Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Langs de kantoren van Trouw, van fietsenkelder tot aquarium.

Home

Haro Hielkema

Afgelopen nacht heeft dagblad Trouw de Stalin-allee verlaten. Een betonkolos aan de Amsterdamse Wibautstraat verschafte ons daar bijna 31 jaar onderdak. Nu nestelen wij ons in een glazen paleis op de Oostelijke Eilanden: historische grond met een onvergetelijke VOC-mentaliteit, bouwplaats voor schepen naar de Oost en motoren voor Werkspoor.

Het vertrek uit de Wibautstraat maakt weemoedig en lucht ook op. Als je meer dan de helft van je leven hebt doorgebracht in één gebouw, vaak ook ’s avonds en het begin van de nacht, zit die locatie ingebrand op je harde schijf. Hier verging de ’Herald of Free Enterprise’, crashte het El Al-toestel in de Bijlmer, stortten de Twin Towers in, werden Fortuyn en Van Gogh vermoord. Elk plekje, elk geluid, elke geur was verweven met nieuws en met verhalen.

Toch laten maar weinigen een traan om het vertrek, of het zou onze collega van het secretariaat moeten zijn die altijd zo genoot van de luchten van Ruysdael en de schitterende zonsondergang boven de stad. En de erwtensoep in de krantine op donderdag zullen we missen. Maar daar stopt het mee, denken we, als we eenmaal verhuisd zijn naar het INIT-gebouw op de Jacob Bontiusplaats. De schoonheid van het Parool/Trouwgebouw, zoals onze werkplek zo lang prozaïsch heette, was al lang vergaan. Voor de creatie van de veelgeprezen architecten Van den Broek en Bakema (1970) gaat inmiddels op wat voor de hele Wibautstraat geldt: slopen die handel. De gedroomde stadsboulevard die genoemd naar een doortastende wethouder, is inmiddels verworden tot ’de ergste straat van Amsterdam’, zoals het eens in het Parool werd verwoord.

Ja, het metrostation naast het gebouw was handig, als je tenminste niet beroofd werd. En over de Wibautstraat reed je zó de stad uit, mits het verkeer op de ringweg dat toeliet. Maar over de buurt krijg je nooit nostalgische gevoelens. En het kantoorpand is gewoon op, af, versleten. Puin valt van de buitenmuur, liften zijn een gribus en de redactiezaal had 's zomers meer weg van een Turkse sauna.

Nee, dan ons vorige kantoor op de Nieuwezijds Voorburgwal. Dat pand aan de Postzegelmarkt was een uitgelezen locatie, ’en een markant gebouw. Met een paar minuten lopen stond je in de Kalverstraat, of ’hing’ je aan de bar bij Hoppe op het Spui. Café Scheltema was nog dichterbij, maar dat was een etablissement voor overdag en als redacteur bij een ochtendkrant was je dan nog niet zo fris. De verkering met Hoppe en met d’Oude Herbergh naast het Maagdenhuis, waar vooral de sportredactie frequenteerde, was innig - soms té, vond het thuisfront. Daar aan de bar werd menig coup tegen de leiding bedacht (en vervolgens nooit uitgevoerd) en werd de wereld geregeld verbeterd.

We noemden ons gebouw de 'fietsenkelder’, omdat je een paar treden af moest en dan via een draaideur in het souterrain terechtkwam. Rechts zat Jacobi achter de receptie, links hing de koffieautomaat (een bekertje koffie kostte één dubbeltje) en was de wankele lift. Ooit stapte hoofdredacteur Bruins Slot daar in, drukte op het knopje voor 1-hoog en vroeg aan een jonge, hem onbekende medewerker: ’Zo, werkt u hier?’ Diens antwoord: ’Ja, u ook?’

De kamer van de hoofdredacteur was de mooiste kamer in het gebouw. Dat is nog zo, ook nu hotel Nova er in gevestigd is. Drukkerij Spin, waar Trouw technisch werd vervaardigd, is afgebroken. Het pand was ook bereikbaar via een buizenpostsysteem onder de straat. Normaal gesproken vloog daar de kopij door, af en toe ook wel eens een flesje bier voor de zetterij.

In het redactiegebouw was het kruip-door sluip-door, met duistere gangen, slecht licht en bovenal muizen. De beestjes kwamen uit alle hoeken en gaten en leidden een gelukkig bestaan tussen de etensresten die redacteuren achterlieten. Met kokers of honkbalknuppels werden ze nagezeten, maar dat hielp niet. De leiding stond redelijk machteloos, tot onverlaten etenswaar in de bureaulade van de directeur verstopten en ook hij last kreeg van ongewenst bezoek.

Kort daarna ging het onafhankelijke Trouw over in handen van Perscombinatie en verhuisde de redactie naar de Wibautstraat. ’Niet zonder weemoed’, constateerde de hoofdredactie in het dagelijks commentaar - ook toen al. ’Het is het afscheid van een omgeving, die bijzonder inspirerend was; van een plek in één van de mooiste steden ter wereld, waar het heerlijk was om te werken.’

Trouw was het jongste dagblad dat in de imposante ’Fleetstreet’ achter het Paleis op de Dam was neergestreken. Zodra de Duitsers in mei 1945 capituleerden, betrokken de illegale kranten de kantoren van de bovengrondse dagbladen, die een verschijningsverbod hadden gekregen of opgeheven waren. Trouw nam de burelen van De Standaard in, de anti-revolutionaire krant van oprichter (1872) en eerste hoofdredacteur Abraham Kuyper.

In de oorlog ging de verschijning van De Standaard door, tot de Duitsers dat in 1944 verboden. De Standaard is daarna nooit meer verschenen. In zijn biografie over verzetsvrouw Gezina van der Molen ’Strijdbaar & Omstreden’ beschrijft Gert van Klinken hoe medewerkers van het illegale Trouw op 7 mei 1945 de trappen van het Standaard-gebouw beklommen. „En zo zaten we dan in de directiekamer van die krant”, vertelde een van hen later, „met Bruins Slot, Eb van Ruller, Gezina van der Molen. Op een gegeven moment werd er aangeklopt. Het was hoofdredacteur Taeke Cnossen van De Standaard. ’O pardon’ , zei deze, en verdween meteen weer.”

Tijdens de bezetting werkte de redactie van Trouw verspreid over verschillende adressen. Het Standaardgebouw, op Nieuwezijds Voorburgwal 58-60, was het eerste kantoor van de bovengrondse krant. En het geesteskind van architect Jac. Duncker staat er nóg, statig en kleurloos. Vier beelden kijken vanaf de dakrand op je neer. De ruimte waar vroeger de mannenbroeders zetelden, is nu opgedeeld in appartementen (met een vraagprijs van € 775.000,- k.k.)

Na het kantoor van De Standaard verhuisde Trouw met het Parool naar het verlaten gebouw van de Telegraaf, ook op de Nieuwezijds. „Er was zelfs een mogelijkheid om het reusachtige pand voor negen miljoen gulden te kopen”, vertelt oud-hoofdredacteur Jaap de Berg, maar men liet deze kans lopen.” Trouw en het Parool hebben er zelfs nog enige tijd samen met de jongens van de wakkere krant van Nederland gezeten - in de lift stonden ze naar verluidt met de rug naar elkaar toe. Aan deze bizarre situatie kwam een einde, toen Trouw naar de Nieuwe Nieuwstraat verhuisde, een zijsteeg van de Nieuwezijds. Qua behuizing was dit pand (inmiddels afgebroken) het dieptepunt in het bestaan van Trouw, ook al overheersen de muizen aan de Postzegelmarkt en de krochten van de Wibautstraat in de verhalen over vroeger.

En nu gaan wij door op de Jacob Bontiusplaats, genoemd naar een VOC-arts die als eerste onderzoek deed naar tropische ziekten. Een naam is nog niet bedacht voor ons nieuwe pand, al reppen sommige collega’s al over een aquarium. Transparantie is het trefwoord , we gaan werken volgens een ‘open space’ concept. Als dat maar goed gaat. Anders verlangen we binnenkort misschien nog eens terug naar de vleespotten van de Wibautstraat.

Lees verder na de advertentie

Deel dit artikel