LASTIGE VRAGEN (Manuel Kneepkens)

home

Wie zou u liever nooit zijn tegengekomen?

Hoe heet de politicus wiens dood u van hoop zou kunnen vervullen? Of denkt u dat ze geen van allen onvervangbaar zijn?

Vervangbaar zijn ze allemaal. De dag dat Stalin dood ging in 1953, zal ik me altijd herinneren als een van grote euforie. Op het schoolplein heerste grote opwinding. Nu zouden de Amerikanen wel snel Rusland bevrijden. Ik ben opgegroeid in Terwinselen tussen Heerlen en Kerkrade. Mijn vader was mijnbouwkundig ingenieur en werkte net als de rest van het dorp in de Wilhelminamijn. Het was een puur katholiek dorp met een grote communistenhaat.

Wie van degenen die dood zijn zou u willen terugzien?

Einstein, Gandhi en Martin Luther King. Maar ook Charley Chaplin en mijn grootvader, die veel op Chaplin leek en stierf toen ik zes was. Hij was de eerste dode die ik zag. Hij was een indrukwekkende opa die indirect een stempel op mijn levensloop heeft gedrukt. Opa had zich opgewerkt van marktkoopman tot een vermogende zakenman. Daardoor kon mijn vader studeren.

Als u de macht zou bezitten om datgene af te dwingen wat u op dit moment juist lijkt, zou u dat dan afdwingen tegen de wil van de meerderheid in?

Nee, want mijn levenservaring is dat je mensen moet weten te overtuigen. Als dat niet lukt heb je te ver voor de troepen uitgelopen. Dat is me recent nog overkomen met de zeppelin waarvan ik voorzie dat het een belangrijk alternatief wordt voor het milieuvervuilende vliegtuig. In Rotterdam zagen ze het niet zitten met als gevolg dat Flevoland mogelijk aan de haal gaat met de door mij bepleite zeppelinfabriek. Dat is de ellende van avant-garde. Op dat punt heb ik wel vaker mijn neus gestoten. Na mijn rechtenstudie wilde ik geen baan als jurist. Ik dacht als vormingswerker meer te kunnen betekenen voor het volk. Het was de tijd van de Kabouters en ik woonde op het Waterlooplein in Amsterdam. Ik ben toen vormingswerk gaan doen voor vrouwen in Buitenveldert, heb nog met Liesbeth den Uyl samengewerkt. Ik begon heel onschuldig met macrameeën maar gaandeweg probeerde ik met die vrouwen gesprekken aan te gaan over bijvoorbeeld het huwelijk. Of ze niet een ander soort huwelijk wensten. Ben je gek, kreeg ik toen te horen, geen ander huwelijk, een ander soort man. Op een gegeven moment zouden we ook actie gaan voeren voor rubberen tegels onder de speeltoestellen op straat, opdat de kinderen hun knietjes niet meer zouden bezeren. Toen de gemeente niet reageerde op onze brieven, besloten we zelf het heft in handen te nemen. Ik zou zorgen voor de rubberen tegels en de vrouwen zouden ze leggen. Het stortregende die dag en er kwam niet een vrouw opdagen, zodat ik daar totaal verregend met al die tegels stond. Uiteindelijk kwam er toch een vrouw, maar dat was een leerling-journaliste van de Buitenveldertse courant. Toen besefte ik: je kan wel avant-garde zijn, maar je moet voeling houden met je achterban. Die vrouwen vonden me aardig, maar ik stond met mijn ideeën zo ver af van hun leefwereld. Dat was ook het moment dat ik besloot om toch maar jurist te worden, in Rotterdam. Als gemeenteraadslid heb ik nog altijd profijt van die levensles in Buitenveldert. Ook als je de macht hebt, moet je draagvlak hebben in de bevolking.

Houdt u van iemand? En waar leidt u dat uit af?

Ik hou van vrij veel mensen, van de natuur, dieren en kinderen. Honden rennen op straat altijd naar me toe, kennelijk is de liefde wederkerig. Mooie vrouwen doen dat nooit.

Gesteld dat u nooit iemand om het leven hebt gebracht: hoe verklaart u dat het nooit zover is gekomen?

In oorlogstijd en gevallen van noodweer vind ik geweld aanvaardbaar, maar in die omstandigheden heb ik niet verkeerd. Bovendien heb ik geen wapen. Ik was onlangs in Baltimore, een zusterstad van Rotterdam. Daar is wapenbezit heel normaal met als gevolg 350 doden door geweld per jaar. Dat ik nooit iemand naar het leven heb gestaan, komt ook door mijn omvangrijke postuur. Straatrovers lopen liever om me heen. De ellende daarvan is wel dat mensen me wantrouwen. Laatst wilde ik een oud vrouwtje op een donker perron helpen met haar koffer, het mens was doodsbang. Ik oog als een olifant, toch ben ik een vriendelijk wezen.

Wat staat uw geluk in de weg?

Ik verbind mijn geluk met dat van anderen. Als je zelf gelukkig bent - en dat is het geval want er is geen oorlog, ik ben gezond en heb zin in het leven - ben je verplicht anderen ook gelukkig te maken. Maar vaak is dat niet haalbaar. Ik zou bijvoorbeeld elke bijstandsmoeder een paar duizend gulden willen schenken en depressieve mensen willen helpen. Zelf ben ik nooit chagrijnig, integendeel, ik ga van stand zes naar tien, kom nooit onder de zes.

Wat vervult u van hoop: de natuur, de kunst, wetenschap of de geschiedenis der mensheid?

De kunst verzoent je met het leven. Een mooi schilderij maakt alles goed. Een uitzondering moet ik maken voor poëzie. Een mooi gedicht lees ik niet voor mijn genot, ik kan het niet uitstaan dat iemand anders beter dicht dan ik.

Als u alles aftrekt waarbij ten koste van een derde wordt gelachen, vindt u dan dat u zichzelf vaak humoristisch kunt noemen?

Ja, dat talent heb ik ontwikkeld in mijn studententijd. Humor is een goed wapen als ze je proberen onderuit te halen, wat in de gemeenteraad nogal eens het geval is. Humor verdrijft ook verveling en saaiheid. Zelfs Jezus gebruikte humor om mensen te boeien.

Kent u dieren met humor?

Het is bewezen dat dolfijnen elkaar moppen vertellen. Humor is een kenmerk van intelligentie.

Manuel Kneepkens (55) is dichter, fractievoorzitter van de Stadspartij Rotterdam en jurist.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie