Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Lijst met naaiateliers laat precies zien waar kleding gemaakt is

Home

Hans Nauta

Medewerkers van een kledingfabriek in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. © REUTERS

Nederlandse winkelketens hebben al hun naaiateliers in kaart gebracht om misstanden tegen te gaan.

Een nieuwe lijst met drieduizend naaiateliers in de wereld laat precies zien waar Nederlandse ketens zoals Zeeman, C&A, We en de Bijenkorf hun kleding vandaan halen. Als er klachten zijn over de omstandigheden in zo’n kledingfabriek - van kinderarbeid tot slavernij - is voortaan meteen te achterhalen welke bedrijven er zakendoen. Het gaat om de productielocaties van 64 bedrijven, goed voor 80 consumentenmerken en bijna 4 miljard euro omzet.

Lees verder na de advertentie

Het vandaag gepresenteerde overzicht is een belangrijke eerste stap in de uitvoering van het textielconvenant, dat precies een jaar geleden is gesloten onder aanvoering van minister Ploumen. Doel was het tegengaan van misstanden in de textielsector.

Door te weten waar precies wordt geproduceerd, zien we waar de risico’s op misstanden in de kle­ding­in­du­strie zitten

De lijst is samengesteld door de Sociaal-Economische Raad (Ser), die het textielconvenant ondersteunt. “De locatielijst is noodzakelijk. Door te weten waar precies wordt geproduceerd, zien we waar de risico’s op misstanden in de kledingindustrie zitten. Dat helpt bedrijven bij het aanpakken van problemen als kinderarbeid, milieuschade, mensenrechtenschendingen en dierenmishandeling”, zegt Jef Wintermans, coördinator van het convenant bij de Ser.

Klachtencommissie

Vandaag gaat ook een onafhankelijke klachtencommissie voor de textielindustrie aan de slag. De klacht kan worden ingediend door iemand die in een fabriek werkt, of door een vakbeweging of belangenorganisatie. De commissie onderzoekt of de klacht klopt en of de aanklager contact heeft gezocht met het betreffende bedrijf. Daarna wordt actie ondernomen. “In het convenant is afgesproken dat bedrijven doen wat binnen hun vermogen ligt om voor substantiële verandering te zorgen. De commissie spreekt hen daarop aan en doet een bindende uitspraak. Doordat de Ser precies weet welk bedrijf waar produceert, vormt de Ser de schakel tussen aanklager en bedrijf”, aldus Wintermans.

De Landelijke India Werkgroep, betrokken bij het textielconvenant, is tevreden over de resultaten tot nu toe. “Initiatieven in het verleden om misstanden aan te pakken waren kleiner en vrijblijvender”, zegt Gerard Oonk, directeur van de mensenrechtenorganisatie.

Deze lijst is een goede stap, zegt Oonk, “maar er zijn niet zoveel ateliers waar het katoen naar binnen komt en de textiel naar buiten gaat. In China zie je dat model vaker, in India is het ook in opkomst. Maar meestal is de keten versnipperd en vooral in de spinnerijen, weverijen en bij katoenleveranciers tref je soms vreselijke dingen aan. Indiase meisjes die voor drie jaar gebonden zijn aan een fabriek om hun bruidsschat te verdienen.” Komende jaren moeten ook deze toeleveranciers worden toegevoegd aan de database van het convenant.

In een land als India wil de overheid vooral de industrie overeind houden

Kwetsbaar

Zeeman is lid van het Ethical Trading Initiative en is daarom al bezig die diepere productieketen te analyseren, zegt Arnoud van Vliet van de winkelketen. “We weten waar en hoe onze producten gemaakt worden, maar er ligt nog een uitdaging om de toeleveranciers in kaart te brengen. Zodat we ook weten waar alle materialen, drukknoopjes en ritssluitingen vandaan komen.”

Verwacht niet al te veel van de overheid in een land als India, zegt Oonk. “Die wil vooral de industrie overeind houden.” In de voorbije halve eeuw werd steeds een ander land de lieveling van de textielindustrie: Taiwan, China, Bangladesh. Bedrijven zoeken goedkope krachten en omgekeerd biedt textiel laaggeschoolden de kans op te klimmen naar de middenklasse. Maar de arbeiders zijn dus ook kwetsbaar voor uitbuiting, slavernij, kinderarbeid.

Aan het textielconvenant doet nu bijna 40 procent van de Nederlandse markt mee. In 2020 moet dat 80 procent zijn. Het besef dat de textielsector moest veranderen, groeide na de instorting van de textielfabriek Rana Plaza in 2013 in Bangladesh.

Lees meer over textielconvenant dat vorig jaar werd getekend: Met een gerust hart nieuwe kleren kopen kan nog niet



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Door te weten waar precies wordt geproduceerd, zien we waar de risico’s op misstanden in de kle­ding­in­du­strie zitten

In een land als India wil de overheid vooral de industrie overeind houden