Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Landbouw is meer dan techniek, ook groene waarden en smaak tellen

Home

Kees de Vré

Boerenkooloogst in Duitsland. De wetenschappers in Wageningen moeten zich meer aantrekken van ervaringen van boeren op het veld. © EPA

Wageningse landbouwkundigen denken te veel vanuit de techniek. Hoe efficiënter gewassen worden geteeld, hoe beter. Maar voor de samenleving tellen ook ecologie, dierenwelzijn en smaak.

Klassieke landbouwkundigen als Louise Fresco en Aalt Dijkhuizen denken nog steeds dat de ecologie om landbouw draait, terwijl de samenleving vindt dat de landbouw om ecologie draait. Emeritus-hoogleraar ecologische landbouw Eric Goewie zegt het voorzichtig. "Ik wil niet te fel overkomen. Ik ben wetenschapper, ik zoek de nuance." Hij wacht even, kauwt op zijn woorden en vult dan aan. "Het wordt eens tijd dat ze hun blik naar die samenleving draaien. Zij passen de aarde aan aan wat in laboratoria is uitge- dacht, maar je moet de landbouw aanpassen aan wat de aarde kan dragen."

Fresco - hoogleraar duurzaamheid - en Dijkhuizen - voorzitter Wageningen Universiteit - hebben recent, los van elkaar, een pleidooi gehouden voor een landbouw die nog intensiever moet zijn dan die nu al is. Hun motief daarbij is vooral dat de honger de wereld uit moet, zeker als de aarde straks is bevolkt met negen miljard mensen, twee miljard meer dan nu. Goewie: "Dat hongervraagstuk wordt er nu met de haren bijgesleept, maar hun opstelling heeft niets te maken met honger. Die vloeit voort uit hun theoretische manier van kijken."

Zo wordt in de theoretische teeltkunde gewerkt met computersimulatiemodellen, legt Goewie uit. "Dat zijn geavanceerde modellen waarin ideale omstandigheden voor de productie van een gewas worden nagebootst. Altijd zijn ze gebaseerd op evenwichten. Bijvoorbeeld, wat een bedrijf aanvoert aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen of antibiotica moet in het eindproduct zijn opgenomen. Zo lekt er theoretisch niets naar het milieu. Voor allerlei gewassen zijn productiesimulaties doorgerekend. Zo'n model berekent in feite wat economisch efficiënt is. Meer kunstmest dan nodig, is duur en vervuilt bovendien de omgeving van het bedrijf. Het gebruik van die theoretische modellen is nu algemeen geworden."

Dat klinkt behoorlijk ideaal. "Inderdaad, maar wel in het lab. In de praktijk zie je toch iets anders gebeuren. De uitstoot van mineralen bij voorbeeld is inderdaad stevig teruggebracht, maar nog lang niet tot waarden waarvan de landbouwkundigen dromen. Ik ben zelf opgeleid als bestrijdingsmiddelendeskundige en heb als directeur van de Plantenziektekundige Dienst van het ministerie van landbouw beleid gemaakt voor gewasbescherming. Van de toegediende middelen is maar 0,1 procent nodig om insecten te doden. Maar omdat je niet precies weet waar die beesten zitten, is er 99,9 procent extra nodig om daar zeker van te zijn. Voor mij is langzamerhand duidelijk geworden dat je via rekenmodellen dat soort chemische middelen niet veilig kunt toepassen. Recent onderzoek wijst ook uit dat onze sloten nog altijd behoorlijk vervuild zijn met bestrijdingsmiddelen. Ook zaken waar de samenleving nu om vraagt, zoals dierenwelzijn en smaak van producten, zijn niet met theoretische benaderingen aan te pakken."

Volgens Goewie is er sprake van blikvernauwing. Maar die is niet bewust ontstaan. "Nee, dat geloof ik niet. Voor veel Wageningers is dat geobjectiveerde laboratoriummodel met evenwicht tussen kosten en opbrengsten nou eenmaal hun werkelijkheid. In die optiek is de plofkip inderdaad duurzaam. Maar dat is wel de landbouwkunde die planten reduceert tot zakjes met in water opgeloste mineralen, dieren worden gezien als stekbare (te klonen) organismen en mensen als intelligente dieren. Voor mij is dat een landbouwkunde die de weg is kwijtgeraakt."

