Liberale waan

home

door Theo Salemink

'De moderniteit als historisch project was zelf uiterst ambivalent en tegenstrijdig. De filosofen die nu roepen om een export van de moderniteit, desnoods met het geweer, hebben een slecht en selectief geheugen', vindt kerkhistoricus Theo Salemink. 'Moderniteit en liberalisme hebben een gruwelijke achterkant. Dan spreek ik nog niet eens over kolonialisme en imperialisme, noch over het geloof in de zending van de witte, Europese mens, al werd die ook ervaren als een heilige 'last'. Ik spreek over de fundamentele crisis van de Europese cultuur in het midden van de twintigste eeuw.'

Sinds 11 september 2001 dringt zich in het publieke domein een liberale waan op. De cultuur van het Westen moet beschermd worden tegen de gevaren van een achterlijke islam of een achterlijk islamisme. Dat schrijven filosofen, publicisten en politici van diverse snit, niet in de laatste plaats in Letter & Geest. Die cultuur van het Westen wordt christelijk en humanistisch genoemd, al is er verschil van mening over de verwevenheid van beide tradities. Ik noem het een liberale waan omdat onzichtbaar gemaakt wordt hoe omstreden en verdeeld de moderniteit in het Westen zelf altijd geweest is. Het onbehagen over de moderniteit is geen uitvinding van de islam, zij hoort tot de autochtone traditie van de cultuur van het Westen zelf.

Er wordt opgeroepen tot een nieuwe 'Kulturkampf' tegen de achterlijke islam of het islamisme. Een strijd om het behoud van de moderne verworvenheden. Ruim een eeuw geleden werd hier in Europa eenzelfde debat gevoerd, maar toen ging het niet over de islam, maar over de katholieke kerk. Als het eerste Vaticaanse Concilie in 1870 de onfeilbaarheid van de paus afkondigt, wordt dit in liberale kring ervaren als een fundamentele aanval op de moderne cultuur en de moderne liberale staat: katholieken zijn niet loyaal aan de natie/staat, maar aan de paus 'over de bergen' (ultra montes).

Rudolf Virchow, arts en leider van de liberale Vooruitgangspartij in de Pruisische landdag, gaat op 17 januari 1873 in de aanval. Vroeger, zegt hij, was de kerk draagster van humaniteit, nu is zij in haar ultramontane gestalte van dogma en pausdom een bedreiging voor de humaniteit en de vrijheid geworden. Wij moeten paal en perk stellen aan deze kerk. Het gaat hier, voegt hij toe, 'om een grote cultuurstrijd (Kulturkampf)'. Als het woord fundamentalisme al uitgevonden was, had men het zeker in de strijd geworpen.

De verwijten aan de katholieke kerk toen lijken verrassend veel op de verwijten aan de islam nu. Maar ook toen getuigden de verwijten aan de zogenaamde achterlijke katholieke kerk van weinig inzicht in de eigen wereld van het ultramontane katholicisme. In Nederland bleek dit katholicisme, in de gestalte van de zuil, zelfs één van de vroedvrouwen te zijn van de moderne, Nederlandse natiestaat van de 20ste eeuw. Over paradoxen gesproken. Het Duitse slagwoord 'Kulturkampf' -eenzelfde sentiment kan men ook in de liberale bewegingen in Frankrijk, België en Italië aantreffen- was ook blind voor de authentieke zorg die uit dit katholieke onbehagen sprak. Zorg om de gevaarlijke achterkant van het moderne liberalisme, zorg om de overmacht van geld en macht, om de Juggernaut die eenmaal in beweging mensen verplettert onder haar wielen.

