Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Leer het kind weer spelen

Home

SOMAJEH GHAEMINIA

tekst | Meer aandacht voor rekenen en taal bij peuters en kleuters betekent vaak minder fantasievol spelen. Jammer, vinden basisscholen in Zaandam. Ze werken nu met 'Droomvogel', een programma dat de fantasie van kinderen prikkelt.

De vierjarige Ahmed is sportschoolbaas. Hij is druk bezig met zijn polaroidcamera pasfoto's te maken van zijn nieuwe leden. Opgetogen, met hun sporttasjes over de schouders, wachten zij bij de ingang van de gym. Deze is ingericht onder de huishoek van groep 1-2 C van basisschool Paus Joannes, een kleurrijke school in Zaandam. Straks zullen de kleuters zich uitsloven met zelfgemaakte gewichten. Nu wil Ahmed eerst weten wie hij in huis heeft en ontfermt hij zich over foto's op de lidmaatschapspasjes: blauwe voor de jongens, roze voor de meisjes.

Vadertje en moedertje, gevangenisje, tovenaartje of een ander fantasiespel spelen: de generatie kinderen die nu opgroeit, doet het nauwelijks meer, stelt speltherapeute Marlies Greve. "Sterker nog: het echte spelen wordt hen afgeleerd." Niet alleen kant- en-klaar speelgoed en overdaad aan spelcomputers en iPads doen de natuurlijke fantasie van peuters en kleuters de das om, zegt Greve. Maar ook door de prestatiedruk die op scholen heerst op het gebied van taal en rekenen. "De aandacht voor het cognitief leren heeft de ruimte voor het spelen bij jonge kinderen in de klas verdrukt en dat is jammer. Want door te spelen, oefenen kinderen niet alleen hun taalvaardigheid en creativiteit maar ook hun sociale vaardigheden: al spelend leert een kind zich aan te passen."

Internationale trend
Dat kinderen minder spelen in de klas, wordt niet met onderzoek onderbouwd. Maar dat de aandacht voor werkjes en opbrengstgericht leren op steeds jongere leeftijd is toegenomen, is een internationale trend, zegt Bert van Oers, bijzonder hoogleraar cultuurhistorische onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit. "Meer tijd voor taal en rekenen impliceert minder tijd voor spelen."

Greve verwijst naar een onderzoek van het Onderwijsblad in 2009, waarin 60 procent van de ondervraagde leerkrachten aangeeft dat het onderwijs in de kleuterklassen te schools dreigt te worden. "Ze ervaren dat de onderbouw overmatig nadruk op de prestaties van vier- en vijfjarigen legt. Het spelen raakt in de verdrukking door te veel nadruk op de ontwikkeling van het logisch denken, lesmethodes, werkbladen, Cito-toetsen en het uitvoeren van handelingsplannen, waardoor ¿ volgens hen ¿ de kinderen te jong belast worden."

Met haar programma 'Droomvogel' wil Greve kinderen op scholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven 'weer laten spelen'. De Paus Joannes en andere Zaanse scholen werken sinds kort met 'Droomvogel', dat aansluit bij andere vroegschoolse programma's als 'Piramide' en 'Spelenderwijs'. Maar in Droomvogel heeft het kind de regie. "De leerkracht gaat speels in op de ideeën van de kinderen, biedt spelprikkels aan die aansluiten bij de beleving van het kind of ondersteunt de kinderen die moeite hebben om tot spel te komen."

Deze manier van leren werkt bij de kleintjes beter dan een taalles, zegt Margeeth Timmerman, bovenschools coördinator voor- en vroegschoolse educatie bij stichting Agora, waar de Paus Joannes onderdeel van is.

"Ik werk al 25 jaar als kleuterjuf in deze wijk en zie dat kleuters die nauwelijks Nederlands spreken dit leren door te spelen. In het spel willen de kinderen de juiste woorden kennen, want ze willen meedoen. Dat motiveert hen. Niet een verplicht: 'Dit is een mes en dit is een vork!'"

