Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leiding Jehova-Getuigen: dienst weigeren hoeft niet meer

Home

RICHARD SINGELENBERG

Jehovah's getuigen hoeven binnenkort geen militaire dienst meer te weigeren. Dat wordt in het weekend van 15 juni in de wekelijkse studie van De Wachttoren bekendgemaakt.

De recente afschaffing van de opkomstplicht ontneemt dit jongste besluit voor de Nederlandse aanhang praktische betekenis, maar voor honderden komt het nieuwe inzicht van de New Yorkse 'gezalfde broeders' zo'n veertig jaar te laat: Tussen 1952 en 1974 hebben in Nederland ongeveer 850 Jehovah's getuigen in de gevangenis gezeten. Omdat ze om principiële redenen zowel de dienstplicht als de vervangende dienst weigerden, kregen ze vrijheidsstraffen van zes maanden tot drie jaar, die ze zonder protest ondergingen.

De opvattingen van de Jehovah's getuigen waren en zijn niet gebaseerd op pacifistische uitgangspunten, verre van dat. De doctrine ging uit van neutraliteit, een Getuige kan geen twee heren dienen. Slechts aan God is de Jehovah's getuige loyaliteit verschuldigd, en dat is strijdig is met onderworpenheid aan een wereldse machthebber. Vervangende dienst, hoe humaan ook ingekleed, was een onverteerbaar compromis. De ware gelovige liet zich liever in het gevang werpen.

Een religieuze minderheid op deze wijze criminaliseren, dat ging de regering op een gegeven moment te ver. Daarom werd in 1975 een aparte regeling voor deze geloofsgroep in het leven geroepen: Jehovah's getuigen kregen voortaan automatisch vrijstelling. Een opmerkelijke uitzonderingspositie, want de 'normale' totaalweigeraar kon er op blijven rekenen zonder pardon achter de tralies te worden gezet. Ook 'Den Haag' voelde aan dat dit zweemde naar ongelijke behandeling. Kamercommissies en defensieambtenaren hebben er lang en breed over vergaderd, maar kwamen er niet uit. Nu hoeft dat ook niet meer, want door de afschaffing van de opkomstplicht is dit dubieuze onderscheid slechts interessant voor een voetnoot in de politieke geschiedschrijving.

Vermoedelijk in dezelfde periode waarin de Nederlandse politiek de opkomstplicht afschafte, vond er in het Amerikaanse hoofdkwartier van de Jehovah's getuigen een verwante discussie plaats. Voor de zoveelste keer besprak men of het doctrinair te verkopen was dat de mannelijke aanhang zich bijna overal ter wereld de rol van martelaar moest laten welgevallen door de plicht tot 'totaalweigeren'. In landen als Nederland en Zweden mocht het voor de weigerende volgeling prima geregeld zijn, elders was dat allerminst het geval. Wat te denken van Griekenland, waar zelfs wel het doodvonnis tegen Getuige-dienstweigeraars is uitgesproken?

Decennia lang al werd de Amerikaanse top geconfronteerd met de vraag wat de hogere reden was voor het weigeren van vervangende dienst. Een Getuige vertrouwde mij ooit toe: “Ik zou er geen bezwaren tegen hebben bijvoorbeeld als verpleger te werken. Je bent dan toch heel menslievend bezig en wat kan daar op tegen zijn? Ik word wel uitgesloten (verwijdering uit de Getuigen-gemeenschap), dat is een probleem.”

Naar aanleiding van vragen die in New York binnenkwamen, zijn aan het einde van de jaren '70 wereldwijd de meningen van de aanhang gepeild. De uitkomst van het onderzoek was opmerkelijk. Het bleek dat de individuele weigeraar zich nauwelijks kon vinden in de doctrinaire standpunten van de organisatie. Louter uit loyaliteit stelde men zich erachter.

Het resultaat hiervan was dat het leiderschap van de beweging in 1978 het totaalweigeringsprincipe op de agenda plaatste. Op één stem na werd de vereiste tweederde meerderheid echter niet gehaald. De regeling bleef onveranderd: de gelovige diende in alle omstandigheden te weigeren, de soms verregaande gevolgen van dit standpunt ten spijt.

Tijdens de laatste bijeenkomst in New York ging de mening om: we verzetten ons niet langer tegen de dienstplicht, is nú de essentie. Voorafgegaan door een uitvoerige verhandeling die zich concentreert op Romeinen 13 : 7, meldt De Wachttoren van 1 mei dat dienstweigeren voor de Jehovah's getuige niet meer zo vanzelfsprekend is als voorheen. Voortaan wordt het aan de individuele Getuige overgelaten of hij zich zal onderwerpen aan de plichten die de staat hem oplegt. Of het nu gaat om daadwerkelijke dienstplicht of de vervangende variant: “Hij zal op grond van zijn door de bijbel geoefende geweten een persoonlijke beslissing moeten nemen”, aldus het advies.

Uiteraard wordt deze opmerkelijke koerswijziging gelegitimeerd met uitvoerige, herziene bijbelse exegese, in Getuigen-jargon aangeduid met de uit Spreuken 4 : 18 ontleende toverformule 'nieuw licht'. Het ligt echter meer voor de hand dat de Amerikaanse leiding gevoelig is geworden voor de kritische vragen van tweede- en derde-generatie Getuigen. In tegenstelling tot hun (groot)ouders, voelen dezen weinig voor de rol van de spreekwoordelijke martelaar die zo kenmerkend was voor de gelovigen van het eerste uur.

De vervanging van door de top opgelegde, leerstellingen door een appèl op het eigen (ge-)weten mag dan ingegeven zijn door de nodige dosis pragmatisme, tegelijk wijst het op een voortgaande modernisering van de beweging; er wordt gehoor gegeven aan gevoelens in de achterban. En die 850 Getuigen die in Nederland gevangen hebben gezeten? Ongetwijfeld zullen er ettelijken zijn die zich afvragen waar ze het allemaal voor gedaan hebben.

Deel dit artikel