Dit onbehagen is in de twintigste eeuw in de katholieke wereld, vooral in de jaren zestig en zeventig, een tijd weg geweest. Men zette de ramen open voor een dialoog met de moderne wereld. Het was de tijd van Aggiornamento. Dat bracht een zucht van verlichting binnen de kerk, zeker ook daarbuiten. De laatste jaren neemt het katholieke onbehagen, gevoed door de inzichten en initiatieven van de huidige, buitengewoon energieke paus Johannes Paulus II, weer toe. Dat blijkt uit de groeiende zorg over de mondialisering en de scherpe sociale tweedeling in de wereld, gekoppeld aan een voor liberalen moeilijk te verdragen zorg om aantasting van het 'menselijk milieu' (bijvoorbeeld in de discussie over euthanasie en abortus). Het gaat mij er hier niet om een beoordeling te geven van dit katholieke onbehagen tegen de geest van de tijd of van het katholieke Aggiornamento, maar beide bewegingen behoren tot de geschiedenis van de katholieke kerk en tot de geschiedenis van de Westerse cultuur zelf.

Katholieken stonden rond 1900 niet alleen met hun onbehagen. Was het niet de gereformeerde Abraham Kuyper die opriep tot een architectonische maatschappijkritiek, omdat hij meende dat de toenmalige maatschappij en cultuur een constructiefout bezat? Hij was niet begeesterd door de utopie van vooruitgang die in zijn tijd onder liberalen gangbaar was. Hij noemde in zijn toespraak op het Eerste Christelijk Sociaal Congres van 1891, het jaar dat ook de katholieke encycliek Rerum novarum gepubliceerd werd, de maatschappij van zijn tijd een 'aggregaat van individuen' en pleitte voor een organische maatschappij. Iedere christen moet zich aan de zijde van de sociale beweging plaatsen, schreef hij, en zich keren tegen het liberalisme. Daarbij wees hij ook op de kerk en op het mysterie van verzoening op Golgotha. Woorden die als fundamentalistische ketterijen moesten klinken in liberale oren.

Maar het waren niet alleen christenen die een onbehagen hadden in de geest van de tijd. Het waren ook socialisten en anarchisten. Zij zagen in de moderne tijd een kapitalistische moloch aan het werk die alles vernietigde wat van waarde was en sociaal was, zoals het al in het Communistisch Manifest (1848) stond. Noemde Marx het kapitaal niet een fetisj, een afgod, vergelijkbaar met het door de liberalen zo verafschuwde fetisjisme van de zogenaamde heidenen in Afrika? Riepen de socialisten van die tijd niet op tot een revolutie, waren zij niet aangeraakt door een begeerte naar een andere, betere wereld? Pleegden anarchisten geen aanslagen tegen de gevestigde orde? Als men de liederen en de teksten van de socialisten en anarchisten uit die tijd leest, krijgt men meer begrip voor de woede en haat van mensen in de Derde Wereld nu. Het pathos van toen was het pathos van een onvoorwaardelijk 'neen' tegen de moderne, westerse cultuur en haar zelfbegoocheling. Niet dat dit revolutionaire pathos samenviel met het religieuze onbehagen onder katholieken en protestanten, al zijn we weer vergeten dat er toen ook een sterke stroming van religieus-socialisme, later zelfs religieus-communisme, bestond. Een christendom dat vanuit een verlangen naar het rijk Gods op aarde een radicale optie voor revolutie verdedigde. En heeft er in de Derde Wereld ook niet een sterke traditie van bevrijdingstheologie bestaan die solidair was met revolutionaire bevrijdingsbewegingen?

Filosofen en historici hebben, in de traditie van de Frankfurter Schule en in reactie op de waanzinnige tijd van crisis, nazisme en wereldoorlog, al lang de dialectiek van de Verlichting zichtbaar gemaakt. De moderniteit en het liberalisme als historisch verschijnsel hebben een gruwelijke achterkant. Dan spreek ik nog niet eens over kolonialisme en imperialisme, noch over het geloof in de zending van de witte, Europese mens, al werd die ook ervaren als een heilige 'last'. Ik spreek over de fundamentele crisis van de Europese cultuur en samenleving in het midden van de twintigste eeuw. Over fascisme, nationaal-socialisme en op een bepaalde manier ook het nationaal-communisme in Oost-Europa. In al die gevallen ging het niet om een terugval in een voormoderne barbarij, niet om een marginale gebeurtenis. Deze moderne dictaturen en culturen kunnen niet begrepen worden zonder hun intense verworteling in het historisch project van de moderniteit zelf. De historicus Poliakov heeft in zijn beroemde boek De arische mythe blootgelegd hoe diep het modern racisme geworteld is in de antropologie van de Verlichting en het biologisch denken van het sociaal-darwinisme.

