Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Liever de bijstand dan de kas

Home

REPORTAGE | FLEUR DE WEERD

Hard werken, weinig verdienen. Nederlanders zijn daar vaak niet voor te porren. Anderen wel. Trouw stroopte de mouwen op, nam de 'tomatenbus' naar het Westland en werkte twee weken in de kassen. 'Polen hebben een Westlandmentaliteit'.

Het is druk in de Transvaalbuurt om 7 uur 's morgens. Op de hoeken van de straten in de Haagse wijk staan groepjes mensen in capuchontruien te wachten op geblindeerde busjes die ze naar hun werk brengen. Ik sta voor café Pollo, een door Turken gerund café. Boven het café is een door Turken gerund 'Polenhotel' gevestigd.

Er komt een busje aanrijden. De jonge chauffeur draait zijn raampje naar beneden en steekt zijn krullenhoofd naar buiten. "Wacht je op een tomatenbusje? O. Dat doe ik niet. Snoeien is Polenwerk, ik doe glasvezel. Wij Turken zijn hogerop." En weg is de glasvezelbus.

Als mijn busje de hoek om scheurt bromt de - wederom - Turkse chauffeur 'goedemorgen' in het Pools. Hij herstelt zich. "Oh Nederlands? Ik spreek alleen Turks en Pools" en is vervolgens stil. Net als de andere tomatenplukkers die hij ophaalt: een man van een jaar of vijftig en een paar jongens en meisjes van in de twintig. De oudere man gaapt. Een knap meisje met een paardenstaart speelt met haar Samsung Galaxy S. Ze kijkt me niet aan.

"Bijna niemand hier spreekt Nederlands", vertelt Marcel van der Knaap (45) als we zijn aangekomen bij zijn bedrijf. Hij runt met zijn broer Richard (48) trostomatenkwekerij Rimato in Honselersdijk. Richard woont naast de kassen. Marcel een paar huizen verderop. Het is een van de grootste tomatenkwekerijen in de gemeente Westland met 146.000 vierkante meter aan kassen. Per jaar verkopen ze ongeveer 10 miljoen kilo tomaten.

Marcel en zijn broer zitten in de kantine, om hen heen zit hun personeel. Van de vijftig man zijn de meesten Polen, maar er zitten ook groepjes Oekraïners en Turken tussen. Ze zitten per nationaliteit verdeeld en drinken koffie uit kopjes met een tomaat erop.

Bedrijfsleider Frans de Smit (60) schuift zijn stoel naar achter. Hij introduceert me, een Pools meisje vertaalt zijn woorden. "Zij is journalist en komt hier twee weken tomaten knippen. Dat doet ze om te kijken hoe het is om jullie te zijn", zegt ze. Een paar meisjes giechelen. Marcel lacht. "Ben benieuwd of ze wel met jou praten."

De glastuinbouwsector staat onder druk, vertelt de kweker. Europese supermarkten willen groenten en fruit steeds goedkoper inkopen. Maar de kwaliteit moet ook hoog zijn.

"Toen kwekers zo'n tien jaar terug allemaal dezelfde goedkope tomaten leverden, werden die in Duitsland Wasserbomben genoemd. We zijn massaal overgestapt naar duurdere rassen. Wij verbouwen bijvoorbeeld het ras Merlice. Een stuk lekkerder, maar ook duurder per kilo zaadjes."

Vorig jaar kwam daar de EHEC-bacterie overheen. Toen moesten de Van der Knaaps ruim een miljoen kilo tomaten weggooien. Ze kregen maar een deel vergoed van de Europese Unie.

Van der Knaap: "Veel collega's bezuinigen op hun personeel en investeren niet meer in het zelf aannemen van personeel. Ze nemen goedkope uitzendbureaus in de arm die voor hen Polen regelen. Ik zou het graag anders doen, maar we hebben geen keus. Als de concurrent goedkoper werkt, delf ik het onderspit."

De bel is gegaan, de medewerkers ruimen hun kopjes op en haasten zich naar de planten. Het meisje met de paardenstaart kwebbelt tegen een collega in het Pools. Ze lopen Marcel verlegen voorbij als hij goedemorgen zegt. Zij spreekt prima Nederlands, fluistert hij. "Dat heeft ze via het uitzendbureau geleerd. Maar ze mag niet te veel met mannen praten van haar broer. Die werkt hier trouwens niet meer, hij gaf te veel problemen."

