Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Lokale Agenda 21 niet overal bekend

Home

Van onze correspondente AMERSFOORT - “Wat is de lokale Agenda 21 precies? Niemand weet het!” riep P. Dordregter, directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, gisteren tijdens de conferentie 'Werken met de Lokale Agenda 21'. Toch heeft twintig procent van de gemeenten subsidie aangevraagd om een eigen Agenda 21 op te stellen.

Zo kan er samenspraak met de burgers komen over duurzame ontwikkeling in stad en dorp. De lokale Agenda 21 is een soort sociale vernieuwing op milieugebied, zei burgemeester R. Welschen van Eindhoven, tevens voorzitter van het Platform voor duurzame ontwikkeling. Het is milieubeleid dat stoelt op ideeën en initiatieven vanuit de bevolking. Het kan wat Welschen betreft worden ingepast in structuren die zijn ontstaan ten tijde van de stadsvernieuwing.

Het probleem is echter dat het directe belang dat burgers hebben bij de verbetering van het milieu - of beter: bij duurzame ontwikkeling - niet altijd even helder is. “De win-situatie is niet zo duidelijk als bij de verhoging van onze dijken, dus waarom zouden we het doen?”, aldus Welschen. Hij pleit ervoor terug te grijpen op de ethische discussie over duurzame ontwikkeling zoals die aan het einde van de jaren tachtig werd gevoerd, om zo de verschraling van het onderwerp tot een opsomming van wat niet is gelukt een halt toe te roepen.

Directeur-generaal H. Pont van het ministerie van Vrom benadrukte namens zijn minister dat de lokale Agenda 21 niet mag blijven hangen in een discussie met de bevolking. Gemeenten moeten een dialoog aangaan met hun bevolking om een draagvlak te creëren, maar Agenda 21 heeft tot doel concrete doelen en resultaten op te leveren. “Houdt het praktisch”, raadde Pont aan.

De basis voor de lokale Agenda 21 werd gelegd in 1992 tijdens de VN conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro. Daar werden 2 500 actiepunten op een rij gezet die voor tweederde op lokaal niveau moeten worden uitgevoerd. Die punten hadden niet alleen betrekking op het milieu, maar ook op de verhouding tussen Noord en Zuid. Dat onderwerp hoort terug te komen in de lokale Agenda.

In Rio werd afgesproken dat lokale overheden in 1996 over hun eigen Agenda 21 zouden beschikken.

In Nederland heeft twintig procent van de Nederlandse gemeenten voor 1 maart subsidie aangevraagd om tot een eigen Agenda 21 te komen, en daarmee is ons land in Europees verband geen koploper. Toch is P. van Tongeren, lid van de landelijke stuurgroep Lokale Agenda 21, meer dan tevreden. “De gemeenten konden subsidie aanvragen voor negen verschillende thema's. Je ziet dat energiebesparing hoog scoort, want in elk stadhuis zit een ambtenaar voor energiebesparing die een potje ziet om uit te plukken. Nergens zit een ambtenaar Agenda 21, en toch heeft twintig procent daar op ingezet.”

De wethouder uit Heiloo die gisteren naar de conferentie toog, omdat hij duidelijkheid wilde over de lokale Agenda 21 die hem 'geen moer zei', kreeg voorbeelden van gemeenten die er al mee werken.

Zo zijn er op verschillende plaatsen ecoteams in het leven geroepen, clubjes van een tiental vrienden die elkaar stimuleren om in acht maanden tijd te komen tot een duurzaam huishouden. De resultaten van hun inspanningen kunnen ze doorgeven aan een gemeentelijk meldpunt. Als in Den Haag 15 procent van de huishoudens in een ecoteam zou zitten, aldus een Lokale Agenda 21 van het Platform voor duurzame ontwikkeling, dan scheelt dat de gemeente 15 miljoen kilo restafval.

Deel dit artikel