Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Levenslessen van rocker Jacob de Greeuw: Het is fijn om dingen los te laten

Home

Joris Belgers

© Merlijn Doomernik
Levenslessen

Het nieuwe album van Johan, de rockband rond Jacob de Greeuw (48) verschijnt volgende maand. De band hield er na een laatste prachtalbum in 2009 plots mee op. De Greeuw heeft er na een zware periode weer zin in.

Les 1 - Je maakt wat je maakt

Lees verder na de advertentie

“Ik keek altijd enorm op tegen andere artiesten. Wauw, hoe verzinnen ze dat allemaal! Waarom kan ik dat niet? Waardoor je gaat denken dat alles wat jezelf maakt troep is. Dat is zo’n valkuil. Intussen heb ik geleerd: je maakt wat je maakt. Niet wat iemand anders maakt.

Het voordeel van drie oudere zussen was dat we altijd de laatste platen in huis hadden

Ons laatste album verscheen in 2009. Een paar maanden later, als een mokerslag, had ik het gewoon gehad. Steeds hetzelfde rondje, steeds dezelfde mensen die zich ermee bemoeiden. Ik haalde er geen lol meer uit. Ik ben vrij impulsief en rigoureus: dan stop ik er gewoon mee.

Ik wilde andere muziek gaan maken dan Johan-liedjes. Iets met synthesizers, met soundscapes, ik was heel filmisch aan het denken. En dacht: misschien moet ik de knop om zetten en dat gewoon doen. Dus ging ik in m’n eentje achter mijn computer zitten rommelen. Alleen onbewust kwam ik telkens terug op dat aloude liedjesconcept. Het werden gewoon Johan-songs. Blijkbaar ben ik daar nu eenmaal goed in.

Dat heb ik maar geaccepteerd. En eerlijk gezegd heb ik nu veel meer lol in het maken van muziek. Die nieuwe plaat opnemen was geweldig om te doen. Ik voel me vrij, ik voel me los. Dat was wel eens anders.”

Les 2 - Kijk nooit op mensen neer

“Ik ben geboren en getogen in Hoorn. Mijn bouwjaar is 1969. Ik ben opgegroeid in een arbeiderswijk, zo’n echte rooie buurt. Mijn vader was stratenmaker. Door keihard te werken kon hij een eigen bedrijf beginnen. Ik heb drie zussen en een broer. We kwamen niks tekort.

Wel zag ik mijn vader weinig, hij werkte keihard, hij was vaak moe. Ik weet nog hoe blij ik altijd was als hij vorstverlet had. Dan konden we gaan schaatsen. Ik heb veel van hem geleerd. Kijk nooit op mensen neer. Beoordeel mensen op wat ze doen. Niet op waar ze vandaan komen.

Het voordeel van drie oudere zussen was dat we altijd de laatste platen in huis hadden. Als mijn moeder in huis bezig was stond altijd Hilversum 3 aan. Arbeidsvitaminen. Ik heb zo veel verschillende muziek uit die tijd gehoord, dat heeft me wel gevormd.

De soundtrack van die tijd? ‘Songs in the Key of Life’, van Stevie Wonder. Mijn zussen moeten die grijs gedraaid hebben, ik heb hem zo vaak gehoord dat ik er later fysiek misselijk van werd als ik hem weer hoorde. Nu vind ik het een van de waanzinnigste albums ooit - het is goedgekomen.”

Les 3 - Ambitie wordt overschat

“Mijn zus kocht een gitaar, zo’n oud krot, ze heeft er maar drie keer op gespeeld. Ik nam hem over. Op mijn achttiende zat ik in mijn eerste serieuze bandje. Met jongens van school. Zo ben ik er ingerold. Ik had nooit het plan om popmuzikant te worden. Ik dacht: alleen de heel groten komen op de radio.

Het is nooit zo uitgesproken, maar ik herinner me wel dat de sfeer steeds minder werd

In 1996 begon Excelsior, we waren met Johan een van hun eerste bands. We namen een demo op met Frans Hagenaars, in Weesp, die was toen net met Ferry Roseboom bezig Excelsior op te zetten. Ze vonden die single blijkbaar zo goed dat we meteen een album mochten maken. Binnen een paar weken hebben we het op plaat gekregen. Ik weet niet meer hoe, we waren heel gefocust, op een gegeven moment was het er gewoon. Ik vond dat echt te gek.

Ik ben nooit ambitieus geweest. Misschien ben ik te weinig ambitieus geweest. Als ik ambitieus was geweest had ik in de afgelopen 25 jaar misschien wel twaalf, in plaats van maar vijf albums gemaakt. Maar dan waren het misschien niet zulke sterke albums geweest. En je karakter verander je niet. Dat vind ik ook niet erg. Wel denk ik soms na over hoe het ook had kunnen lopen. Wat was er gebeurd als…”

Les 4 - Haal iets positiefs uit de duisternis

“Ons tweede album, ‘Pergola’, heb ik grotendeels in m’n eentje gemaakt. Ik zat toen echt in een donkere periode, had sowieso weinig contact met andere mensen. Uiteindelijk is die plaat het relaas geworden van de periode die eraan voorafging.

