Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Lang leve de vooruitgang

Home

Jaffe Vink

Jaffe Vink.

Het is geen gezellig geloof dat oprijst uit de gedachtenwereld van de duurzame visionairs: Wij hebben de Aarde genegeerd, miskend, vertrapt. Wij leven niet in harmonie met de natuur. We razen op het ravijn af - tenzij wij spiritueel ontwaken. Tenzij wij verlossing zoeken. De verlossing is: duurzaamheid. De hostie is: biologische winterwortel.
Dit Groene Geloof verdient geen voorspraak.

Rijkdom is een overwinning op de armoede
Volgens het geloof van de duurzame visionairs 'zijn we vervreemd geraakt'.
Was het vroeger beter? Waren de mensen domweg gelukkig? Laten we eens kijken naar 'De aardappeleters' van Vincent van Gogh. Het is 1885 in het Brabantse dorp Nuenen.
De vrouw rechts is doodop, ze schenkt koffie maar haar blik is naar binnen gericht en het ziet er niet naar uit dat ze daar een dichtregel van Herman Gorter zal vinden. De man naast haar verlangt een kop van die morsige cichorei. De jonge vrouw, met een gestreken poffer op haar hoofd, kijkt aanminnig naar de linkerman. Ze kan niet lezen en niet schrijven. Zou ze iets verwachten van deze vroegoude jongen met zijn doffe blik? Droomt hij van een toekomst als briljant natuurkundige? Wordt er iets gezegd aan tafel? Zouden ze het hebben over 'de wijsheid van inheemse volken'? Of over 'de soortenrijkdom in diepzee en oerwoud'? Of misschien over hun gevoelens voor 'onze medeplanten'? Zou er iets groeien op de karige grond buiten dit krot?
Het raam aan de achterzijde biedt uitzicht op een grote duisternis, een duisternis van eeuwen. Het eerste gloeilampenfabriekje van Philips in Eindhoven - een stadje op twee uur gaans, met zo'n vierduizend inwoners - kwam in 1891.

'De aardappeleters' hangt in het Van Goghmuseum in Amsterdam. Als de familie zich los zou kunnen maken van het doek, dan lopen we even naar de grote supermarkt van Albert Heijn, die zich bevindt onder het Museumplein - bijna pal onder het schilderij - en laten we hun zien wat wij tegenwoordig eten.

 Het lijkt wel geënsceneerd: bij binnenkomst liggen daar schappen vol aardappelen, een heleboel soorten aardappelen, de ene nog mooier dan de andere. En dan: een weelderige uitstalling van groente en fruit. Een keur aan tomaten; vele soorten sla: ijsbergsla, veldsla, kropsla, rode botersla, romana, rucola. En: haricots verts, peulen, sugar snaps; rode, gele en groene paprika's, courgette, aubergine, sinaasappels uit Spanje, eetrijpe mango's uit Burkina Faso.

De aardappeleters kijken hun ogen uit. Ze wanen zich in het paradijs.
We zijn nog nooit zo rijk geweest. En deze rijkdom is geen decadentie maar een overwinning op de armoede.

Weg met de retoriek van de ondergang
Volgens het groene geloof 'heeft de chemie ons vergiftigd' en moeten wij 'biologisch eten'.
Om met het laatste te beginnen: dat mag maar het moet niet. In 2009 concludeert de Nederlandse Gezondheidsraad na onderzoek  dat biologische producten niet gezonder zijn dan gewone producten. Er is geen verschil.

En is het waar dat de chemie ons heeft vergiftigd?
In 1962 publiceerde de Amerikaanse biologe Rachel Carson het boek 'Silent Spring'. Het  had een daverend effect. "Het publiek werd zich bewust van milieurisico's, de chemische industrie werd tot vijand verklaard, de milieubeweging ontstond."

Carson schrijft over de nadelen van de chemische bestrijdingsmiddelen: ze doodden niet alleen de insecten maar ze kwamen ook terecht in de voedselketen en vergiftigden de vogels. Het is de grote verdienste van Carson dat zij wees op dit verband, dat nu zo vanzelfsprekend is.

