Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leo Major 1921-2008

Home

Wouter Bax

Zijn huis in Canada hing helemaal vol met foto’s van Zwolle. Voor Leo Major was de Tweede Wereldoorlog dieptepunt en hoogtepunt tegelijk.

Een zeer lieve oude man, die bij de oorlogsherdenkingen altijd hand in hand liep met zijn vrouw Pauline en die zijn gastgezin hielp met de afwas. Zo kennen zijn Nederlandse vrienden ’de bevrijder van Zwolle’, de man die de stad op 14 april 1945 als eerste geallieerde militair betrad en die in 2005 ereburger van Zwolle werd. Tot op het laatst van zijn leven kwam hij de in Nederland verworven roem en vriendschap geregeld oogsten. Veel meer had Leo Major niet, want oorlogen hadden zijn gezondheid geruïneerd en hem veroordeeld tot het leven van een uitkering.

De extreem zware sneeuwstorm die woedde op het moment dat Leo Major werd geboren in de Amerikaanse staat Massachusetts, is bijna symbolisch voor zijn slechte start in het liefdeloze gezin waarin hij opgroeide. Zijn vader was spoorwegarbeider en toen Leo acht maanden was, verhuisde het gezin terug naar het Canadese Montréal, het werk achterna. Zijn vader was vaak voor zijn werk op reis, maar als hij thuis was vernederde en mishandelde hij Leo op alle mogelijke manieren. Zijn vader vond hem een doetje, een mislukkeling, maar ondertussen ving Leo wel de klappen op voor zijn twaalf jongere broertjes en zusjes. Op zijn veertiende was de situatie zo ondraaglijk dat hij het ouderlijk huis verliet.

Leo Major trad in het voetspoor van zijn vader; hij werd spoorwegarbeider en wilde zijn vader laten zien wat hij waard was. Tien uur per dag werkte hij, zes dagen per week, maar met weinig plezier. Toen het Canadese leger soldaten rekruteerde aarzelde hij daarom geen moment. In 1939, hij was toen achttien, nam hij dienst in Montréal. Hij popelde zo om naar Europa te vertrekken, dat hij zich liet overplaatsen naar het eerste legeronderdeel dat zou gaan, het Régiment de la Chaudière.

Maar inmiddels had hij wel een meisje. Ze heette Pauline en was de dochter van een communistische vakbondsleider die van hem, een rauwdouwer, niets moest hebben. Samen gingen ze naar de Citadel van Quebec waar ze haastig in het huwelijk traden, één dag voordat Leo Major naar Groot-Brittannië vertrok.

Leo Major kreeg van de Britten een harde militaire opleiding tot verkenner en scherpschutter. Met zijn commandanten kon hij het niet goed vinden. Soms werd hij gepromoveerd tot sergeant, dan viel hij door zijn eigengereide gedrag weer terug naar de rang van korporaal. Ruim drie jaar later kwam de dag waarop heel bezet Europa had gewacht: D-Day. Op 6 juni 1944 landde Leo Major op een Normandisch strand, in de meest spectaculaire invasie ooit.

„In het begin wist ik niet zo veel van de nazi’s”, zou Leo Major na de oorlog schrijven in een brief. „Maar toen ik zag hoe zeventien van onze eigen jongens werden vermoord nadat zij zich hadden overgegeven, werd ik een geheel ander mens.” In de felle vuurgevechten doodde Major zijn eerste vijanden. Enkele dagen na de invasie raakte hij zelf zwaar gewond aan zijn oog door een fosforgranaat. Het leger wilde hem naar huis sturen, maar hij bleef. „Ik kan met één oog nog prima een geweer richten”, zei hij, „misschien zelfs beter.”

Het regiment trok op richting Nederland en vocht er, in kletsnatte weersomstandigheden en matig toegerust, mee in de Slag om de Schelde in oktober 1944, bedoeld om de haven van Antwerpen te ontsluiten voor bevoorradingsschepen. Nadat een Duitse verrassingsaanval een bloedbad had aangericht in een Canadese compagnie, ging de met een ooglapje getooide Leo Major – ’ik leek wel een piraat’ – op verkenning uit. Hij stuitte er op twee Duitse soldaten, maakte ze krijgsgevangenen, dwong ze hun commandant te wekken en rekende ook die in. Enkele soldaten die zich verzetten, schoot hij dood. Zo ontstond er een keten van aanhoudingen waarbij Leo Major volgens hemzelf tachtig en volgens de overlevering 93 Duitsers inrekende en aan zijn eenheid overdroeg.

Hier begint zijn heldendom –hij kreeg er de Distinguished Conduct Medal voor, de op een na hoogste onderscheiding voor militairen van het Britse Gemenebest. Maar hier begint ook de mythe. Volgens de overlevering zou hij hebben geweigerd om de medaille aan te nemen van veldmaarschalk Bernard Montgomery, omdat hij hem vanwege zijn omzichtige strategie ’incompetent’ vond, ’niet in de positie om onderscheidingen uit te delen’. In werkelijkheid had hij als dank voor zijn heldendaad zeven vrije dagen gekregen die hij doorbracht in België, voorafgaand aan de uitreiking. „Maar de kleine wagen wilde niet starten”, schreef Major. „Ik kwam daardoor te laat terug, en wat erger was: ik was niet aanwezig om een decoratie van Montgomery te ontvangen.”

In deze brief omschrijft hij zijn onverschrokken daad als een ’dwaasheid’, de ’geest van het ogenblik’ die hem in de greep hield. „Ik had mij zo triest gevoeld die dag. Nu keerde alles ten goede.” Hij schreef ook dat hij het geluk had dat hij een Canadese tankdivisie tegenkwam, die hielp de Duitsers onder schot te houden. „Zonder de tanks was dit niet mogelijk geweest.”

Het regiment trok ijlings verder. Door Venlo bijvoorbeeld, waar Leo Major een tijdje met een meisje omging, maar haar onvermijdelijk weer moest loslaten. Door Nijmegen ook, waar hij opnieuw zwaar gewond werd. Door de klap van een anti-tankmijn liep hij zwaar rugletsel op. Opnieuw kreeg hij het goedbedoelde advies om naar huis te gaan. Maar hij ontsnapte in zijn gipsen korset, liet zich een tijdje verzorgen bij een bevriende Nijmeegse familie en meldde zich weer bij zijn regiment. Dat stond inmiddels voor Zwolle, geflankeerd door kanonnen die klaar stonden om de stad te beschieten. De legerleiding aarzelde: verdedigden de Duitsers de stad nog of niet? Een brigadier vroeg twee vrijwilligers uit de groep van veertig verkenners maar zei er eerlijk bij dat de overlevingskans gering was, schreef Major. „Na een paar minuten zag ik dat niemand zou gaan. Willy keek lachend naar mij en toen ik terug lachte wisten ze ons antwoord.”

Met zijn beste vriend Willy Arsenault ging hij in de avondschemering op pad. Ze moesten door de Duitse linies naar de eerste huizen, daar contact maken met mensen uit het verzet en zoveel mogelijk informatie verzamelen over de vijand in en rond de stad. De eerste Duitsers die ze zagen, gingen onmiddellijk op de loop, maar verderop moesten ze vijanden doden en met geweervuur en granaten veel lawaai maken om ze te laten vluchten. Het werd donker en stil. Op de gympies die hij altijd droeg – in plaats van de zware soldatenlaarzen – sloop Major voort, maar bij een spoorwegovergang maakten de twee waarschijnlijk toch geluid. Duitsers openden het vuur en doodden Majors beste vriend ooit. Hij ging nog achter de schutters aan, maar die wisten te vluchten. Alleen zette Major zijn verkenningstocht voort.

Hij bereikte de stad en liep er door uitgestorven straten. Hij klopte op deuren, maar niemand durfde open te doen. „Na een poos was ik zo moe dat ik niet meer helder denken kon. Maar ik had genoeg inlichtingen, nergens ontmoette ik vijanden.” Hij liep in kringen rond, verliet de stad en kwam bij een boer die hij geruststelde door het woord CANADA aan de binnenkant van zijn muts aan te wijzen. Al snel had hij contact met de ondergrondse. Hij kon terug naar zijn eenheid met de melding dat de vijand Zwolle had verlaten. Die ochtend trokken de Canadezen de stad binnen langs de Sassenpoort, de Britten kwamen van de andere kant.

Dat Major de moed had om als enige de stad te verkennen en zo bovendien zware beschietingen voorkwam, zijn feiten. Maar in de decennia die volgden verwerd Leo Major volgens velen tot een ’Rambo’ die wild schietend straat na straat veroverde op ’zeker duizend’ Duitsers die hardnekkig weerstand boden. Het was een verhaal dat hij – zo lachen zijn vrienden mild – op het laatst ook zelf steeds iets meer ging geloven.