De Smit geeft me handschoenen en laat zien hoe het knippen gaat. Met een karretje rijd je tussen twee rijen tomatenstruiken door. De verse rode trosjes hangen op kniphoogte dus je hoeft niet te bukken om ze van de stam te halen met een snoeischaar. De rotte gooi je bovenop.

Het werk is niet moeilijk, maar snel knippen is toch een kunst. Als je meer kilo's per uur maakt dan gemiddeld krijg je een euro per uur loon erbij. In de kantine hangt een digitale ranglijst waarop je je stand kunt vergelijken met die van collega knippers.

Het gemiddelde is 700 kilo per uur. Op dag één heb ik 250 kilo per uur, laatste op de lijst. Op de derde dag sta ik op 400 kilo, een na laatste. Het is in de kas zo'n 25 graden, de zon schijnt. De Smit fietst tussen de tomatenplanten en zingt Bruce Springsteen mee op radio Veronica.

Dan hakt de spierpijn erin. Het mikken gaat lastiger en af en toe komt er een rotte tomaat terug in mijn gezicht. Als het paardenstaartmeisje me ziet ploeteren, lacht ze en kijkt dan weg. Rode derrie druipt over mijn shirt. Op vrijdag zak ik terug naar 360 kilo per uur. "Het is voor de gemiddelde Nederlander even wennen, dit werk", geeft De Smit toe.

Pavel Slosar (48) heeft er minder moeite mee. De Slowaak heeft lang krullend blond haar en is bevriend met iedereen. Anders dan de meeste medewerkers heeft hij er geen probleem mee dat hij met zijn naam in de krant komt. "Dit werk doe ik al tien jaar. Ik begon in Amerika, ging toen naar Engeland en kwam naar Nederland in 2008. Het beste land tot nu toe", grijnst hij.

Het was niet meteen geweldig in Nederland. "Ik werkte voor Otto Workforce" zegt Slosar. Hij trekt een vies gezicht als hij de naam van het uitzendbureau noemt dat meerdere keren in opspraak raakte omdat het de werknemers zou uitbuiten. "Dat was niet goed. Zij lieten ons met zijn allen in een vies huis slapen en betaalden niet op tijd. Toen ik bij Rimato terecht kwam, kreeg ik beter betaald. Ik huur nu een eigen huis met mijn vriendin."

Het is niet voor niets dat de Van der Knaaps er geen moeite mee hebben dat iemand twee weken op hun vingers komt kijken. Rimato is een voorbeeldbedrijf. De werknemers werken voor gekwalificeerde uitzendbureaus, hun identiteit is door een speciaal bedrijf doorgelicht. Ze krijgen volgens de glastuinbouw-cao betaald en sommigen krijgen Nederlandse les, aangeboden door het uitzendbureau.

Allemaal perfect in orde, maar ergens wringt het. De Smit zucht. "Den Haag en Rotterdam hebben samen zo'n 50.000 werklozen. Met zo'n cijfer heb je als bedrijf de verplichting te proberen met die mensen te werken."

Om die reden deed Rimato vorig jaar mee aan het bijstandsproject van de Rotterdamse wethouder Marco Florijn (sociale zaken). Hij wilde inspringen op de vraag naar personeel van tuinders. "Terwijl we vroeger een moreel appel deden op de tuinders om Nederlanders aan te nemen, sluiten we nu aan op de vraag die ze hebben. Als ze een bepaalde productiecapaciteit verwachten, gaan wij die invullen", stelde Florijn.

De wethouder liet zevenhonderd bijstandtrekkers met bussen naar de kassen vervoeren en huurde een uitzendbureau in om de potentiële nieuwe medewerkers te selecteren. Zij werden bij de kassen voorgesteld en mochten na een positief gesprek aan de slag. Rimato nam drie mannen.

Vandaag is Monique Barendse van uitzendbureau EG Personeelsdiensten in de kassen om het project te bespreken. Toen ze zich kwamen voorstellen waren toch enthousiast, vraagt ze. "Super", zegt bedrijfsleider De Smit. "Ze kwamen en leken het te menen toen ze zeiden dat ze echt wilden beginnen en geen zin meer hadden in de bijstand. Maar na een uur begon het zuchten. Na een of twee dagen hielden ze het voor gezien. Ze meldden zich ziek of kwamen niet meer."

Barendse knikt. "Dat hebben we ook van andere kwekers gehoord. Het blijkt lastig voor mensen die uit de bijstand komen ineens dit werk te doen. Het vroege opstaan, het busje, dat zijn obstakels. Daarom doen we het volgend jaar anders. De mensen worden eerst twee weken in één kas getraind. Alleen degenen die dat aankunnen, komen in aanmerking voor een proeftijd bij jullie. Kan ik opschrijven dat jullie volgend jaar weer meedoen?"

De Smit twijfelt. Bij een deelnemer aan het project was het er bijna van gekomen, vertelt hij Barendse. "Hij maakte het project af en we wilden met hem verder als hij nog één tandje bij zou zetten in de productie. Hij leek er plezier in te hebben, maar dat extraatje kon hij niet opbrengen. 'Mijn vrienden en familie hebben ook geen werk. Ze zullen het niet begrijpen', zei hij." De Westlander haalt zijn schouders op en schudt zijn hoofd.

De Smit heeft zichtbaar moeite met het mislukken van het project vorig jaar. "Weet je, wij doen ons best en krijgen er zo weinig voor terug. De gemeente deed niets met die jongens als ze niet volhielden. Ze hadden beloofd ze te straffen, maar ze werden nauwelijks gekort in hun bijstand toen ze gestopt waren." Hij denkt dat dit de reden is dat veel collega kwekers niet meer mee willen doen. "Je voelt je niet serieus genomen. Wij oefenen een vak uit en willen mensen die ook liefde voor het vak hebben. Of dat proberen te krijgen."

Er werken bij Rimato zeventig man in het hoogseizoen en ongeveer tien in het laagseizoen, enkele weken in de winter. Uitzendkrachten krijgen het minimumloon, conform de cao. Dat betekent dat plukkers die 40 uur per week werken, netto 1200 euro per maand verdienen. Dat is zo'n 300 euro meer dan een bijstandsuitkering. Daar doen de Nederlanders het niet voor. De Smit: "Blijkbaar werkt het gevoel nuttig te zijn in de maatschappij voor veel mensen niet."

Slowaak Slosar begrijpt de Nederlanders wel. Hij zit in de pauze met een zak krentenbollen van Lidl aan tafel met een paar Grieken en Oekraïners. "Ik snap wel dat ze liever thuis blijven als ze daarmee bijna hetzelfde verdienen. Ik heb geen keus." Hij heeft een vrouw en kinderen in Prešov, Slowakije. "Hier verdien ik vier keer zoveel als daar met hetzelfde werk. Ik hoop op beter werk voor mijn zoon en dochter. Dat ze dokter worden of zo. Dit is werk voor domme mensen."

Cindy Lasschuijt (38) noemt het een mentaliteitsprobleem. Ze is een van de vijf Nederlanders in vaste dienst en de enige die tomaten knipt. "Ik werk hier al sinds mijn elfde en ben eigenlijk niet weggekomen." Ze plukt twee dagen per week omdat ze twee kinderen heeft.

Lasschuijt praat nooit met de andere snoeiers, ze zit altijd bij de bazen aan tafel in de kantine. Waarom ze de enige Nederlandse plukker is, weet ze wel. "In de grote stad zijn ze anders. Ik kom uit het Westland en Westlanders willen altijd werken. Of het nou in de chrysanten of in de tomaten is."

Ook veel Polen hebben een Westlandmentaliteit, zegt Van der Knaap. "Ze zijn makkelijker dan Nederlanders uit de steden. Ze komen van het land, werken hard en zeuren niet." Nou ja, relativeert De Smit in de pauze. "We hebben wel eens problemen gehad met meisjes. Dat ging tussen een Griekse en een Poolse. De ene schold de ander uit, maar dat woord was in het Grieks veel heftiger dan in het Pools. Ze gingen elkaar te lijf, die hebben we dus moeten laten gaan. Toen hebben we nieuwe besteld."

De personeelsleider stemt uiteindelijk in met het voorstel van Barendse van het uitzendbureau. Rimato wil zo graag Nederlanders een kans geven dat het bedrijf ze positief discrimineert. Als die van volgend jaar het goed doen, zal De Smit ze een vast tijdelijk contract aanbieden. Blijven ze het goed doen dan krijgen ze een vaste aanstelling.

Zou dat voor mij gelden? vraag ik hem voorzichtig. Hij kijkt op het bord in de kantine. Mijn naam prijkt nog steeds onderaan, met 425 kilo per uur aan het eind van de twee weken. "Niet voldoende, maar de inzet is goed, bromt hij. Ik zou je wel aannemen. Maar de vraag is of je niet verdwijnt als je een stadsbaantje aangeboden krijgt."

Dit is het eerste deel van een serie over zwaar werk. De komende weken verschijnen de andere delen.

Deel dit artikel