Maar deze verdienste wordt overschaduwd door haar retoriek: elke zin is geschreven in de taal van de ondergang. De titel voorspelt al niet veel goeds. In vertaling: 'Dode lente', de lente van het apocalyptische jaar waarin de vogels niet meer zingen. Het citaat op de cover maakt het er ook niet beter op: "Vol liefde buigt de mens zich over de wieg van zijn kind en laat tegelijk toe dat zijn voedsel wordt vergiftigd - hoe lang nog?" En zo gaat het het hele boek door. "Kortom, de mens is bezig met zelfvernietiging."

De chemie heeft ons niet vergiftigd. De aard en het gebruik van de bestrijdingsmiddelen zijn grondig veranderd. De vogels zingen het hoogste lied. En ons voedsel is nog nooit zo goed en nog nooit zo veilig geweest. Dat is te danken aan kunstmest, plantenveredeling en gewasbeschermingsmiddelen, alias chemische bestrijdingsmiddelen. We leven langer en gezonder dan ooit.

Maar die retoriek van de ondergang is gebleven - tot op de dag van vandaag. We razen op het ravijn af.
Leve de technologische vooruitgang

Volgens het geloof van de duurzame visionairs worden we niet alleen vergiftigd door de chemie maar ook 'vermalen in grootschaligheid'. Is dat zo?
Laten we een grootschalig voorbeeld nemen. De Amerikaanse landbouwdeskundige Norman Borlaug veredelde met behulp van moderne technieken tarwe, maïs en rijst en zorgde er in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw voor dat deze nieuwe rassen op zeer grote schaal in Zuid-Amerika en in Azië werden geteeld. Dit leidde in Mexico, India, Pakistan, China en Indonesië tot een spectaculaire vergroting van de oogst, op eenzelfde areaal grond, in een tijd van een even spectaculaire toename van de wereldbevolking.
Het was de tijd van het demografische doemdenken. De bioloog Paul Ehrlich publiceerde in 1968 'The Population Bomb', een bestseller vol rampspoed en bron van inspiratie voor de Club van Rome. Ehrlich gaf als raad: zorg voor jezelf en je vrienden en geniet van de weinige tijd die je nog rest - terwijl Borlaug aan het werk was op het veld.

Met zijn technologie redde Borlaug het leven van een miljard mensen, destijds een kwart van de wereldbevoling, die anders zouden zijn omgekomen van de honger. Grootschaliger kan een werk niet zijn. In 1970 kreeg hij hiervoor de Nobelprijs voor de Vrede.
Deze technologische vooruitgang in de landbouw wordt de Groene Revolutie genoemd - niet te verwarren met het Groene Geloof van onze visionairs met hun agenda van de angst.

Borlaug bleef strijden tegen de honger. Ook in Afrika, met hulp van oud-president Jimmy Carter en een Japans fonds. Voorzitter Ryoichi Sasakawa belde hem op. Borlaug: "Ik ben 71. Ik ben te oud om opnieuw te beginnen." Sasakawa: "Ik ben vijftien jaar ouder - we hadden gisteren al moeten beginnen."

Bij de eeuwwisseling in 2000 - Borlaug was toen 86 jaar - hield hij nog een hartstochtelijk pleidooi voor de mogelijkheden van de biotechnologie om door genetische modificatie de oogst te vergroten. Sommige milieulobbyisten zijn volgens hem het zout der aarde, maar de meesten zijn elitair, het zijn 'zeloten die zich tegen de wetenschap keren'. Hij beschouwt het als de belangrijkste opdracht van de wetenschap in de eenentwintigste eeuw om de angst te bestrijden.
Het werk van Borlaug zou tot de basiskennis van elke scholier moeten behoren, maar deze weet meer van de droevige ijsbeer.

Wat moeten we met het abacadabra van het groene geloof?
'Dat we afstevenen op het ravijn is een feit.'
In hemelsnaam:
Verlos ons van het groene geloof.
Verlos ons van de visionairs met hun agenda van de angst.
Verlos ons van het panisch universum waarin het altijd vijf voor twaalf is.

Toon ons, na duizend keer dezelfde droevige ijsbeer, de glorie van het menselijk vernuft.



Jaffe Vink (1951), filosoof en publicist, is de geestelijk vader van Letter&Geest. Tot 2006 werkte hij voor Trouw; in 2007 richtte hij het tijd¬schrift Opinio op. Hij werkt aan een boek over vooruitgang en doemdenkerij.

Deel dit artikel