Rollenspel
In de sportschool van groep 1-2 C hebben de sporters inmiddels de kleedkamer bereikt. Eigenaar Ahmed roept dat ze moeten opschieten. "Kunnen ze jou horen? Als jij vanuit de zaal iets roept naar de kleedkamer?" vraagt juf Rozanne Schermer die er een kijkje neemt. Ondertussen hijst ze een van de kleuters in een grote joggingbroek.

"Niet alle kinderen zijn gewend om een rollenspel te spelen", zegt Schermer. "Ze denken soms ook dat ze het niet kunnen. Wat zouden we op de poster van de sportschool kunnen zetten, vroeg ik de kinderen. 'Maar juf, we kunnen niet schrijven', zei een jongetje. Dat hoeft ook niet, reageer ik dan. We doen net alsof. Uiteindelijk hadden ze een heel verhaal gemaakt, compleet met openingstijden. Op die manier zijn ze onbewust ook bezig met taal en rekenen."

Schermer, die zich via Droomvogel heeft omgeschoold tot de 'spelspecialist' van de school, ziet haar leerlingen fantasierijker worden. "Ze leggen verbanden, maken hun spel steeds groter, dat is geweldig om te zien. Dat de kleuters 's ochtends blij binnenkomen en roepen: juf, mogen we weer spelen? Ja, natuurlijk! Maar ze léren ook zoveel!"

Spelenderwijs leren
Kinderen zijn niet per se minder gaan spelen, maar ervaren dit wel zo, zegt Diny van der Aalsvoort, nu als lector verbonden aan het domein Reken- en wiskundedidactiek van de pabo van Hogeschool Saxion. Eerder was zij lector Spel en Spelen aan de hogeschool Utrecht. "Leerkrachten voelen de prestatiedruk op taal en rekenen. Ze vinden dat ze spelenderwijs de kinderen iets aan kunnen leren, maar door de kinderen wordt een opdracht van de juf niet als spelen ervaren, meer als een 'moet-werkje'."

Van der Aalsvoort werkt mee aan een internationaal handboek over vroegschoolse educatie. "In veel landen worstelen leerkrachten met een overheid die het belangrijk vindt kinderen ruimte te geven om zich te ontwikkelen, tegelijkertijd moet er maximaal worden gewerkt aan rekenen en taal."

Dat hoeft niet te bijten, beaamt ook hoogleraar Bert van Oers. "In het spel leren kinderen veel spontaan. Er is niets op tegen volwassenen mee te laten spelen met de bedoeling de kinderen doelgericht iets extra's bij te brengen. Maar dat moet geen 'lesje' worden, want dan schiet je het doel voorbij."

Volgens Van der Aalsvoort vinden veel juffen en meesters dit moeilijk. "Telkens zie ik leerkrachten die zeggen: nu gaan we dit of dat doen. Aansluiten bij het spel van kinderen zit in hele subtiele dingen: ga je op de grond zitten of aan tafel? Wat zijn ze aan het doen in de bouwhoek, waar hebben ze het over? Prikkel hun natuurlijke nieuwsgierigheid. Als kinderen betrokken zijn, leren ze ook meer."

Kinderen van groep 1-2 C van basisschool Paus Joannes in Zaandam.

Tips voor thuis
Speeltips voor thuis, van speltherapeute Marlies Greve:

Het bespreekbaar maken van een eenvoudig zinnetje als 'wil jij bij mij komen spelen?' kan een verlegen kind helpen om een speelkameraadje uit te nodigen.

Zorg voor een digitaal 'speelgoed- dieet' en stel duidelijke regels hierover op. Bijvoorbeeld: als er een kindje komt spelen, dan gaan we niet op de computer.

Geef je kind 'open' spelmateriaal waar de kinderen van alles mee kunnen doen: een kartonnen doos of kleden om hutten mee te bouwen. Laat het kind zijn eigen speelfantasie vormgeven.

Ga niet mee in enge fantasieën. Benoem nadrukkelijk dat het de beleving van het kind is. Bijvoorbeeld: "Jij bent bang voor die krokodil onder het bed. Zullen we er samen voor zorgen dat we jouw krokodil verslaan?"

Sluit het spel goed af en breng de kinderen terug naar de realiteit. "Jongens, de raket is geland. Nu zijn we gewoon weer thuis."

Deel dit artikel