Liefdesverdriet bedwingen met Boeddha en de Tao

home

Marije van Beek

J.B. Matto: 'Het beeld van de werkelijkheid dat we in het Westen hebben, maakt ons ongelukkig.' © Foto Mark Kohn
Interview

Geluk is in een relatie te vinden, denken wij. Maar volgens boeddhisten is het geluk niet te vinden, maar leidt het geluk de mens. Dankzij deze, en andere, oosterse wijsheden kwam schrijver J.B. Matto over zijn liefdesverdriet heen.

 
Voor de evolutie is geluk maar een bijzaak, om de soort overeind te houden
J.B. Matto

Tegen een bergrug van de Himalaya, in een steenkoud Tibetaans hostel, zat hij een nacht lang te wachten op een sms'je van zijn geliefde. Tevergeefs. Schrijver J.B. Matto (pseudoniem van Joost Bottema) was voor zijn werk een jaar in Azië, terwijl zijn partner in Amerika woonde. Toen de relatie strandde, hielpen boeddhistische en taoïstische levenslessen hem over het liefdesverdriet heen.

Matto (51) schreef er een boek over: 'Nieuwe Chinese plantenkunde'. In zeventig verhaaltjes heeft hij de inzichten verwerkt die hij opdeed in ontmoetingen met vrienden en collega's gedurende zijn jaar in Azië.

Ook Tibetaanse monniken droegen bij aan de levenslessen, toen hij een paar weken op vakantie was in Tibet. Dagenlang hadden zij op hem ingepraat over, zoals Matto het noemt, de 'zegeningen van onthechten'.

In eerste instantie waren de preken van de monniken nog langs hem heen gegaan. "Onthechten associeer ik met consumenten- en carrièrekwesties. Maar ik ben niet overdreven materialistisch of ambitieus, en voelde me dus niet echt aangesproken. Totdat ik mezelf daar 's nachts zag zitten, in de Himalaya, met mijn telefoon. Er valt veel te onthechten als het om de liefde gaat."

Matto belandde vervolgens in China, na een uitnodiging om les te geven op een kunstacademie in Chongqing. "Eerst dacht ik: leuk, Chongqing, nooit van gehoord, het is vast een klein plaatsje. Wat bleek: officieel is het de grootste stad ter wereld. Als daar je relatie stuk loopt, is de eenzaamheid nog groter. Het was ik en de Chinezen."

Wat leerden de Chinezen u?
"Vrijwel alles doen ze daar anders, maar uit elkaar gaan zeker. Allereerst: Wij grijpen meteen in als ons iets niet zint. Zij doen gewoon niets, of ze wenden zich af van hun geliefden. Het is ook typisch westers om je te vereenzelvigen met je gemoedstoestanden. Terwijl je je passies en emoties beter met enige verbazing kunt bekijken voor je er conclusies aan verbindt - zo zien boeddhisten het.

"Taoïsten kwam ik ook tegen. Een Chinese collega die door zijn vrouw aan de kant was gezet, zei bijvoorbeeld dat zijn verbinding met haar te strak was geweest. Er waren teveel regels en afspraken, gebaseerd op angst om elkaar kwijt te raken. Het moest wel breken.

"In het boek komt dat ter sprake, als de hoofdpersoon in een toren staat, die zonder lijm en spijkers is gebouwd, en gevaarlijk kraakt in de wind. Toch stort de constructie niet in. Dat is taoïsme. De stevigheid zoeken in de losheid. Het is het ene, maar het is net zo goed het tegenovergestelde. De kracht zit in de zwakte. Waanzinnig diepe teksten, vind ik."

Staat 'liefde' in het boeddhisme niet voor iets ongewensts, voor gehecht-zijn?
"Ja, boeddhisten spreken liever van compassie of vriendschap. Liefde doet er niet toe in het boeddhisme. Wij denken: iemand anders gaat mij gelukkig maken. Zij zien het zo: ik heb iemand, en daar vorm ik een eenheid mee. In het westen moet je altijd een ander voor je winnen. In het oosten zoeken ze overwinning op zichzelf. Het beheersen van hun impulsen zien ze als kunst.

"Wat ook heel westers is: Toen de eerste barsten in mijn relatie kwamen, begon ik met analyseren. Steeds had ik weer een nieuwe visie op wat er mis was gegaan. Eerst was de ander de boosdoener. Die was niet flexibel genoeg, te eigengereid, zo werkte ik een hele lange lijst af. Ten slotte vroeg ik me af: waarom kun je überhaupt uitgekeken raken op iemand? Hoe kan het dat geluk steeds weer eindigt?