En dat terwijl hij er tot 1970 nooit meer over had gepraat. In dat jaar werd hij door Zwolle ’ontdekt’ als de bevrijder van de stad. „Waarom heb je niks verteld?”, vroeg zijn vrouw. „Ach, ik wilde niet het soort opschepper zijn dat jou altijd zo irriteerde”, antwoordde hij.

Tussen dat moment en de Tweede Wereldoorlog had Major bovendien al in een andere oorlog meegevochten. In augustus 1945 was hij met het schip Nieuw-Amsterdam teruggevaren naar huis, maar op de hereniging met Pauline na was de ontvangst uiterst koel. In de verwachting dat hij toch zou sneuvelen hadden zijn ouders zelfs zijn kleren verkocht. Hij begon als loodgieter, maar de zaken liepen slecht. Zo bezien kwam de oorlog in Korea (1950-1953) bijna als geroepen. Zodra Canada meedeed, kreeg Pauline te horen dat hij aanmonsterde.

Leo Major schreef er geschiedenis met het veroveren en behouden van de strategisch belangrijke ’Heuvel 355’, die eerder door de Amerikanen was opgegeven. Leo Major sloop met zijn kameraden tot in het hart van de vijand en bracht hem in paniek door het op een schieten te zetten. Van zijn commandanten kreeg hij het bevel om zich terug te trekken, maar dat negeerde hij. Deze actie leverde hem – bijna ongekend – een tweede Distinguished Conduct Medal op. Ook hier gaat het onbevestigde verhaal dat hij die niet in ontvangst wilde nemen van zijn officieren, die immers zo laf waren geweest om te willen terugtrekken.

In 1953 kwam Leo Major terug in Canada. Hij had ongelofelijke ervaringen opgedaan en een hoop onderscheidingen gekregen, maar een beroepsmilitair zou hij nooit worden. Voortaan zou hij leven van een uitkering, als veteraan en als oorlogsinvalide. Hij zou altijd last houden van zijn verwondingen en geregeld worden geopereerd. In Canada was hij bovendien een van de vele mannen met dat lot.

Daar kwam verandering in toen Zwolle hem herontdekte als bevrijder. „We wilden er zo graag een gezicht bij”, vertelt een oud-verzetsman en goede vriend. „En Leo was dat gezicht. Hij was niet ’een van de’ bevrijders van Zwolle, hij was dé bevrijder.” Leo Major eerste huldiging in de stad in 1970 werd niet door de gemeente, maar door de bevolking betaald. Hij ontmoette er koningin Juliana en kreeg er een hechte vriendenband met Nederlandse veteranen en verzetsmensen. Zeker zeven keer zou hij terugkomen om de bevrijding van de stad met de bevolking mee te vieren. Worden rondgereden in een jeep, kransen leggen, recepties aflopen, een boom planten, in Zwolle was Leo Major uitgegroeid tot volksheld nummer één.

Zijn vrouw Pauline had niet weinig bijgedragen aan zijn bekendheid, maar ze bleef zwijgen over háár kant: zijn plotse vertrek tot twee keer toe en de door haar alleen gedragen zorg voor hun drie zonen en hun dochter. Zij had in hun huwelijk ’de broek aan’, zoals ze de ’kwajongen’ die Leo Major bleef bijvoorbeeld weerhield van een alcoholisch drankje – onverenigbaar met zijn medicijnen. Het hijsen van de Canadese vlag bij de plechtigheden onderging ze trouwens tandenknarsend; ze was een fanatiek voorstander van de onafhankelijkheid van de Franstalige provincie Quebec, iets waarover Leo zijn schouders ophaalde.

Hij hechtte hoe dan ook niet zo aan zijn thuisland. Het gezin was er eindeloos verhuisd, van het ene naar het andere dorp rond Montréal. Er is een foto van een houten rijtjeshuis, waar in de huiskamer platen van de Sassenpoort, de Diezerstraat en de Peperbus hangen. Plekken in de stad waaraan hij zijn hart had verpand en die in 2005, op 14 april, een beetje van hem werd: hij werd ereburger van Zwolle.

Toen de bot- en blaaskanker het van hem gingen winnen, uitte hij de wens om begraven te worden op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Holten, naast zijn vriend Willy Arsenault. Maar deze begraafplaats herbergt alleen militairen die tijdens de strijd zijn gesneuveld. Nu ligt er een Zwollenaar in een graf in Canada. Burgemeester Meijer zelf heeft hem er naartoe begeleid.

Lees verder na de advertentie
(\N)
(Trouw)

Deel dit artikel