Over andere benaderingen is altijd erg lacherig gedaan, weet Goewie uit eigen ervaring. Na een verblijf in de tropen keert hij terug naar Wageningen, maar niet meer in zijn oude stiel. Hij benadert de landbouw steeds meer als een kunde die ecologie als randvoorwaarde moet hanteren. Hij wordt daar meewarig om bekeken en moet tegen de stroom oproeien, net als de boeren die biologisch of biologisch-dynamisch opereren. "Dat zijn nou eenmaal eigenwijze boeren, die hun werk in de natuur minstens zo belangrijk vinden als wat in laboratoria wordt berekend. Hun aandacht voor de omgeving, hun praktijkervaring en hun gezonde verstand leveren waar de samenleving om vraagt: veilig en gezond voedsel, een schone omgeving, dierenwelzijn en landschapsbehoud."

Hoewel hij toegeeft dat het zijn moeilijkste jaren waren, blijft hij als wetenschapper reageren. "Wageningers denken te benauwd. Zij vinden biologische landbouw en zeker de biologisch-dynamische landbouw een geloof. Maar dat geldt voor de intensieve landbouw net zo. Men denkt vanuit een beperkt kader. Men gaat alleen uit van input-output modellen en laboratoriumsituaties. Zo ontnemen ze zich de ervaringen van boeren in het veld."

Boos op Wageningen is Goewie niet. "Nee. Het blijft een broedplaats van ideeën. Hun probleem is dat ze landbouwkunde zijn gaan zien als wetenschap. Wetenschap ontdekt natuurwetten. Maar landbouw is een technologie die gebruikmaakt van natuurwetten. Zo zijn auto's, gebouwen en computers ook ontstaan. Landbouw is een technologie die met behulp van natuurwetten, bruikbare systemen ontwerpt voor voedselproductie en omgevingsbeheer. Maar in plaats van te zoeken naar veelzijdigheid van systemen, zijn Wageningers te veel bezig met onderzoeken op microniveau, zoals cellen en genen. Daardoor ziet men niet meer hoe de omgeving reageert. Ik zeg niet dat die input-output modellen onzin zijn, maar kijk ook eens naar maatschappelijke acceptatie, ecologische inpasbaarheid en aanvaarding door consumenten. Ik moet dan wel eens denken aan de astronoom Galileï die begin 17de eeuw het toen heersende geloof aan de kaak stelde door te zeggen dat de aarde om de zon draait in plaats van anders-om."

Goewie heeft zijn woorden nooit ingeslikt, zoals Galileiï gedwongen was te doen. Zijn werk in Wageningen als hoogleraar was niet altijd gemakkelijk. Uiteindelijk werd zijn leerstoel opgeheven vanwege bezuinigingen. Hij ging zelf met vervroegd pensioen, maar wat hem nog wel bezighoudt is het tamelijk in zichzelf gekeerde Wageningen. "Het denkkader is erg laboratorium-achtig en daardoor van weinig betekenis voor de samenleving. Waarom ze niet meer de luiken open zetten? Ik vermoed dat het samenhangt met de enorme fabriek die Wageningen is geworden. Er is angst voor verlies van verworven posities, van prestige, van geld uit Den Haag, Brussel of van het bedrijfsleven."

De band tussen wetenschap en bedrijfsleven is bij de eerder genoemde Wageningers Fresco en Dijkhuizen duidelijk. Fresco is commissaris bij Unilever en de Rabobank, beide met grote belangen in de landbouw. Dijkhuizen was voor hij overstapte naar Wageningen onderzoeksleider bij diervoerbedrijf Nutreco.

Goewie stelt uit te gaan van de integerheid van beide wetenschappers. "Maar als je als hoogleraar geloofwaardig maatschappelijk bezig wilt zijn, zou ik geen commissariaat op mij nemen, zeker niet bij een commercieel bedrijf."

Biocongres

Eric Goewie spreekt vandaag op het congres ter gelegenheid van 75 jaar biodynamische landbouw in Nederland. Het congres vindt plaats in cultureel centrum de Rode Hoed, Keizersgracht 102 in Amsterdam. Daar wordt ook het boek van Ellen Winkel 'De aarde zal weer vruchtbaar zijn' over 75 jaar biolandbouw ten doop worden gehouden.

In het avondprogramma is er een debat over de actualiteit van biolandbouw als vernieuwingsbeweging met professor Kees Zoeteman en bioboer Jan Schrijver o.l.v. Dick Veerman.

Kaarten 10 euro aan de kassa of via www.rodehoed.nl

Meer informatie
www.stichtingdemeter.nl

Deel dit artikel