Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Loopbaan allochtone hbo'ers komt moeizaam op gang

Home

Van onze verslaggever

Minder contact met docenten en een gebrekkig netwerk. Dat zijn de struikelblokken voor allochtone hbo’ers op weg naar een baan op niveau.

Waar bijna alle autochtone hbo-studenten snel na het afstuderen meteen een baan op niveau vinden, blijven allochtone studenten met vijftig procent ver achter. Veel allochtone meiden accepteren daardoor eerst werk op mbo-niveau. Dat demotiveert ze echter niet omdat ze, volgens eigen zeggen, gewoon ’een langere aanlooptijd nodig hebben’, ervaring willen opdoen om dan door te groeien.

Dat staat in ’Diversiteit in Opleiding en Werk’, een studie naar de school- en arbeidsloopbaan van hoger opgeleide jongeren (de generatie-Y, geboren tussen 1977 en 1994) in Amsterdam. Het onderzoek werd gedaan door de psycholoog Martha Meerman, lector van de Hogeschool van Amsterdam, samen met Hafid Ballafkih, Melissa Imansoeradi en Marc van der Meer.

De ’valse start’ op de arbeidsmarkt van allochtone hbo’ers heeft te maken met omstandigheden en houding tijdens de studie. Niet-westerse allochtone studenten hebben minder contact met hun docenten dan autochtone studenten. Daardoor bouwen ze niet de goodwill op die ze nodig hebben voor het verkrijgen van leuke stageplaatsen en interessante afstudeeropdrachten. En dat is nadelig, want een stageplaats of afstudeeropdracht is vaak dé plek om aan een eerste baan te komen.

Naast de docent speelt ook het persoonlijke netwerk een grote rol bij het vinden van de eerste baan. Allochtone hbo’ers zijn vaak de eerste in de familie of vriendenkring die studeren, ze komen uit een laag sociaal-cultureel milieu en hebben ook na hun afstuderen doorgaans een vriendenkring met maar weinig hoogopgeleiden, zeker in vergelijking tot studenten die wel gestudeerde ouders hebben. Ze hebben daardoor veel minder contactpersonen in hoge managementfuncties, stellen de onderzoekers. „De niet-westerse vrouw heeft het laagste aantal autochtone mannen in het netwerk”, zegt onderzoeker Ballafkih.

Autochtone studenten gebruiken hun netwerk om zichtbaar te worden in de organisatie. Zo proberen ze in aanmerking te komen voor een baan of andere contacten, wees het onderzoek uit. Niet-westerse allochtonen gebruiken hun netwerk om te spiegelen. Ze zijn op zoek naar een klankbord dat kan vertellen wat voor opties er zijn en hoe het verder zou moeten. Omdat hun ’sociale kapitaal’ – steun in huiselijke omgeving, of ’kruiwagens’ bij familie of vrienden – hen daarbij niet kan helpen, komen ze vaak bij hun direct leidinggevende terecht. Daardoor is een eventuele interne promotie logischer dan een carrière elders.

Deel dit artikel