Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Luister nooit naar je gevoel

Home

Elma Drayer

©Thinkstock

Aan de hand van amusante anekdotes en voorbeelden laat Nobelprijswinnaar Kahneman zien hoe ons verstand ons in de maling kan nemen. Zijn nieuwste boek getuigt van een jaloersmakende hoeveelheid kennis.

Altijd prijs is deze vraag: hoeveel dieren nam Mozes mee in de ark? Ook de bijbelvasten onder ons zullen vermoedelijk antwoorden: twee van elke soort. Zij zitten ernaast. Ze denken na te denken. Maar hun verstand ligt even een dutje te doen.

De zogeheten 'Mozes-misleiding' staat beschreven in 'Thinking, Fast and Slow', van de Israëlisch-Amerikaanse psycholoog Daniel Kahneman, inmiddels 77 jaar oud. Hij geldt als een van de grondleggers van de gedragseconomie - een wapenfeit waarvoor hij in 2002 de Nobelprijs voor de economie ontving, nota bene als niet-econoom. Het is zo'n boek dat je pas aan het eind van een lange, vruchtbare carrière in de wetenschap kunt schrijven: op bijna elke bladzijde getuigt het van een jaloersmakende hoeveelheid kennis, inzichten en ervaring. En dan is Kahnemans toon ook nog eens prettig relativerend - de genade van zelfspot viel hem goddank ruim toe. Geen wonder dat 'Thinking, Fast and Slow' in de Amerikaanse pers met veel gejuich en sterren werd begroet.

Verrassend vlot verscheen het vuistdikke boek ook in Nederland als 'Ons feilbare denken'. De titel is saaier, het omslag minder fraai (want typografisch minder subtiel uitgevoerd), de vertaling knarst hier en daar vervaarlijk, maar voor het overige mogen we de uitgever dankbaar zijn. Want wat een welkom boek, denk je al na een paar hoofdstukken. Zeker in dit post-stapeliaanse tijdperk. Terwijl de verzamelde psychologen nog nasidderen van de affaire rond de Tilburgse zwendelaar, is hier een collega aan het woord die wél behartigenswaardig onderzoek deed naar ons menselijk, al te menselijk gedrag.

Welbeschouwd gaat Kahneman dwars tegen de tijdgeest in. Wij horen immers niet anders dan dat we moeten afgaan op ons gevoel, dat we moeten luisteren naar die stem van binnen, dat we 'dicht bij onszelf' moeten blijven. Wie zich daarop beroept ('Ik voel het nu eenmaal zo') kan doorgaans elke tegenspraak de mond snoeren. Kahnemans boodschap is precies omgekeerd: ga nooit af op je gevoel - zeker niet als je belangrijke beslissingen hebt te nemen. Gevoelens zijn notoir onbetrouwbaar.

Iets als de veelgeroemde 'intuïtie' stelt in zijn ogen evenmin veel voor. De brandweercommandant die ineens roept dat iedereen weg moet wezen, waarna de vloer van het pand inderdaad instort, maakt simpelweg gebruik van ervaringswijsheid: hij heeft geen mysterieus zesde zintuig, maar 'herkent' onbewust dat er iets niet pluis is. En zelfs die intuïtie kan professionele beslissers op cruciale momenten in de steek laten. Te veel mensen hebben volgens Kahneman te veel zelfvertrouwen, waardoor ze het zicht op de werkelijkheid verliezen. Wie de berichtgeving over het gedrag van topbankiers en beleggers recentelijk heeft gevolgd, kan dat alleen maar beamen.

Maar, waarschuwt Kahneman, vertrouw van de weeromstuit ook niet op wat je als je gezonde verstand beschouwt. Wij zijn namelijk veel minder redelijke wezens dan we in onze hoogmoed geneigd zijn te geloven. Ook onze rationaliteit verdient permanente scepsis.

Beroemd in dit verband werd het 'Linda-vraagstuk', voor het eerst geformuleerd in de jaren tachtig door Kahneman en zijn te jong gestorven collega-onderzoeker Adam Tversky. Hoogopgeleide proefpersonen kregen een fictieve persoonsbeschrijving voorgelegd: Linda is eenendertig jaar, alleenstaand, openhartig, heel slim, afgestudeerd filosofe, en in haar studententijd deed ze mee aan protestmarsen. De vraag luidde: wat acht je waarschijnlijker? Dat Linda nu op een bank werkt? Of dat ze nu op een bank werkt en actief is in de vrouwenbeweging?

Een overweldigende meerderheid (85 procent) koos voor het tweede antwoord. Terwijl je op je vingers kunt natellen dat statistisch gezien de kans aanzienlijk groter is dat Linda behoort tot de veel omvangrijker groep bankmedewerkers zonder feministische sympathieën. De proefpersonen die kozen voor de eerste optie vielen in de valkuil van de 'conjunctiefout': ten onrechte meenden ze dat een combinatie van twee kenmerken (feministe en bankbediende) meer voor de hand ligt is dan één kenmerk. Wij vervangen, schrijft Kahneman, al te graag 'waarschijnlijkheid' door 'aannemelijkheid'. En die neiging kan onze oordeelsvorming lelijk beïnvloeden.

De theorie die Kahneman in 'Ons feilbare denken' ontvouwt klinkt even aantrekkelijk als werkbaar. Hij gaat ervan uit dat in het menselijk brein bij wijze van spreken twee personages huizen: Systeem 1 en Systeem 2. Het eerste is impulsief en intuïtief, reageert op indrukken, legt razendsnel causale verbanden - ook als ze er niet zijn. Dit systeem heeft de neiging om van alles wat er gebeurt meteen een coherent verhaal te maken, met een kop en een staart. Systeem 2 daarentegen is in staat tot reflectie, argumentatie, gedraagt zich voorzichtiger, rustiger, wil best langer nadenken. Om bijvoorbeeld te beseffen dat het Noach was die twee dieren van elke soort de ark in dirigeerde. En niet Mozes.

Helaas is Systeem 2 tevens aartslui. Het kiest dikwijls de weg van de minste weerstand, neemt maar al te graag klakkeloos over wat Systeem 1 hem tracht wijs te maken. Het is vóór alles gesteld op 'cognitief gemak'. En: "Een goed humeur drukt Systeem 2 naar de achtergrond; als mensen goedgemutst zijn, zijn ze intuïtiever en creatiever ingesteld, maar ook minder oplettend en ontvankelijker voor logische fouten." Wie een beetje zelfkennis bezit, kortom, zou volgens Kahneman tegen zichzelf moeten zeggen: "Ik ben vandaag in een goede bui. Ik moet er dus op letten dat Systeem 1 niet alle beslissingen neemt."

Niet overal blijft 'Ons feilbare denken' even meeslepend, in het laatste deel treedt een zekere vermoeidheid op. Maar het hoofdstuk dat Kahneman wijdt aan 'de illusie van onvermijdelijkheid' had ik toch niet graag gemist. Wij mensen, betoogt hij, willen er niet aan hoe groot de rol van het blinde toeval is, terwijl vrijwel alles wat er in ons bestaan er gebeurt aan elkaar hangt van domme toevalligheden. Zo wordt er over de firma Google een geweldig overtuigend verhaal verteld, waarin factoren als bekwaamheid en vooruitziende blik een glansrol krijgen toebedeeld. Het concept móést wel een succes worden. In werkelijkheid, aldus Kahneman, speelde toeval een veel belangrijker rol. En dus valt er uit Google's succesverhaal heel weinig te leren voor de toekomst. En dus valt er uit de geschiedenis überhaupt heel weinig te leren voor de toekomst.

Wij hebben veel wijsheid. Maar altijd achteraf.

Daniel Kahneman: Ons feilbare denken. Vertaald door Peter van Huizen en Jonas de Vries. Business Contact, Amsterdam. ISBN 9789047000600; 527 blz. € 29,95

Deel dit artikel