"Dat komt, ontdekte ik, omdat we geluk zien als iets dat in een relatie te vinden is. Maar volgens het boeddhisme leidt het geluk de mens, en niet andersom."

Dat besef maakt liefdesverdriet toch niet meteen draaglijker?
"Bij mij wel. Het beeld van de werkelijkheid dat we in het Westen hebben maakt ons ongelukkig."

O ja?
"Het stuklopen van mijn relatie was echt een heftige ervaring. Het was zo erg dat ik geen zin had om nog verder te leven. Dat iemand mij niet meer wilde, maakte me totaal gek. Boeddhisten zeggen: kijk er gewoon anders naar. Denken maakt ons ongelukkig. Kijken naar heel ingewikkelde rituelen, zoals uit het Tibetaans boeddhisme, helpt me mijn eigen kronkels te ontwarren."

Waarom hielp nuchter verstand niet?
"Nu, drie jaar later, denk ik zelf ook: wat was er toen ook al weer? Het klinkt natuurlijk absurd, dat ik niet meer verder wilde. Als ik boeddhistischer en onthechter in het leven had gestaan, zou ik minder diep gezonken zijn. Met het boeddhisme kun je jezelf verlossen uit de waanzin. Ik geloof dat de dagelijkse werkelijkheid een illusie is - en ook je hele ego is één grote inbeelding."

"Het is moeilijk om verlies te verwerken met een rationalistisch wereldbeeld. Ik ben humanistisch opgevoed. Denken en lezen, dat was bij ons thuis het antwoord op alles. Maar ik kwam moeilijk mee, lezen doe ik nog altijd heel langzaam. Ik had plaatjes nodig en verhalen, maar daarin voorziet het humanisme niet. Misschien kom ik daarom wel bij de oosterse religies uit.

"Voor alles wat een mens zich kan inbeelden zijn er beelden in het boeddhisme. Zo stuitte ik in Tibet op vreselijke horrorfiguren. Bedoeld om ontzag te wekken, dacht ik, en daar werd ik heel opstandig van. Maar het meisje met wie ik was, legde me kalmpjes uit: de beelden leren ons alleen maar hoe gek we onszelf kunnen maken. Het merendeel van ons ongelukkig-zijn produceren we zelf, door onze gedachten. Op die manier troosten juist die afschrikwekkende beelden mij, doordat ze inzicht bieden in de menselijke geest."

Is dat niet alsnog een simpel denktrucje?
"Natuurlijk. Zo noem ik het zelf ook in mijn boek. Volgens mij hebben Tibetaanse monniken gelijk als ze zeggen dat we geluk en ongeluk in ons zelf moeten zoeken, door meditatie. Ontsnappen aan je frustraties, simpelweg door niet meer te hunkeren. Meditatie is een soort neurosabotage. Heel ingewikkeld doen, om los te komen van de werkelijkheid. Het is niets anders dan het manipuleren van processen in je hersenen. Je zet de neurale straf- en beloningssystemen naar je hand, door in te zien dat plezier komt en gaat. Ook liefde."

Ongeluk hebben we aan onszelf te danken?
"Dat vroeg ik me ook af. Uiteindelijk klaag ik de evolutie aan als schuldige. Zo vergezocht is dat niet, biopsychologen zoeken de oorzaak van ongeluk ook in de mens zelf. Geluk is een bepaalde dosis dopamine, serotonine of endorfine. Die stoffen komen vrij als beloning na stress. Het plezier duurt echter maar kort. Een koekje eten, drugs gebruiken: het is allemaal tijdelijk. Verliefdheid duurt doorgaans nog het langst.

"Maar geluk houdt altijd op, en dat heeft een reden, denk ik. Anders zouden we ons bed niet meer uitkomen, of niet eens meer op zoek gaan naar een partner. Een nachtmerrie vanuit evolutionair oogpunt - want dan houden we op ons voort te planten. Hebben we eenmaal iemand gevonden, dan vindt de evolutie het vaak al snel weer genoeg, en is het aangename gevoel weg. Voor de evolutie is geluk maar een bijzaak. Om ons aan de gang te houden, onze soort overeind te houden. Een bijna thrillerachtige gewaarwording, vind ik."
J.B. Matto: Nieuwe Chinese plantenkunde. Wereldbibliotheek; 236 blz €17,90.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie