Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leven naar Da Vinci's wetten

Home

HENNY DE LANGE

Om het karakter van een dier te vangen in een tekening, brengt Jan van der Kooi vele uren door in maneges en dierentuinen. Het resultaat doet denken aan oude meesters.

'Leonardo's leerling. Meestertekenaar Jan van der Kooi'. Zo kondigt Dordrechts Museum de tentoonstelling aan met tekeningen van Jan van der Kooi (1957). Dat schept hoge verwachtingen, want wie kan in de voetsporen treden van de zestiende-eeuwse Italiaanse tekenvirtuoos Leonardo da Vinci?

Zelf is Jan van der Kooi de laatste die zelfs maar de schijn zou willen wekken dat hij de genialiteit van Da Vinci kan evenaren. Laat staan overtreffen. Maar de Italiaanse meester is wel zijn grote voorbeeld. "Leonardo da Vinci was meesterlijk in alles wat hij deed. Hij leerde mij om altijd nieuwsgierig te blijven en de visuele werkelijkheid nooit als vanzelfsprekend te ervaren", zo formuleert Van der Kooi het zelf in de film die is gemaakt voor deze tentoonstelling.

Van der Kooi leeft al zolang hij tekent naar de wetten van Da Vinci - van jongsaf aan dus. Net als zijn grote leermeester besteedt hij heel veel tijd aan het bestuderen van zijn favoriete onderwerpen: dieren en landschappen. Hoe ziet een tijger- of paardenschedel eruit? Hoe werken de gewrichten? Hoe zit het met de plooien in de huid van een olifant? Hij werkt nooit met foto's of plaatjes. In plaats daarvan gaat hij naar de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht om er de anatomie van dieren te bestuderen en schetsen te maken. Ook brengt hij weken door in dierentuinen, maneges en het roofdieropvangcentrum Pantera. In de film zien we hoe Van der Kooi vanachter het gaas contact probeert te zoeken met een tijger door geluiden te maken en de neus van het dier te strelen. Hij zit zijn onderwerp bijna letterlijk op de huid.

Meer dan honderd schetsboeken heeft hij inmiddels gevuld. Bij elkaar beschouwt hij ze als zijn 'schaduwoeuvre'. Een schets suggereert iets vluchtigs en onbeduidends, maar voor Van der Kooi kan iedere nieuwe aanzet in krijt, potlood of inkt in principe het begin van de mooiste tekening uit zijn oeuvre zijn.

Op de tentoonstelling ligt ook een aantal schetsboeken opengeslagen. Ze geven een mooie beeld van hoe serieus hij zijn vak neemt. Bij een tekening van een katteskelet heeft hij gekrabbeld: "Schoudergewricht: beide dicht bij elkaar door de plaats van het schouderblad. Die zitten meer op de ribbenkast dan opzij".

Het gaat hem erom door te dringen tot de essentie. Dat betekent eindeloos schetsen om het dier in al zijn houdingen en uitdrukkingen vast te leggen. Want uiteindelijk gaat het hem niet om de perfecte anatomische weergave, maar om dat ene dier met zijn eigen karakter. Jan van der Kooi is pas tevreden als de verzorgers van het roofdieropvangcentrum de tijger herkennen die hij heeft getekend. "Je begint met het tekenen van een tijger, dan volgt de ondersoort, de Sumatraanse tijger, en uiteindelijk gaat het niet meer om een willekeurig exemplaar, maar om een individu met een eigen karakter."

De tijgers en orang-oetans die je in het Dordrechts Museum aankijken - of juist verveeld wegkijken - zijn dieren van vlees en bloed. Het is niet alleen de geweldige tekentechniek van Van der Kooi die de dieren zo levensecht maakt. Het knappe schuilt hem vooral in de wijze waarop hij hun karakter heeft weten weer te geven. Je ruikt haast 'de lucht van de roofdieren', om Frits Duparc, oud-directeur van museum het Mauritshuis te citeren. In de catalogus steekt hij zijn bewondering voor Van der Kooi's tekenkunst niet onder stoelen of banken. Dat krijg je alleen voor elkaar door je intens te verdiepen in een dier, je ermee te vereenzelvigen. Er hangen ook tekeningen waarin het zelfportret van Van der Kooi naadloos overloopt in een tijger- of leeuwekop, alsof tekenaar en dier één zijn geworden.

Zijn meest recente project zijn Friese paarden. Paarden durfde hij tot voor kort niet te tekenen, omdat een paard 'in onze genen' zit. De 'grootste stommerik' ziet volgens Van der Kooi of een paard in verhouding klopt. Dat maakt het tekenen ervan zo extreem moeilijk. Eindeloos bestudeerde hij paardeschedels en hun anatomie in de snijzaal. Ook werkte hij in maneges, net zolang tot hij - net als Leonardo da Vinci - een steigerend paard in twee minuten uit het hoofd kon tekenen.

En toch zie je dat geploeter niet af aan zijn tekeningen. Zo vlotjes en luchtig lijken de krijtlijnen op papier gezet. Maar wat zijn ze raak getroffen. Ook opvallend is hoeveel Van der Kooi durft weg te laten. De essentie van een tijger zit ook niet in een vel, ontdekte hij. Je kunt er een tekenen zonder gestreept vel, waarbij toch meteen duidelijk is dat het om een tijger gaat. Zijn dierenportretten doen daarmee denken aan dierenprenten uit vroegere tijden, met name aan de studies die Rubens en Rembrandt maakten van dieren.

De gedachte aan Rembrandt komt ook op het bij het zien van zijn Hollandse landschappen. Behalve dieren zijn landschappen de tweede liefde van Van der Kooi. En toch zijn het nooit pogingen om het werk van Rembrandt te imiteren. Je ziet eraan af dat Van der Kooi gewoon in een weiland is gaan staan en in een paar lijnen heeft vastgelegd wat hij er zo boeiend aan vindt en dat is vooral de ruimtelijkheid.

Met krijt voor de dierentekeningen en penseel en gewassen inkt voor de landschappen lijkt Jan van der Kooi op z'n best. Al schildert hij ook, vaak vensters waarbij de lichtinval een belangrijke rol speelt. Zijn schilderijen ontbreken op deze expositie. De kunstenaar zelf vond het jammer dat niet zijn hele oeuvre is te zien in Dordrecht. Zeker omdat hij maar zelden exposeert. Maar het is goed dat nu alle aandacht kan uitgaan naar zijn tekenkunst. Dat die keuze terecht is, wordt duidelijk als aan het eind een paar olieverven opduiken van Italiaanse landschappen. Hoe mooi ze ook zijn, ze missen het lichte en ijle en de rake lijnen van zijn getekende landschappen. Ze vallen wat uit de toon, maar dat is dan ook het enige smetje op deze tentoonstelling van Jan van der Kooi, die met recht een meestertekenaar mag worden genoemd.

¿¿¿¿

Leonardo's leerling. Meestertekenaar Jan van der Kooi. T/m 5 april in Dordrechts Museum. De catalogus bevat 100 tekeningen en 40 schilderijen, uitgeverij Thoth Bussum, € 34,50.

Deel dit artikel