Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Land van Kees Verkerk, de suikerpee en Groot Koninkrijk

Home

HARO HIELKEMA

VAN 's-GRAVENDEEL NAAR OUD-BEIJERLAND Lopen op de (zuid)oever van de Oude Maas, langs de rand van de Hoeksche Waard, is een aangename bezigheid die bijna voortdurend over gras voert. Van 's-Gravendeel (per bus bereikbaar vanuit NS-station Dordrecht) naar Oud-Beijerland (met bussen naar Rotterdam-Zuid) is het ongeveer 20 km; onderweg zijn verschillende bushaltes. Voor informatie over het openbaar vervoer: tel. 06-9292. Een deel van de wandelroute komt voor in de Provincie-Voetwijzer van Zuid-Holland (Uitgeverij op Lemen Voeten, 1993). Het Hoekschewaards Landschap organiseert sinds 1991 elke zomer een 'Oeverloop' in drie dagen om de Hoeksche Waard heen. Deelname is beperkt. Informatie is te verkrijgen bij het Bezoekerscentrum Klein Profijt in Oud-Beijerland, tel. 0186-621888.

Toch kan wandelen op de zuidoever van de Oude Maas hartverwarmend zijn. Meegaand met de zoetwatergetijde rivier, de enige in West-Europa, word je deelgenoot van een gebied vol tegenstellingen en kom je daarbij ogen te kort. De stroom wordt druk bevaren. Hoog spat het water tegen de dijk op en aan de overzijde klopt het industriële hart van Dordt. Verderop reikt ook de bedrijvigheid van Rotterdam al steeds dichter naar de Oude Maas toe.

Aan deze kant van de 'grensrivier' blijft het landschap nog enigszins gespaard voor de oprukkende verstedelijking en andere planologische ingrepen. Met de hulp van een hoop actieve burgers, zoals de vrijwilligers van het Hoekschewaards Landschap, lukt het waardevolle natuurgebieden te bewaren en toegankelijk te maken voor de stille recreant. Terwijl de Euromast in de verte wenkt en de schoorsteen van de wereldhaven rookt.

Een van die gespaarde groenreservaten is de polder Groot Koninkrijk, op het punt waar Oude Maas en Dordtse Kil uiteen gaan. Klein Koninkrijk heeft omstreeks 1970 het loodje gelegd voor een scheepssloperij - dat was het afscheidscadeau van Dordrecht, kort voordat deze gemeente het poldertje bij een grenswijziging aan 's-Gravendeel moest afstaan. Een massa schepen wacht er nu tevergeefs op Taiwanese of Peruaanse belangstelling.

Wat een verschil met Groot Koninkrijk, een van de weinige buitendijkse grasgorspolders van de Hoeksche Waard die niet is volgespoten met (verontreinigd) Rotterdams havenslib. Ook de vuile bagger die vrijkwam bij de aanleg van de Kil-tunnel, is - dankzij actievoerders - aan de polder voorbij gegaan, net als dat dwaze idee van 's-Gravendeels burgemeester voor een kerncentrale in Groot Koninkrijk.

Het natuurmonument stroomt 's winters niet meer vol en dat 's-Gravendeel hier recent nog zijn rioolwater loosde, is alleen nog te zien aan een zwartgeblakerde paal op de dijk. Buitendijks soppen de rietgorzen in het water van de Oude Maas die een getijverschil kent van ruim een meter. Het duurt niet lang meer of de dotterbloem zal zijn gele sluier over het gebied leggen en blauwborsten en grote karekieten zullen de lucht confisceren. Een schapenboer heeft dat al met de dijk gedaan; een roestig verbodsbordje dwingt tot een klein ommetje naar Puttershoek. Hier ongeveer is de hogesnelheidslijn gepland, ondergronds en onder water - daar helpt geen hek of prikkeldraad tegen.

Bij de jachthaven van Puttershoek moeten we van de dijk af, een stuk door het dorp. Bij Het Veerhuis vindt het weerzien plaats met de rivier. Het oude café zit nog op het winterslot, een gemiste kans om de schaatssuccessen van 'Keessie' nog eens op te halen of te proeven van Het Elfde Gebod. Het veerpontje naar Zwijndrecht heeft een weekend vrijaf en dus gaan we verder over de verzwaarde dijk die Puttershoek zwaar heeft getekend. Groots en meeslepend is de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek uit 1913, die over de dijkweg heen is gegroeid: levensader in het land der peeën en hofleverancier van de suikerklont.

De fabriek neemt zoveel ruimte in beslag dat we bij de oude hereboerderij Rustenburg (1640) onderdijks over Het Weegje moeten lopen, tot aan Kuipersveer. Hier ging vroeger de postkoets over, van Brussel naar Den Haag. Vele reislustigen zijn er in voorbije eeuwen langs gekomen; ook Johan Willem Friso nog in 1711, voordat hij met de volgende rivierpont (op het Hollands Diep bij Moerdijk) jammerlijk verdronk. Kuipersveer is nu een oord van stilte, een gepasseerd station op onze scharreltocht langs de Maas.

Al snel passeren we de Geertruida Agathapolder, het andere buitendijkse grasgors die van baggerslib is gevrijwaard. Deze polder loopt 's winters wel vol bij hoogwater. Graag hadden de ingenieurs van waterstaat hun lineaal over dit gebied gelegd en de bocht in de rivier (met een unieke lagune voor steltlopers) afgesneden, maar de bevolking heeft ook hier het landje-pik uiteindelijk kunnen bezweren. De 'Blankert', zoals de polder in de volksmond heet, wordt binnenkort door Domeinen overgedragen aan Staatsbosbeheer - al moest de Nationale ombudsman er een stevig handje bij helpen.

Voorbij het natuurgebied stuiten we op de stoffelijke resten van de toegangsweg naar de Barendrechtse brug. Braamstruiken overwoekeren het asfalt en de vangrails, lantaarnpalen staan voor dood in het verlaten land. Het is hier prachtig, ook verderop naar de kop van de Heinenoordtunnel. Snel sterft het zoeven van de auto's weer weg en maakt plaats voor het ruisende riet en het klotsende water. Heinenoord laten we links liggen, Goidschalxoord met z'n watertorentje ook. Bij het naderen van Oud-Beijerland komen we langs 'Klein Profijt'. Het is de enige plek die nog herinnert aan de tijd dat de vangst van zalm en steur een bloeiende bedrijfstak was. Nu is het een al even bloeiend bezoekerscentrum van het Hoekschewaards Landschap, waar de jeugd zich verdringt en vrijwilligers de oude glorie proberen te herstellen. Het moet een knooppunt van wandelpaden en fietsroutes worden, een thuisplaats voor knotters en andere natuurliefhebbers. De soep is lekker heet in 'Klein Profijt'.

Deel dit artikel