De filosofen die in Letter & Geest de moderniteit verdedigen tegen de dreiging van de islam of het islamisme zijn zich niet bewust van het hoogst dubbelzinnige karakter van de moderniteit zelf en van de Westerse cultuur als historische grootheid. Of het zou zo moeten zijn dat noch de katholieken, noch de gereformeerden, noch de socialisten en anarchisten, noch de vele andere groeperingen die door het onbehagen in de geest van de tijd aangeraakt waren, deel uitmaakten van de westerse cultuur. In een bepaald opzicht verdedigen deze moderniteitsfilosofen inderdaad deze reductie. Ze vatten moderniteit op als een normatief project van vooruitgang in menselijkheid en beschaving. In hun ogen maken katholieken en protestanten en socialisten en communisten pas deel uit van dit normatieve project als zij intern een 'Verlichting' doorvoeren. Hetzelfde eisen ze van de islam. De islam heeft behoefte aan een Verlichting, een Aggiornamento.

Dat is wel een erg smalle opvatting over de geschiedenis van het christendom van de laatste eeuwen. Alsof alleen het verlichte christendom het ware humane christendom is. Ik wil hier geen apologie voeren voor het orthodoxe christendom, maar het gaat mij te ver om het orthodoxe christendom buiten de moderne, westerse cultuur te plaatsen. Het is ook een teken aan de wand dat in de felle debatten over de westerse cultuur en de islam/het islamisme de 'achterkant' van de moderniteit niet gerekend wordt tot de eigen ambivalente geschiedenis van de westerse cultuur.

Symptoom van deze reductionistische visie op de islam is ook de onmacht om een realistisch beeld te geven van de feitelijke worsteling van de islam als religie en als sociale beweging -was de christelijke verzuiling ook geen sociale beweging? Een worsteling van de islam om zonder verlies aan identiteit, religieus en sociaal, zich een legitieme plek te verwerven binnen de Europese cultuur en samenleving van dit moment. Opmerkelijke en creatieve initiatieven vanuit de moslim-groeperingen worden nauwelijks waargenomen en zeker niet in de publieke discussie prominent besproken. Neem bijvoorbeeld de aanvaarding van een Islamitisch Magna Charta door de Raad der Moslims in Duitsland begin dit jaar. Het weekblad over de multiculturele samenleving Contrast, uitgegeven door de stichting Forum, publiceerde op 7 maart de integrale tekst. Gezien de discussie in de Nederlandse media had deze tekst als een bom moeten inslaan. De Duitse moslims aanvaarden de democratische rechtsstaat, de scheiding der machten (trias politica), verdedigen de Duitse grondwet en wijzen de theocratie af. Zij menen dat er een wisselwerking in de geschiedenis bestaat tussen de tradities van islam, christendom en Verlichting, en roepen op tot dialoog en integratie met behoud van eigen identiteit. Dit is toch een politiek feit van de eerste orde. Waarom komt dit feit niet op de voorpagina's van de kranten en in het Journaal op de tv?

Het is hier niet de vraag hoe we al die verschillende bewegingen in de geschiedenis beoordelen, maar het is wel van belang te beseffen dat de moderniteit als historisch project zelf uiterst ambivalent en tegenstrijdig was. De filosofen die nu roepen om een export van de moderniteit, desnoods met het geweer, hebben een slecht en selectief geheugen.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie