Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Labadie, labeda, labedonia

Home

Lodewijk Dros

Religieus communisme, extatische taferelen: het voorbeeld van de eerste christengemeente te Jeruzalem vond telkens navolging. Driehonderd jaar geleden probeerden de labadisten het in Friesland. Van hun poging is niets meer overgebleven dan de grauwleren huid van vier mummies. Als die al van deze najagers van het pinksterideaal zijn.

'Met hevige pijn gestorven', meldt het bordje bij lijk drie. Hij is niet lang, anderhalve meter. Zijn gewrongen hoofd verraadt de vermoedelijke doodsoorzaak, een kaakabces. Hij is een van de vier overgebleven mummies van Wieuwerd, sinds twee eeuwen een attractie. Wie zijn de gedroogde doden uit de Friese Greidhoek, tussen Leeuwarden en Sneek? Adel van het geslacht Walta? Najagers van het pinksterideaal?

Nicolaas is de schutspatroon van de hervormde kerk in Wieuwerd, dezelfde heilige die zoveel kustplaatsen beschermde. Eens was het een visserdorp, nu ligt het kilometers van de kust, in de groene zee bezuiden Leeuwarden. Het ANWB-bordje op de zuidgevel is van oud en sleets email, bewijs van langjarige belangstelling, niet voor de nageschilderde baldakijnen achterin de kerk, maar voor het 'wonder van Wieuwerd' onder het verhoogde koor.

Daar is de grafkelder van de adellijke familie Walta, gebouwd in 1609. In de kleine overwelfde kelder is het vooral koud, door de wind die straf van het ene naar het andere open raam waait. In vier kisten liggen de mummies: de man met het abces, een vrouw, jong nog, die aan tuberculose is gestorven, een vrouw met een vreemde lichaamshouding, en de man die, anno 1715, hier zijn dagen begon af te tellen in afwachting van de wederkomst van Christus, een goudsmid. Hun huid is van grauwachtig leer, hun lichaam zó verdroogd dat ze nog maar vier kilo wegen.

Ze gingen de weg van alle vlees -stof tot stof- maar een curieuze samenloop van omstandigheden (wind, dat is zeker, en verder al wat de tijd wil doen geloven, van bijzondere dampen tot aardstralen) maakte dat ze hier liggen, naakt. De tand des tijds hebben ze niet helemaal doorstaan, noch grafschennende bezoekers. Ze waren ooit met hun elven, nu liggen er glasplaten over de vier resterende doden heen. Behalve van de goudsmid is van geen van hen de naam bekend, en zelfs zíjn identiteit is niet zeker.

De geschiedenis verbindt aan het kerkje de naam van Anna Maria van Schuurman (1607 - 1678). Dit multi-talent was de eerste vrouw die een theologiestudie volgde, zij het vanachter gordijntjes, te Franeker. Schuurman was het vleesgeworden pinkster ideaal: op haar derde las ze de Bijbel; later kon ze zo'n beetje alle bevolkingsgroepen die volgens het Handelingenboek in Jeruzalem getuige waren van de uitstorting van de Heilige Geest, in hun eigen taal te woord staan.

Toen timmerlieden in 1765 een aantal kisten aantroffen in de grafkelder te Wieuwerd, meldde de Leeuwarder Courant dat ze 'een lijk opgegraven' hadden, 'waarvan men meent volkomen zeker te zijn, dat dit het lijk is van de door hare geleerdheid beroemde Anna Maria Schuurman'. Het was niet alleen de mummificatie, maar vooral de persoon die in de jaren daarna 'een toevloed van allerlei nieuwsgierigen' trok. In de kleine, permanente expositie in de Nicolaaskerk valt haar naam geregeld, en wordt verband gelegd met de labadisten, een sektarisch gezelschap dat een halve eeuw in de buurt van Wieuwerd vertoefde en waar ook de naam van Schuurman bijhoort.

De labadisten danken hun naam aan Jean de Labadie. Deze fransman was achtereenvolgens jezuïet, jansenist en afvallig katholiek die bij Calvijn aansluiting zocht - en het daar ook niet vond. De Labadie moet een charismatische figuur geweest zijn, die een groot en vooral enthousiast gehoor wist te vinden. Uitgeweken naar Genève ging zijn roem over de grenzen, tot in Nederland toe. Via haar broer Johan, die bij De Labadie inwoonde, las Van Schuurman over de Geneefse preektijger. Door haar toedoen (en dat van Gysbert Voetius) kwam De Labadie naar Nederland. Hij zou de dienstknecht des Heeren zijn, die de Reformatie in het lauwe Nederland waar de kroegen vol en de kerken halfvol zaten, tot opbloei kon doen komen, piëtistisch, vroom.

De Labadie kwam. ,,Er kwam ene boer uit Zwitserland, kadee, kadolleke, kada, hij had 'nen ezel aan zijn hand, labadie, labeda, labedonia'', spotte men, want de vrome ziel had zich verkleed als boer, om ontmaskering te voorkomen.

De nieuwberoepen dominee van Middelburg werd al snel door de nationale kerk van de kansel geweerd, waarbij jalousie de métier van minder succesvolle predikanten wel een rol gespeeld zal heben. De Labadie week, met steeds Anna Maria van Schuurman aan zijn zijde, uit naar Veere, Amsterdam, Herford (Duitsland) en ging naar het Deense Altona waar hij in 1674 stierf.

De hervorming van de katholieke kerk was mislukt, de Gereformeerde (hervormde) kerk lustte de separatist niet. In zijn geest ontstond een kloostergemeenschap die in de buurt van Wieuwerd onderdak vond op Thetinga-state, een slot met landerijen van drie freules Van Aerssen; er zat veel volk met blauw bloed rond De Labadie.

De gemeenschap werd gemodelleerd naar die van de eerste christenen, die net fris de Geest hadden ontvangen, zoals in het bijbelboek Handelingen is opgetekend. Het tartte de gewone Fries: arm en rijk zaten door elkaar heen, vrouwen en mannen ook. Als daar de invloed van Van Schuurman niet achter zit. Volwassendoop werd de norm en het avondmaal had niet de bedrukte sfeer die het elders kreeg, van doodsmaaltijd en strenge koppen: ze deden het 'lustig', met zang en dans, met geestelijke omhelzingen. Extatische taferelen waren geen uitzondering.

Het labadistenklooster was een zeventiende-eeuwse pinkstergemeente op piëtistische grondslag, onder strenge tucht, met sektarische trekken, een 'gulzig instituut'. 'De wereld' moest uitgebannen, het 'vlees gedood'. Dat gebeurde door mensen van hun superioriteitsgevoel af te helpen: een dominee achter de wastobbe. Door kinderen zo streng op te voeden 'dat ze om een haverstro werden gegeseld en zich dan nog dankbaar moesten betonen voor kastijding'; hun gezondheid en taalontwikkeling liepen gevaar. Door alle opsmuk af te zweren; door de biecht, niet in een hokje met een biechtvader, maar in het openbaar, waar zelfs gedachten moesten worden bekend.

Van Schuurman, in Wieuwerd Moeder Anna, verbrandde haar kunstbezit en leverde op haar oude dag haar kunstzinnigheid (die was ook al groot) in voor haar radicaal geloof. In Thetinga-state hadden de gezinnen geen slot op de deur, zodat de strenge 'opzieners' de huiselijke intimiteit konden controleren. De buitenwacht vermoedde eerder vrije seks in het labadistenklooster. Toch verbood men de 'dangereuse sekte' niet, denkelijk dankzij invloedrijke labadisten.

Toen De Labadie nog leefde, werd al bepaald dat in de gemeenschap van ware gelovigen niemand iets voor zichzelf zou hebben, maar alles gemeenschappelijk was. Ook dat was naar het voorbeeld van de eerste christengemeente in Jeruzalem: religieus communisme.

Toen een van de economische steunpilaren, een vermaarde medicus, besloot zich (om zijn kinderen) terug te trekken, verliet de gemeenschap het communistisch ideaal. Dat viel hem erg zwaar, zei de toenmalige leider, die er als schrale troost aan toevoegde dat het in de eerste christengemeente te Jeruzalem óók niet was gelukt. Er was veel gesnik, en de overtuiging dat er, net als toen, 'vele gemeenten' te stichten waren. De labadisten hadden dat al, zonder succes, geprobeerd in Suriname en in de Verenigde Staten.

Het was het begin van het einde. De gemeenschap, eens vier-, vijfhonderd mensen groot, verliep: in 1725 hield ze op te bestaan. Thetinga-state werd gesloopt.

Wie die vier in de grafkelder te Wiewerd ook zijn, niet Van Schuurman. Dat zij het wel zou zijn, heette al in 1786 een 'valsche mare' - ze ligt op het kerkhof. Dat meldt de expositie keurig, maar toch brengen ze haar, een aansprekende vrouw, graag in verband met de mummies. Zelfs tot in de grafkelder. Daar hangt, aan de noordkant, haar portret. Ze houdt met de ene hand haar sobere jurk decent dicht, in de andere heeft ze een boek.

Het lijk van De Labadie rust zeker niet te Wiewerd, maar ook hij kijkt, van de zuidzijde, de bezoeker met droeve vriendelijkheid aan. Tussen Anna en Jean in hangt aan het gewelf sinds 1930 een kip die als een morbide lampion ondersteboven bewijst dat de lijkverdroging nog steeds werkt.

Deel dit artikel