Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leven voor de vechtsport

Home

MARCO VISSCHER

“Weet je, als iemand in een film een trap in z'n buik krijgt en naar achteren vliegt, dan dacht ik altijd dat 'ie zich afzette met z'n voeten. Maar dat is niet zo. Hij zit gewoon met een koord aan z'n riem vast en als 'ie een schop krijgt, dan trekken ze aan dat touw. Geweldig toch.”

Als hij terugdenkt aan de opnames van Jackie Chans nieuwste vechtfilm begint Ron Smoorenburg (23) uit Nieuwegein helemaal te stralen. Superlatieven schieten tekort als hij voor de zoveelste keer vertelt over zijn debuutrol in Who am I, die in mei in de Nederlandse bioscopen te zien is.

“Een droom is uitgekomen”, mijmert Ron. Vroeger wilde hij al in vechtfilms meespelen. En toen kwam de filmploeg van de wereldberoemde kung fu-acteur en -regisseur Jackie Chan naar Rotterdam. Ron stuurde een demonstratievideo van zijn karatetrappen, kreeg een figurantenrol, maar werd zo goed gevonden, dat hij de eindscène met mister Chan himself mocht doen.

“Eigenlijk mag je op de set niet eens met Chan praten”, zegt Ron. “Maar soms zei ik wel eens dat ik meer kon dan wat in het script stond. Meestal was hij eigenwijs, maar soms luisterde hij toch. In de film zit nu ook een grap die ik heb bedacht, maar ik mag niet verklappen welke dat is.”

“Op de set heeft Chan veel tijd aan mij besteed”, vervolgt Ron. “Dan gaf hij me aanwijzingen hoe ik het beste kon staan of dat ik duidelijker moest laten zien dat ik pijn had. De eisen voor zo'n film zijn ook vreselijk hoog. Alles moet perfect zijn. Je kunt niet veel missers maken, want dan moet de scène overnieuw.”

Sowieso was Ron nogal onder de indruk van de hectiek op de Aziatische set. “Je kunt dan wel zenuwachtig worden, maar je moet gewoon je best doen. Dan dwing je vanzelf respect af. De teksten vond ik wel heel vervelend. Ik heb zelfs een keer het eten overgeslagen om op de WC voor de spiegel m'n teksten te oefenen.”

Bang om Chan te raken in een vechtscène, is Ron niet geweest. “Je moet klappen en trappen uitdelen op een centimeter van z'n gezicht. Dan kun je nog zoveel diploma's hebben of nog zo sterk zijn, als je geen beheersing hebt, lukt dat niet. Ik heb dit nooit geoefend, maar je moet zoiets gewoon aanvoelen. Dan komt het wel goed.”

Op een gegeven moment had Ron zoveel indruk gemaakt, dat hij de aanvankelijk gecaste acteur voor de eindscène verdrong en het script werd omgegooid om hém in die rol te krijgen. “Chan heeft me toen ook andere kneepjes van het vak geleerd. Hij nam me mee uit eten en bood een nieuw contract aan voor een andere film van hem, Police Story V. Z'n stuntdirector zei tegen me: ik wil je hebben, je kan het.”

Daarom gaat Ron volgende maand naar Hong Kong, waar hij zeker drie maanden vecht- en acteerlessen krijgt. Ook is Ron gevraagd voor een heuse actiesoap. Het verhaal: liefdes, ruzies, spanningen en intriges rond een kung fu-school.

In Police Story V zal Ron net als in Who am I de slechterik spelen, want Jackie Chan is en blijft de held van zijn eigen films. Maar Ron heeft al plannen om later zelf films te maken. “Dat is nu nog toekomstmuziek. Eerst wil ik hier in Nederland dingen voor televisie doen. De choreografie van vechtscènes in series als Baantjer of Goede Tijden Slechte Tijden. Die zijn nu nog niet zo goed. Ze werken met stuntmannen die vaak maar één of twee trucjes kennen.”

Sinds zijn elfde is Ron druk bezig het helemaal te maken in de vechtsport. Eerst judo, toen karate, later ook freefight, de omstreden vechtsport waarbij nauwelijks spelregels bestaan. “Dat freefighten doe ik niet meer”, lacht Ron. “Als ik m'n neus breek, kan ik een filmcarrière wel vergeten.” Een baan bij de politie heeft Ron ook al gemist, nadat hij tijdens zijn sollicitatiegesprek argwaan wekte door met een 'dik oog' te verschijnen, opgelopen tijdens een freefight-wedstrijd.

Daarom richt Ron zich nu op trainingen. En op stunts, want hij wil een complete acteur zijn. “Jean Claude van Damme kan alleen maar vechten”, weet Ron. “Die laat de stunts over aan een stuntman. Maar ik kan ook stunten. Ik heb nu een nieuwe: dan loop ik omhoog tegen een muur op, maak een salto achterover en geef een trap in de lucht. Die stunt is echt fantastisch.”

“Ik zat altijd al vechtfilms te kijken en technieken te imiteren”, herinnert Ron zich. “Dat vonden m'n vrienden bij de club wel leuk, maar ze namen m'n ambities nooit serieus. De meesten sporten gewoon voor de lol. Maar voor mij is het m'n leven. Op m'n 17e zei m'n leraar tegen me: jij kunt het, jij moet ervoor gaan. Toen ben ik erin gaan geloven. Ik ga haast nooit uit, ik drink niet, ik rook niet.”

Demonstraties op het marktplein, video's sturen naar Veronica ('ik kan karate doen op muziek'): in zijn schooltijd deed Ron er ook al alles aan om zijn ideaal te bereiken. Zijn karateleraar van vroeger gaf hem zelfs gratis bijlessen, omdat hij het talent in Ron had opgemerkt. Nu geeft Ron eens per week karateles aan kinderen en traint hij dagelijks twee uur.

“Op m'n werk” - Ron is grafisch ontwerper - “worden ze soms gek van mij. Ik heb tegen m'n baas gezegd: als ik een contract krijg voor een film, ben ik weg. Daar hadden ze op het werk ook al rekening mee gehouden. Ze zeiden tegen me: zoals jij ermee bezig bent, moet het gewoon lukken. Maar ik denk nu niet dat ik er al ben, hoor. Ik ga niet lanterfanten als ik straks in Hong Kong of Amerika zit. Ik wil steeds meer.”

Wat Ron ook zeker wil, is af van het slechte imago van de vechtsport en vechtfilms. “Ik hoop dat als kleine kinderen dit zien, dat ze op karate gaan. Niet om te meppen, maar voor de beheersing. Dat zie je ook op de vereniging. Daar komen agressieve kinderen, maar na een paar maanden veranderen ze helemaal: ze worden rustiger, juist doordat ze hun energie kwijt kunnen in zo'n beheerste sport. En de rustige kinderen die soms nog te verlegen zijn om je aan te kijken, die durven juist meer. Dat is het mooie.”

Deel dit artikel