Ons debuutalbum was in New York opgepikt. We deden een tourtje door de VS. Een platenlabel wilde ons daar wel uitbrengen. Vraag niet hoe, maar het is helemaal ontspoord. Onze manager zat dag en nacht te bellen, advocaten erbij… maar goed. Het is heel jammer. We hadden kunnen werken met Seymour Stein, de ontdekker van Talking Heads, Ramones, Blondie. Met zo iemand werken was toch wel het summum. Maar dat ketste toen af.

Het kwam allemaal tegelijk. Mijn vader overleed vlak daarna, in 1997, ik was 27. Hij had kanker. Non-Hodgkin. Hij was anderhalf jaar ziek geweest. Hij was pas 60.

Ik had geen optredens meer staan. Er waren geen plannen voor nieuwe muziek. Het Amerika-verhaal was mislukt. Daar zit je dan, met je goede debuut. Er waren jongens uit de band gestapt. Ik neem aan dat ik op een gegeven moment onuitstaanbaar werd. Het is nooit zo uitgesproken, maar ik herinner me wel dat de sfeer steeds minder werd. Die jongens zullen gedacht hebben: ja, het is wel goed met je.

Ik klapte in elkaar en kreeg een heel zware depressie. Ik was altijd wel zwaarmoedig, maar het was er nooit zo uit gekomen. Ik herkende het ook helemaal niet. Ik schrok er heel erg van - ik werd bang. Wat is dit, dacht ik, volgens mij wil ik helemaal niet verder. Doodeng. Ik was zo de weg kwijt dat ik niet meer kon denken aan optredens of muziek opnemen.

Ik zat vooral thuis. Met mijn vriendin. Die heeft het heel goed opgevangen, die had wel door dat het mis was. Blijkbaar bleef ik liedjes schrijven, want die zijn later allemaal op ‘Pergola’ terechtgekomen. Iemand vroeg me laatst wanneer ik dat dan precies heb geschreven, maar ik kan me dat allemaal niet herinneren. Mijn toenmalige drummer Wim Kwakman heeft me er echt doorheen getrokken. Die zei: Kom op, dit is fantastisch wat je maakt. Ik hoorde dat echt niet.

‘Pergola’ is vernoemd naar de straat waar ik woonde. Voor toeristen is Hoorn prachtig, met zo’n mooi oud stadscentrum Maar net als elke provinciestad heeft Hoorn ook een enorme buitenwijk die er in de jaren zeventig is neergeplempt. Daar kwam ik natuurlijk terecht en er is niks mis mee als je gewoon gezond bent, maar ik woonde daar in een soort bunker. Een benedenhuis, helemaal van beton, er kwam helemaal geen licht binnen. Ik kwam alleen buiten om boodschappen te doen. Tja. Hoe gaan dat soort dingen.

In alle interviews, bij elk album, in alle recensies komt die depressie terug. Eerst vond ik dat heel erg. Ik dacht: dat ben ik toch niet? Maar eigenlijk ook wel. Ik denk dat ik die periode wel nodig heb gehad om de muziek te maken die ik maak. Ik heb er toch iets positiefs uit gehaald. Het is ook geen probleem meer om erover te praten. Mij is weleens gezegd dat ik ermee koketteer. In mijn gezicht. Maar hállo: mensen vragen er toch naar? Dan geef ik antwoord.”

Les 5 - Stop nooit zo maar met je medicijnen

“Achteraf... destijds voelde het als een eeuwigheid, maar eigenlijk viel het wel mee. Na een paar maanden ging ik al hulp zoeken. De medicijnen sloegen ook vrij snel aan. Dus ik kwam er weer uit. Maar je wordt na zoiets nooit meer zoals je daarvoor was.

Twijfel is goed, gezond, je moet altijd blijven twijfelen

Drie jaar geleden is het nog een keer zo hevig geweest. Toen had ik het briljante plan opgevat om te stoppen met mijn medicijnen. Want ik voelde me goed, waarom zou ik mijn hele leven die troep blijven slikken? Toen is het nog een keer heel hard teruggekomen. Doe dat dus nooit. Dat was enorm stom.

Er zijn gewoon doden gevallen doordat mensen zomaar met hun medicijnen stopten. Tegenwoordig gaat het goed. Ik zie het leven wel weer zitten.”

Les 6 - Blijf altijd twijfelen, maar niet aan jezelf

“Ik heb vooral geleerd beter te relativeren. Dat merk ik ook aan hoe ik nu in de muziek sta. In het verleden was ik altijd wel onzeker, erg bezig met wat mensen ervan vonden. Was het wel goed genoeg? Ook al kreeg Johan nog zulke goeie recensies, telkens zat dat stemmetje in mijn achterhoofd. Van jahaa, volgens mij besodemieter je de boel. Altijd die sluimerende angst dat mensen er doorheen zouden prikken.

Ik kon ontzettend aan mezelf twijfelen. Twijfel is goed, gezond, je moet altijd blijven twijfelen: aan wat je doet, aan de mensen om je heen, aan de politiek. Maar je moet het wel licht houden. Dat lukt tegenwoordig veel beter. Wat ook wel hielp, is dat ik intussen veel las over andere artiesten of schrijvers die ook bang zijn dat het publiek erachter komt dat ze maar wat aankloten.

Dat gevoel heb ik nog steeds, hoor. Een beetje. Maar inmiddels kan ik er wel om lachen.”

Les 7 - Neem serieus wat je doet, maar het leven minder

“Op een gegeven moment werd het wel vervelend dat we nooit echt doorbraken. Ik heb me daar een poosje druk om gemaakt. Als iedereen het zo goed vindt, waarom verkoop ik dan geen platen? Het leek mij gewoon eens leuk om een hit te hebben. In de top-10 staan: dat leek me lachen. Dat zie ik nu heel anders. Ik vind het hartverwarmend hoe er gereageerd werd toen we terugkwamen. Dat Paradiso binnen een dag was uitverkocht, Tivoli nu ook… dat doet me wel wat.

Ik ben een ontzettende loner en zit echt niet te wachten op aanspraak

Maar ik sta er lichter in dan vroeger. Er was voor mij een voorwaarde om verder te gaan met Johan: ik wil niks moeten. Ik neem het leven wat minder serieus, maar ben nog heel serieus in wat we doen. Ik zal niet over een maand zeggen dat ik er toch geen zin in heb.

Maar dat bandjesgedoe en de muziekindustrie? Dat van die hit? Dat geloof ik allemaal wel. Het is fijn om dingen los te laten. Ik heb er 25 jaar voor nodig gehad om daar achter te komen. Zo ga ik nu zeggen dat ik al nieuwe liedjes voor een volgend album klaar heb. Maar dat vertel ik de jongens van Excelsior natuurlijk niet. Dat lezen ze maar in Trouw. Prima. Zo’n relatie hebben we nu. Ik kan niet werken als er iemand met een zweep achter me staat. En dat weten ze nu ook.”

Les 8 - Ben deel van het geheel

“Ik word gelukkig van Amsterdam, waar ik nu woon. Ik ben een ontzettende loner en zit echt niet te wachten op aanspraak, maar ik vind het wel fijn dat het hier leeft als ik over straat loop. Dat ik weet dat er achter al die ramen allemaal mensen wonen met hun eigen verhaal. Die mensen hoeven niet bij me over de vloer te komen, maar ik ben wel blij dat ze er zijn. Als je in een cocon zit, in zo’n vinexwijk, als je niet meer buiten komt - dan lukt het je ook niet meer te relativeren. Je bent jezelf gek aan het maken. Het fijne van in een grote stad als Amsterdam wonen is dat je een heel klein deeltje bent van het grote geheel. Niet iedereen kijkt naar je of heeft een mening over je. Ik hoop dat dit zo blijft - dat daar niet aan getornd wordt.”

Jacob de Greeuw

Jacob de Greeuw (Hoorn, 1969) is zanger van rockband Johan. Zijn lerarenopleiding en een studie boekuitgeverij maakte hij niet af. In 1990 behaalde zijn band ‘Little Mary Big’ de finale van de Grote Prijs, waarna de band met ruzie uit elkaar ging. Zijn volgende band ‘Visions of Johanna’, vernoemd naar het Bob Dylan-liedje, zou overgaan in Johan.

In 1996 tekende ‘Johan’ bij het pas opgerichte Excelsior Records, en verscheen hun eerste titelloze album. Met ‘Pergola’ (2001) schreef De Greeuw een klassieker binnen de Nederlandse gitaarmuziek, opgevolgd door ‘THX JHN’ (2006) en ‘4’ (2009). In 2009, nog tijdens de tournee, stopte de band ermee. In januari kwam het nieuws van het nieuwe album: ‘Pull Up’, die begin april verschijnt. Later die maand volgen de eerste concerten, ook in het najaar staan al shows gepland.

Lees hier meer afleveringen van Levenslessen


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Het voordeel van drie oudere zussen was dat we altijd de laatste platen in huis hadden

Het is nooit zo uitgesproken, maar ik herinner me wel dat de sfeer steeds minder werd

Twijfel is goed, gezond, je moet altijd blijven twijfelen

Ik ben een ontzettende loner en zit echt niet te wachten op aanspraak