Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Laat het vaste Ik maar liever los

Home

Peter Henk Steenhuis

Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je uitblinkt. Vandaag: Anneke Smelik, hoogleraar Visuele Cultuur over flexibiliteit. Onze identiteit is ’vloeibaar’ geworden, en het is een deugd om daar soepel op in te spelen. Ergens tussen verstarring en gezweef.

In ’Jenseits van Gut und Böse’ neemt de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche de deugdethiek onder de loep. ’Het is waarschijnlijk’, schrijft hij, ’dat ook wij nog onze deugden hebben, hoewel het niet meer die trouwhartige en stoere deugden zullen zijn, omwille waarvan we onze voorouders in ere, maar ook een beetje van het lijf houden.’ Flexibiliteit is zo’n deugd die niet meer op trouwhartige oude deugden lijkt. Maar is flexibiliteit niet eerder een modebegrip dat ons huiver aanjaagt?

„Flexibiliteit mag een modebegrip zijn, het is wel een belangrijk begrip dat onze moderne maatschappij kenmerkt. In de tijd van mijn oma was dat niet zo: zij werd geboren in een bepaald gezin, in een bepaalde stad, in een bepaalde religie, in een bepaalde stand. Haar leven stond bij haar geboorte al grotendeels vast, het was destijds niet de bedoeling flexibel door de maatschappij heen te bewegen. Wij doen dat wel: onze gezinsbanden zijn losser, we verhuizen makkelijker, we laten onze religie eerder los, en aan standen houden we ons al helemaal niet meer. Dat onze maatschappij flexibeler is geworden, biedt ons mogelijkheden die vroeger ongekend zouden zijn.’’

Dat is winst.

„Zeker. Maar ik onderken de angsten die deze flexibelere maatschappij met zich meebrengt. Noem alleen al het flexibele ontslagrecht, dat heikele politieke onderwerp. Voor je het weet, wordt een onderdeel van je bedrijf naar India of China verplaatst en ben je je baan kwijt.’’

Flexibel maar werkloos.

„Dat is inderdaad een risico. Een flexibel bedrijf brengt niet automatisch flexibele werknemers voort. Het is duidelijk dat flexibiliteit past bij het huidige kapitalisme. In de tijd van mijn oma had de werkgever behoefte aan arbeiders die dagelijks lange dagen op één en dezelfde plek maakten. Het toenmalige systeem eiste een disciplinering van het lichaam; een fabrieksdirecteur uit de negentiende eeuw zou stabiliteit een deugd hebben gevonden. Nu eist de directeur of manager een hoge mate van flexibiliteit van de werknemer. Wij dienen op verschillende werkplekken te kunnen functioneren, op allerlei tijdstippen inzetbaar te zijn, en ons te kunnen aanpassen aan nieuwe werkomstandigheden. Wie niet flexibel is, wordt in onze maatschappij al snel weggezet als onbruikbaar.’’

En in dit begrip ziet u een deugd?

„Ja, we hebben nu de positieve en gevaarlijke kanten van het begrip belicht. Maar er is ook een spirituele kant van het begrip, waardoor duidelijk zal worden waarom flexibiliteit een deugd is.

De veranderingen in de maatschappij hebben ook hun neerslag op onze opvatting over identiteit. Ik ben zeer geïnteresseerd in het postmoderne denken, dat identiteit niet langer beschrijft als een vaststaand gegeven.’’

Zodat je elke ochtend wakker wordt met de vraag: ’Wie ben ik vandaag?’

„Nee, zo werkt het niet. Het gaat er meer om het zelf als flexibel te begrijpen. Denk aan Sigmund Freud, die het Ik al als een illusie zag. Het Ik wordt namelijk voortdurend belaagd door interne krachten, aan de ene kant het geweten, en aan de andere kant de driften, maar ook door externe krachten, zoals het verval van het lichaam, of door vijandig gedrag van andere mensen. Mensen willen zich daar tegen verdedigen en daarom gebruikte Freud voor het Ik wel de metafoor van een vesting. Wie zo denkt, bouwt muren om zijn identiteit, en verstart.’’

Dat is slecht?

„Ja, starheid duidt op gestolde opvattingen, en neigt snel naar fundamentalisme. Vandaar dat wij ook zo heftig op elke vorm van fundamentalisme reageren: verstarring past niet in onze flexibele maatschappij.’’

Hoe voorkom ik dat ik verstar?

„Door de deugd van de flexibiliteit te beoefenen. De gedachte dat het Ik een illusie is, duidt erop dat identiteit geen onneembare vesting is.

Wie een poging doet zichzelf te beschrijven, zal merken dat een identiteit altijd wordt afgezet tegen iets anders: ’Ik ben de dochter van, of de zus of vriendin van*’ Onze identiteit is relationeel; het Ik krijgt betekenis in relatie tot onze ouders, ons werk, onze collega’s, buren, vrienden. Wij zijn geen dingen die je kunt vastleggen, zoals je een vesting met muren kunt beschrijven.

Identiteit komt tot stand in een netwerk van relaties. Dat netwerk verandert tegenwoordig permanent. Daardoor is onze identiteit vloeibaarder dan vroeger.’’

Dat is een gegeven, geen deugd.

„Flexibiliteit is de deugd om op de juiste manier met die veranderende identiteit om te gaan. Kernbegrip daarbij is ’loslaten’. Ik houd me al heel lang bezig met het boeddhisme. Ook daarin staat de opvatting centraal dat het Ik een illusie is, dat er niets vast staat, dat alles maar stroomt. Dit beeld staat tegenover het zeer vaststaand ’ik-besef’in het Westen, ook al is daar met de psychoanalyse van Freud en het postmoderne denken al de klad in gekomen.

Wie moet ik loslaten?

„De vraag is wat je moet loslaten. Begin met de gedachte te ondermijnen dat je een vaststaand persoon bent. Als je er in slaagt de metafoor van het ’ik’ als vesting los te laten, de muren daarvan af te breken, dan ontstaat er een opener houding ten opzichte van jezelf en van de buitenwereld. Als je deze gedachte doortrekt, kun je zelfs in staat zijn contact te maken met je vijand. Maar doorvoor zul je niet alleen je eigen identiteit los moeten laten, maar ook je eigen gelijk. Meestal is dat gelijk de angel van een conflict. Zou het niet mogelijk zijn iets meer afstand te nemen van die eigen standpunten?’’

Wat levert me dat op?

„Wellicht veel. Als je minder star over jezelf denkt, durf je misschien meer te ondernemen. Wij leven in een maatschappij waarin bijna alles mogelijk is. Zoek die mogelijkheden op en buit de flexibiliteit uit.’’

En als je ze hebt opgezocht, kun je niet meer uit de veelheid van mogelijkheden kiezen.

„Dat is een probleem dat ik veel zie bij jongeren. Vertel ik studenten het verhaal over de postmoderne identiteit als een lofzang op de vele mogelijkheden, dan zie ik ze driftig knikken. Vertel ik hetzelfde verhaal als een crisis die ons het kiezen onmogelijk maakt, dan knikken ze even driftig. Mijn oma had weinig te kiezen; mijn studenten hebben nu zo veel flexibiliteit in het leven dat ze dagelijks voor tientallen keuzes komen te staan.

Die vrijheid vergt moed keuzes te maken. Aristoteles noemt moed een van de kardinale deugden, die in alle andere deugden noodzakelijk aanwezig zijn. Ook in flexibiliteit.’’

Waarom? Als je zo flexibel bent, kies je de volgende dag toch weer voor iets anders?

„Ben je te weinig flexibel dan verstar je; ben je te veel flexibel dan begin je te zweven. Dat zie je ook binnen de religie. Aanvankelijk leek het een zegen niet meer vast te zitten aan oude dogma’s van de kerk. Maar na een tijdje bleken de talloze mogelijkheden die de New Age bood een heilloos alternatief, waardoor gelovigen begonnen te zweven en binnen de kortste keren geen enkel houvast meer overhielden.

Iets vergelijkbaars geldt voor relaties. We mogen ons gelukkig prijzen dat je een huwelijk waarin je geslagen wordt, kunt ontvluchten. Maar we dienen ons wel in een relatie te blijven engageren, wat standvastigheid vereist. Wie van partner naar partner vlindert, eindigt in eenzaamheid.

De moderne deugd van de flexibiliteit is niet zonder risico’s. Het is dus een deugd die prima past bij onze huidige maatschappij.”

Anneke Smelik is hoogleraar Visuele Cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Deel dit artikel