedrijf waar jaarlijks 20 miljoen gulden in om gaat. Daarvan is 85 procent bedoeld voor de salarissen en 15 procent voor al het andere. Gaat de lump sum-financiering Holster en Roeleveld meer vrijheid geven om dat geld uit te geven op de manier die hen, hun eigen situatie kennende, de beste lijkt?

Nou nee, blijkt uit hun relaas. De flapover van hun voordracht voor de medezeggenschapsraad, die er laatst over is bijgepraat, staat er nog. Het papier legt het stelsel uit. Hun toelichting bevat de beperkingen.

Kort nadat dadelijk het lump sum stelsel wordt ingevoerd, verandert een aantal normen. Nu krijgt een school z'n geld voor verwarming en schoonmaken naar gelang het vloeroppervlak: 16 gulden 75 per vierkante meter. Straks krijgt een school dat geld per leerling. Het kan dus van jaar tot jaar gaan schommelen. Wat ook verandert, dat zijn de normen voor de grootte van een lokaal. Een theorielokaal hoort straks 42 vierkante meter groot te zijn; daar wordt de vergoeding tenminste op gebaseerd. De lokalen van de Goudse Waarden zijn groter: 56 vierkante meter.

“Zo'n maatregel betekent”, zegt Holster, “dat het rijk leegstand niet langer oogluikend toestaat. Dat klinkt reuze efficient. Als schoolleiding moet je meer gaan schuiven met docenten en groepen. Maar dan vergeet je wat 'een eigen lokaal in een vast gebouw' voor een docent betekent. Groeit het VBO en loopt het mavo terug, dan krijg je het volgende probleem: hoe groepeer je de leerlingen zo dat het onderwijskundig verantwoord is èn m'n ruimtenood wordt gelenigd?”

Een tijdje terug hadden ze in Gouda de befaamde OCW-ambtenaar Bos, bedenker van een alternatief traject voor de hoge snelheidstrein, op bezoek. In het dagelijks leven gaat die over de huisvesting van scholen. “Wat zijn de lokalen klein”, had Bos gezegd - terwijl ze groter zijn dan de norm. Holster: “Toen heb ik maar gezegd dat ik een paar van de 32 leerlingen in zo'n lokaal weleens uit het raam hang. Leuke man verder hoor, die Bos - hij vindt nog eens wat uit. Maar wanneer zelfs een ambtenaar zo begint..”

Dat lakonieke, dat heeft J. Voorbraak, directeur van de MBO-school Walram College Sittard, niet zo. Zijn school (in 1990 nog 3600 leerlingen, dit jaar 3000) heeft allerlei kenmerken die het bestaan onder lump sum-omstandigheden moeilijk maken. Verhoudingsgewijs veel ouder personeel, bij voorbeeld. De 250 man personeel van het Walram College Sittard is gemiddeld eind veertig, en dat is een ander woord voor: duur. Vroeger maakte dat niet uit: het rijk betaalde de salarissen uit, basta. Tegenwoordig maakt leeftijd veel uit: een beginner is per jaar 30 duizend gulden goedkoper dan een ervaren docent, maar de school krijgt een standaardbedrag per docent.

Voorbraak is ronduit getergd over het verschil dat de overheid schept tussen de papieren vrijheid en de feitelijke beknotheid van een school. “Bij zoveel studenten heb je recht op zoveel docenten. Maar die norm is er alleen om het budget van de school vast te stellen. Dat suggereert: je kan eigen beleid maken. Maar als een docent ziek wordt en door iemand anders is vervangen, dan mag je de vervanger niet terugsturen naar het wachtgeld. Zolang je nog 'normatieve ruimte' hebt, mag dat niet. Ik mag zelfs niet eens zelf bepalen wie ik als vervanger neem. Je wilt een jonge, maar je krijgt een oude.” Voorbraak schat dat hij zo'n 15 procent meer kwijt is aan salarissen dan hij ervoor van het rijk binnenkrijgt aan vergoeding.

Of een ander voorbeeld.

Woekerend met het aantal docenten, krijgt een student op het Walram College Sittard minder 'contact-uren'. Dat is: minder klassikaal onderwijs, meer andere vormen. “Daar probeer je goede oplossingen voor te bedenken. Mag niet, zegt Ritzen: een student moet 850 uur les per jaar hebben. Dat zijn 25 tot 30 lessen per week. Maar dat kan niet, want ik heb mensen ontslagen. Te weinig geld voor de formatie geven, okée. Maar dan wil ik wel vrijgelaten worden in het aantal lessen.”

Ritzen, vindt Voorbraak, laat het allemaal maar gebeuren. “Nu laat hij nogmaals uitzoeken wat de situatie is. Alsof dat niet volledig duidelijk is: het gaat gewoon niet goed. Hij stapelt onderzoek op onderzoek, in plaats van in te grijpen.”

Het kan best zijn dat de standaardnormen over heel Nederland 'eerlijk' uitwerken, zegt Voorbraak ook. Maar in de praktijk is er een wereld van verschil tussen een groeischool met jonge docenten en een krimpende school met ouder personeel. De een houdt geld over, de ander komt tekort. “En dan zie je dat ook de solidariteit tussen de instellingen te wensen overlaat. Want als het 'macro' klopt maar 'micro' niet, zou je samen een fonds moeten vormen om de noodlijdende school te helpen. Maar dat voorstel is een paar jaar terug, in 1993, afgeschoten.”

Het is net als met een kikker die je in een pan koud water op een vuurtje langzaam verhit, zeggen Holster en Roeleveld. Die kikker laat zich gedwee koken. Een kikker die in een pan kokend water wordt gegooid, springt er meteen uit. Roeleveld: “Je vergroot de klassen niet in één stap van 25 naar 35 leerlingen. Die klas wordt elke keer een beetje groter, telkens om een andere reden. En je bent allemaal op jacht naar een manier om het te voorkomen. Je loopt je druk te maken over vreemde vragen, die allemaal met geld zijn verbonden. Zijn de gangen hier niet een beetje breed? Hebben we niet veel gangen in het gebouw? Kleine dingetjes hebben enorme financiële gevolgen.”

“Het middelbaar beroepsonderwijs is per school natuurlijk veel groter”, zegt Holster, “dus valt daar meer te schuiven. Maar over een jaar of drie, vier komen wij ook in hun situatie te zitten. Soms ben je er ontzettend agressief over. Maar dat helpt niks. De VVO, de vereniging voor het management in het onderwijs, liet laatst nog weer eens een ferm geluid aan Ritzen horen. Zijn reactie was heel kenmerkend. 'Ritzen gaf aan, zich te storen aan de agressieve toon van de VVO', las ik in het verenigingsblad. Kom nou toch man, denk ik dan.”

Deel dit artikel