Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leven als een feest

Home

FRANS DIJKSTRA

Isidorus Jonkers 1931-2016

Het liefst was hij in zijn lab nieuwe likeuren aan het mengen. Het plezier van anderen was zijn plezier.

Als er nergens een feest was, dan gaf hij er zelf een. Hij vierde het leven, tot in de kleine uurtjes. Wat hem betreft kwam er nooit een eind aan. Toen dat einde toch in zicht kwam, deinsde hij er niet voor terug. Het leek wel of hij de dood omarmde zoals het leven. "Het lijkt me wel spannend", zei hij toen hij nog maar enkele maanden te verwachten had.

Tegenslagen kregen geen vat op hem. Als hij al rimpels had, dan waren ze van het lachen. Hard werken was hem ook niet vreemd. Ook dat was een plezier voor hem, vooral omdat hij daarmee anderen een plezier deed.

Isidorus Jonkers werd vernoemd naar zijn grootvader die in 1878 een wijnhandel was begonnen in Tilburg. Zijn vader Frans zette die zaak voort en hij werd geboren in de woning boven de winkel in de Groeseindstraat. Hij kreeg nog een zus, Leny, en daarmee was het gezin compleet. Wel wat klein voor een katholiek milieu, maar bij hem thuis deden ze niet veel aan de kerk.

Zijn moeder stond in de winkel en ook de kinderen werkten na schooltijd mee in de zaak. Het was een donkere winkel, want drankzaken werden geacht de gordijnen dicht te houden. Achter de winkel was het magazijn waar wijn uit vaten werd gebotteld. Dankzij de overbuurman, die professor in de scheikunde was, leerde vader Frans de fijne kneepjes van het stoken en begon hij in het magazijn likeuren te maken. De jonge Is stond er met zijn neus bovenop.

Zijn ouders lieten hem vrij, maar hij vond het vanzelfsprekend dat hij na de mulo in de zaak kwam. Van zijn ouders leerde hij de klanten goed te onthalen. Dat deed hij graag. Zoals hij ook graag de clown uithing en mensen amuseerde met goocheltrucs. In de weekeinden ging hij wel met een groepje vrienden naar Breda om bij de terrassen muziek te maken. Hij speelde accordeon, later saxofoon en klarinet. Allemaal puur voor plezier.

Hij was 24 toen hij tijdens carnaval in Den Bosch viel voor een mooi meisje uit Vught, Korry van Riel. Op het vastenbal vroeg hij verkering en twee jaar later trouwden ze. Al snel kwamen er kinderen: Marian, Is junior en Yvonne.

Korry was de dochter van een broodbakker en kruidenier, en haar winkelervaring kwam van pas. Ze stond alle dagen in de slijterij, behalve zaterdag als ze het huis poetste. Dan ontving Is de klanten.

In Keulen volgde hij een leergang distilleren en hij was op z'n 33ste de jongste distillateur van Nederland. Kort daarna overleed zijn vader en werd hij verantwoordelijk voor het bedrijf. Zijn moeder bleef nog tien jaar in de winkel en ook zijn zus werkte mee.

Hij schreef zijn afgekorte voornaam Is. altijd met een punt erachter. Want hij was een geboren isigneur, zoals hij altijd zei. Het bedrijf Is. Jonkers draaide met drie Tilburgse winkels zo goed dat er op het industrieterrein aan de Kraaiverstraat een nieuwe distilleerderij werd gebouwd.

Daar was ook plaats voor de uitgebreide machinerie om advocaat te produceren. Die drank bestaat voor een derde uit eierstruif en dat vereist speciale behandelingen. Jonkers merk 'Chaamse Kip' werd vermaard, en hetzelfde recept werd gebotteld als huismerk van grote klanten. Ook in Duitsland en Engeland drong hij door, al moest de advocaat voor de Britse supermarktketen Sainsbury's vloeibaarder zijn.

Het liefst stond Is in zijn lab, met tientallen aardewerken potten waarin allerlei vruchten lagen te trekken in de brandewijn. Daar beproefde hij nieuwe likeurrecepten en alleen wat hijzelf echt lekker vond, maakte een kans op productie. Hij tekende zelf nieuwe etiketten.

Is was een echte ondernemer, maar Korry heeft hem menigmaal gewaarschuwd als hij te goed van vertrouwen was. Zijn motto was 'het is beter rijk te leven dan rijk te sterven'. Die spreuk hing ook op de wc.

Toch waaide het succes hem aan. Een transporteur die last had van zijn maag, mengde voor zichzelf een zacht kruidendrankje dat ook anderen lekker vonden. Hij vroeg Is om een recept te maken dat op grotere schaal kon worden gebruikt. Zo ontstond de kruidenbitter Schrobbelèr, genoemd naar het oude Tilburgse beroep van wolreiniger.

In 1975 kon Is zijn zaak goed verkopen aan de Schiedamse distillateur Dirkzwager, die bekend was met zijn jenever Florijn. Aanvankelijk bleef Is gewoon doorwerken in zijn vertrouwde bedrijf. Later ging hij vier dagen per week met de trein naar Schiedam, waar hij tot zijn 65ste nieuwe dranken ontwikkelde.

Is had niet alles verkocht. Oude ketels en gereedschappen had hij gehouden. Daarmee richtte hij een likeurmuseum in, dat in 1983 onderdak vond in een voormalige geluidsstudio in de bossen van Hilvarenbeek. Toen dat succesvol was, verhuisde het museum naar een voormalige school in het centrum van de plaats. Dochter Yvonne werd er conservator. Is bleef zijn collectie uitbreiden met wat hij kon vinden op beurzen en in oude distilleerderijen. Er kwamen busladingen vol bezoekers, die allemaal zijn likeuren konden proeven. Daarvoor had hij een eigen distilleerderijtje aangehouden.

Is was altijd te vinden voor vertier of een prettig gesprek. Met zijn goocheltrucs en zijn cabareteske 'tonnepraat' was hij een gangmaker. Bijna alles wat hij deed, ging vergezeld van een glas. Na een feest nam hij nog een afzakkertje in een café, en dan nog een, om de dag thuis te beëindigen met een glas vodka, of twee. Merkbaar dronken werd hij nooit. Maar, zei hij, als de dokter zegt dat ik moet stoppen, dan doe ik het meteen. Hij heeft het nooit hoeven doen.

Wel is hij op z'n 65ste met Korry golf gaan spelen, om nog een beetje lichaamsbeweging te krijgen. Maar hij genoot meer van het samenzijn na afloop.

Wat er ook gebeurde, donderdagavond hield hij altijd vrij. Dat was de repetitietijd van het harmonieorkest L'Echo des Montagnes, waarin hij tenorsax en altklarinet speelde. In dat orkest en een voorganger heeft hij 65 jaar gespeeld. Hij hield het vol tot in zijn laatste maanden.

Een grote klap was het plotselinge overlijden van Korry twee jaar geleden. Ze kreeg een hersenbloeding en stierf vijf dagen later. Kort daarvoor hadden ze een appartement gevonden, waar ze verzorging zouden kunnen krijgen als dat nodig was. Nu ging Is daar in z'n eentje wonen. Hij had er een mooie keuken, maar die heeft hij nooit gebruikt. Koken deed hij alleen in zijn vriendenclub Het Gourmetsel.

De economische crisis hakte er in bij zijn museum. Er stopten steeds minder bussen voor de deur. Ze hadden geen subsidie en de kosten werden te hoog. In mei vorig jaar moest Is de vele vrijwilligers vertellen dat het museum moest sluiten. Dat viel hem zwaar. 'Het is eeuwig sund', zei hij in een zeldzame treurige stemming. De bruiklenen keerden terug naar de eigenaars, andere spullen werden verkocht. Maar het hart van zijn collectie staat er nog. Voor ooit.

Een maand na de pijnlijke beslissing kreeg hij te horen dat hij darmkanker had. Behandeling, met allerlei bijverschijnselen, zou zijn leven hooguit met enkele maanden kunnen verlengen. Dat hoefde Is niet meer. Tot begin oktober reed hij nog in zijn auto en liet hij zich het leven goed smaken. Hij werd steeds vermoeider. Met een wandelstok hield hij zich op de been, toen kwam de rollator en een rolstoel. Uiteindelijk bleef hij in bed.

Hij dacht nog wel na over zijn uitvaart. In welke kerk? vroegen zijn kinderen. Graag een kerk met veel parkeerruimte, zei hij, maar welke maakte hem niet uit. Want hij was vooral om Korry naar de kerk gegaan, vertelde hij. Het werd de kerk aan de Heuvelring omdat daar genoeg ruimte was voor zijn orkest.

Alleen het nieuwjaarsconcert van zijn orkest wilde hij nog beslist meemaken. "Als ik dat heb gehaald, dan is alles goed." Hij haalde het en kroop om half elf in bed. Vijf uur later stierf hij tevreden.

Isidorus Johannes Franciscus Jonkers werd geboren op 24 februari 1931 in Tilburg. Daar stierf hij op 3 januari 2016.

Met zijn goocheltrucs en zijn cabareteske 'tonnepraat' was hij een gangmaker. Bijna alles wat hij deed, ging vergezeld van een glas.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Deel dit artikel