Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leerpiramide in het onderwijs bestaat niet

Home

Bas Jongenelen

Het Nederlandse onderwijs kent vele varianten. Van basisonderwijs tot en met universiteit kun je kiezen uit openbaar, katholiek, Montessori, en nog andere mogelijkheden. Je zou denken dat al die verschillende scholen ook variëren in pedagogisch-didactisch uitgangspunten – dat blijkt echter niet zo te zijn. Op nagenoeg alle schoolsoorten wordt van de ’leerpiramide’ uitgegaan. Dat is ten onrechte want de leerpiramide bestaat niet.

Wat is de leerpiramide? Dat is een handig model waaruit zou blijken dat leerlingen en studenten maar 5 procent leren van een klassikale les, 10 van een boek, 20 van een audiovisuele presentatie, 30 van een demonstratie, 50 van een discussie, 80 van oefeningen en 90 van zelf uitleggen. Op het eerste gehoor klinkt dit logisch. Bovendien ziet de leerpiramide er aantrekkelijk uit, mensen houden van piramides.

De leerpiramide dook in 1946 voor het eerst op. Een zekere Edgar Dale opperde de gedachte dat je pas echt iets leert als je het voor je beroep nodig hebt. Als iemand iets gewoon tegen je vertelt, dan is de kans groot dat je het weer vergeet.

In 1969 werden de ideeën van Edgar Dale herdrukt. Snel namen pedagogen deze overwegingen over. De percentages werden erbij verzonnen en de ene na de andere onderwijskundige gaat uit van de waarheid van de leerpiramide. En dat terwijl de leerpiramide niet op empirisch onderzoek gebaseerd is, er is geen onderzoek gedaan naar de waarheid van Dale’s piramide.

Nu kom ik op het punt waar ik het eigenlijk over wil hebben. De leerpiramide is de basis van alle onderwijshervormingen van de afgelopen twintig jaar. Volgens de onderwijsvernieuwingen moeten leerlingen in groepjes praktische opdrachten uitvoeren – leren door doen. Er zijn in het moderne onderwijs amper klassikale lessen, leerlingen en studenten ’construeren zelf hun kennis’.

Wanneer leerlingen zelf hun kennis construeren, dan is de docent die voor de klas staat niet meer nodig. De docent kan opzij en maakt plaats voor een coach die de leerling begeleidt. De coach legt niets uit, want van uitleg blijft volgens de leerpiramide maar 5 procent hangen. Maar wat als er geen grond is voor die leerpiramide? Blijft er dan nog iets over van deze didactische aanpak? Nee.

Ik pleit daarom voor de terugkeer van de vakinhoudelijk hoogopgeleide docent die goed uit kan leggen. De docent moet weer terug in de klas waar hij samen met de leerlingen werkt aan de leerstof. Alle didactiek die op basis van de leerpiramide ontwikkeld is, kan wat mij betreft weggegooid worden. Er is geen enkel bewijs voor die leerpiramide, dus is het nutteloos om op zo’n gedachtespinsel ons onderwijs te baseren.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel