Laatste gezonken onderzeeboot WO II in vizier

home

Alwin Kuiken

De O-13 en O-14 in 1939 in de haven van Amsterdam. © Spaarnestad/HH

Niets is er nog van de Hr. Ms. O-13 vernomen sinds de Nederlandse onderzeeboot in de avond van 12 juni 1940 de haven van het Schotse Dundee verliet richting Noorse wateren. De 31 Nederlanders en drie Britten aan boord moesten voorkomen dat de Duitse oorlogsschepen Engeland zouden bereiken.

Sinds in oktober bij Indonesië de in 1941 gezonken K-16 is gelokaliseerd, is de O-13 de laatste onderzeeboot die nog niet terecht is.

Maar het net rondom de O-13 lijkt zich langzaam te sluiten. Sinds de vondst van de K-16 door Australische duikers maakt Defensie serieus werk van de zoektocht naar de laatste van zes verdwenen duikboten. Eenvoudig is dat niet: in tegenstelling tot de andere gezonken boten zijn er geen getuigen.

Zeemijnen
De marine heeft daarom vorig jaar vissers, maritieme onderzoekers en offshore-bedrijven gevraagd om in een zorgvuldig uitgekozen gebied opvallende objecten op de zeebodem door te geven. Hiervoor is een zone uitgezet van 25 bij 25 kilometer die op de route van de O-13 lag en bezaaid was met zeemijnen.

Mogelijk is de boot op zo'n mijn gevaren. Een andere theorie wil dat de O-13 is overvaren door de Poolse onderzeeër Wilk. Maar aan dit verhaal wordt al vele jaren getwijfeld. Mogelijk voer de Wilk op een boei en maakte de bemanning er uit schaamte een spannender verhaal van.

Expeditie
De vraag van Defensie leverde vijftig hits op, vooral van vissers wier netten op de bodem bleven haken, vertelt Jouke Spoelstra, officier bij de Onderzeedienst van de Koninklijke Marine. In samenwerking met het Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945 is hij bezig om een twaalfkoppige expeditie voor te bereiden. Als het weer gunstig is, vertrekt hij in september, uiterlijk oktober naar de zuidelijke Noorse wateren. Nederlandse maritieme bedrijven als Fugro, WNL en Tranship hebben (sonar)apparatuur en het schip de Tridens toegezegd.

Volgens Spoelstra is de kans '80 procent' dat één van de vijftig objecten de O-13 is, vermoedelijk op een diepte van vijftig tot zestig meter. De kans op succes kan nog toenemen als hij de beschikking krijgt over speciale sonarapparatuur waarmee ook diep onder het zand gezocht kan worden. "Andere wrakken zijn bijna altijd gevonden nadat vissers hun netten verloren. Zo is de K-16 gevonden op directe aanwijzing van een visser."

Polen
Omdat in het tot 'prio1' omgedoopte zoekgebied mogelijk ook de Poolse onderzeeër Orzel en de Britse duikboten N-71 en N-65 liggen, is er volop internationale aandacht voor de Nederlandse expeditie. "Vooral de Polen zijn heel patriottistisch. Als wij hun boot vinden, gaat daar echt de vlag uit", zegt Spoelstra.

Nabestaanden
Naamgenoot Jan Spoelstra, voormalig onderzeeboot-commandant en vicevoorzitter van het Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945, is blij met alle inspanningen. Hij zou graag zien dat nabestaanden van de 34 slachtoffers duidelijkheid krijgen.

"Zij willen heel graag weten waar hun man, vader of broer liggen. Dat wordt wel eens onderschat. Het is een ereplicht om hen terug te vinden. Als we kunnen zeggen: uw rouwplaats is hier, daalt er een grote rust neer. We hebben uiteraard geluk nodig. Alle machines lijken in werking te zijn."

Traditiekamer
Mocht de O-13 worden gevonden, dan zal de boot niet uit het water gehaald worden. Wel volgt dan op volle zee een ceremonie en neemt Defensie een object mee naar huis, bedoeld voor de Traditiekamer van de Onderzeedienst in Den Helder. Het stuurwiel van de vorig jaar gevonden K-16 ligt hier ook.

Lees verder na de advertentie

Zes verdwenen boten
Tegenover vier onderzeeboten nu, bezat de Onderzeedienst rond de Tweede Wereldoorlog 28 exemplaren. Drie werden in beslag genomen en afgebouwd door de Duitsers, zes verdwenen op zee, één boot werd vernietigd in het dok tijdens een bombardement op Soerabaja. Van de zes boten die op zee verdwenen, vergingen de K-16, de K-17, de O-16 en de O-20 in de wateren van toenmalig Nederlands-Indië. De O-13 en de O-22 vergingen op de Noordzee. In totaal vonden 213 bemanningsleden de dood.

Documentaire 'Still on Patrol' in de maak
"Elke keer als ik die foto's zie, waardoor, ik weet het niet, dan schiet ik vol", zegt Coen Laan (84) in de nog onvoltooide documentaire 'Still on Patrol'. In zijn hand houdt hij een foto van zijn broer Lodewijk, één van 31 Nederlandse opvarenden van de in 1940 gezonken onderzeeboot O-13. De matroos 2e klasse was achttien jaar toen de zestig meter lange duikboot zonk. Van de documentaire in de maak, is op internet al een voorproefje te zien. Het is een project van mediabedrijf In2Content waaraan omroep Max deze week zijn naam verbond. De naam Still on Patrol refereert aan de officiële status van de (vermiste) boot. Als eerbetoon aan de slachtoffers heeft Defensie de status zo gelaten. Documentairemaker Wilco Pleging traceerde vele nabestaanden en sprak er elf. De meesten komen uit Den Helder, uitvalsbasis van de Onderzeedienst van de marine. Pleging zoekt nog nabestaanden, onder wie familie van commandant E.H. Vorster. Meer informatie is te vinden op stillonpatrol.nl.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie