Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Langs de Skilsloot, levensader van de Nederlandse zeevaart

Home

HARO HIELKEMA

Op Texels oude land De andere kant van Texel is ook prachtig. Niet de duinen of de waddenkust, maar het oude land in het zuidoosten is de bestemming van deze wandeling, die meteen vanaf de boot uit Den Helder kan beginnen. De tocht maakt deel uit van het onlangs gereed gekomen Texelpad (80 km), dat geel-rood is gemarkeerd. De route op het kaartje is 16 km lang. Horeca-mogelijkheden in Oudeschild en Den Burg. Vanuit Den Burg rijden regelmatig bussen naar de veerhaven, de boot vaart minstens elk uur. De wandelgids van het Texelpad (een Nivon-uitgave) kost ¿18,90.

Veel meer dan een stel pramen zal er in het verleden niet gevaren hebben in het slootje. Ze konden elkaar net passeren, als ze de houten watervaten vervoerden tussen de Hogeberg en de dijk bij Oudeschild. Heen en terug, amper een kilometer. In de eerste helft van de zeventiende eeuw is de vaart gegraven; van de grond die vrijkwam, mochten de Texelaars een 'bekwaam' voetpad maken - het nog immer populaire Skillepaadje. Nu maken wandelaars of fietsers gebruik van het pad, vroeger staken zeelui hier binnendoor als ze met hun schip op de rede lagen en in Den Burg wilden gaan stappen.

Het verhaal van de sloot is veel grootser dan van het paadje. Texel was van oudsher bekend om z'n goede drinkwater, dat - vermoedelijk vanwege het ijzergehalte - veel langer houdbaar was dan bijvoorbeeld dat van Amsterdam. Schippers van de VOC-vloot wisten dit maar al te goed en bestelden hun voorraden graag op het eiland. Aanvankelijk werd het water uit plassen aan de voet van de Hogeberg getapt in vaten die dan door het land naar de dijk werden gerold; vandaar werden ze met kleine vletten aan boord van de zeeschepen gebracht. In 1627 werd voor het eerst toestemming gegeven om 'een put te booren tot soet water, ende 't selve aan de schepen te verkoopen'. Waar nu de boerderij Brakestein staat, zijn er twee gerestaureerd. De rechten van de waterwinning waren in het bezit van het weeshuis in Den Burg, dat lang profijt heeft gehad van z'n 'Wezenputten'.

Het rollen van de vaten door het land bleek minder aantrekkelijk en zo ontstond het idee van een sloot en het vervoer per praam. Het water werd opgeslagen in 'leggers' (vaten met bijna 600 liter inhoud), 'varkens' (de helft) of kardelen (een kwart). Een schip van 180 'last' (360 ton) en 300 opvarenden nam voor de reis wel 170 leggers en 27 varkens mee.

De Oostindiëvaarders konden met dat Texelse water minstens Kaap de Goede Hoop halen, soms zelfs Indië. Maar ook Michiel de Ruyter, Cornelis Tromp en andere zeehelden vertrokken niet eerder dan nadat ze op de rede van Texel water hadden ingeslagen voor hun marinevloot. Tot in de Franse tijd voeren de pramen door de Schilsloot naar de dijk, waar zich inmiddels de 'Jeneverbuurt' van Oudeschild had ontwikkeld (vanwege de vele herbergen) - een naam die het dorp nooit helemaal is kwijt geraakt.

Met de aanleg van het Noordhollands Kanaal (1825) werd de Texelse rede nauwelijks meer gebruikt en verloor het eiland z'n inkomsten uit het water. De putten waren alleen nog voor eigen gebruik, tot er in 1956 waterleiding kwam. De roem is vergaan. Alleen de herinnering blijft aan dat inmiddels afgedamde slootje dat voor de Nederlandse handels- en marineschepen van levensbelang is geweest. En dat kan op deze wandeling.

In de verte ligt het zeemanskerkje van Oudeschild, waar De Ruyter en Tromp menigmaal 'de oeffeninge van de ware Godsdienst' hebben bijgewoond als ze op de rede lagen te wachten op hun lading of op de gunstige wind. Er hangt een grote koperen kaarsenkroon, een postuum geschenk van De Ruyter. De kerk is 's zomers open, de toren kan worden beklommen. Een fraai blikveld reikt vanaf de trans tot verre einders. Het kloppend hart van Oudeschild heeft zich noordwaarts verplaatst naar de haven, waar de Texelse vissersschuiten tegenwoordig niet alleen meer tuk zijn op haring en garnaal, maar ook op toeristen die een dagje mee naar zee willen. Naar het oosten kabbelt de Waddenzee tam achter de stoere dijk, er liggen geen schepen meer op de rede. In het zuiden is Texel bezig een historische fout te herstellen: de Schans, een fort dat Willem van Oranje met twee bijforten (Lunette en Redoute) liet aanleggen om de Spanjaarden te beletten het Marsdiep op te varen, wordt in oude staat hersteld. Begin deze eeuw was de grond van de Schans afgegraven en gebruikt om de waddendijk op te hogen.

Ten westen van Oudeschild verheft zich een bult van wel vijftien meter hoogte, de Hoge Berg. Het is de mooiste plek op het Gouden Boltje, zoals Texelaars hun eiland liefkozend noemen. Een heel apart landschap is het. De percelen zijn omgeven door tuinwallen (tuunwóóle), muurtjes van plaggen die het schapenvolk in toom houden. Hier en daar worden ze opgesierd door een schapenboet (skéépeboet), een schuur met een schuine en met een rechte kant waarin van oorsprong het voer voor de schapen werd opgeslagen. De schuine kant is in principe altijd naar het zuidwesten gekeerd, in de richting van de wind.

De Hoge Berg is altijd een lusthofje geweest - voor de gelukkigen die er een stulpje betrokken en van daaruit het gekrioel van schepen op de rede konden zien, voor de eilanders die vaak in Het Bosje of de Zandkuil een dagje-uit waren, voor Jac. P. Thijsse en andere biologen die op hun knieën gingen voor bijzondere insekten, en nu voor de wandelaar van het Texelpad. Als een erehaag wijken de tuinwalletjes uiteen op onze tocht. We passeren op weg naar Den Burg nog twee begraafplaatsen. De ene is aangelegd voor 476 gesneuvelde Georgiërs uit de Tweede Wereldoorlog: soldaten die als krijgsgevangenen van de Duitsers op Texel waren gelegerd en in april 1945 in opstand kwamen uit vrees dat ze naar het front zouden worden gestuurd. Dit Russenkerkhof neemt volgens menig Texelaar overigens wel een loopje met de geschiedenis. De heldenrol die commandant Schwalma Loladse en zijn bataljon hier toegedicht krijgen, heeft op de eindstreep van de oorlog ook nog eens 120 eilandbewoners en 800 Duitsers het leven gekost. “Helden?” zegt een Texelse ongevraagd. “Schíjters waren het!”

Nog even langs het andere kerkhofje, dat van Oudeschild. 'Ook u wacht ik' staat er dreigend op het hek. Voorlopig niet, schiet ons te binnen. Daarvoor is wandelen op Texel nog te mooi.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel