Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Laat de vervreemding toe

Home

Tom Mikkers

Wilders (rechts) tijdens de verkiezingsbijeenkomst in een Haags café waar hij zijn aanhang ophitste tot het scanderen van 'Minder, minder, minder', doelend op het aantal Marokkanen. © anp

Een oproep tot meer verdraagzaamheid is gauw gedaan, ziet theoloog Tom Mikkers. Maar wat is 'verdraagzaamheid' precies en hoe kun je het oefenen?

Tijdens de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen in maart werd in een café in Den Haag 'Minder, minder, minder' gescandeerd, als antwoord op de vraag of men meer of minder Marokkanen in Nederland wilde. Dit voorval zorgde alom voor ophef.

Een dag later werd ik gebeld of ik wilde meedenken over de opzet van een landelijke kerkdienst, waarin de gezamenlijke kerken een lans zouden breken voor verdraagzaamheid. Voor meer, meer, meer, zeg maar. Natuurlijk wilde ik meedenken, maar ik plaatste ook kanttekeningen: Ik vind de sfeer die nu ontstaat - 'met z'n allen tegen een' - net zo griezelig als 'Wij willen minder' scanderen in een café. Ik breng verdraagzaamheid in verband met inclusief denken, bruggen bouwen, niet oordelen, met ruimte voor pluriformiteit zonder je te verschansen in je eigen groep. Durven we elkaar daarop aan te spreken?

Hoe kunnen we onze onverdraagzaamheid aan banden leggen en onszelf op z'n minst openstellen voor de mensheid als geheel? In de loop der jaren ben ik tot een aantal gedachten gekomen die me helpen om mijn eigen onverdraagzaamheid te beteugelen. Het zijn inzichten waarmee ik mezelf soms tot de orde roep.

1: De verbinding aangaan
Verdraagzaamheid gaat over dat wat anders is in het bestaan van een ander, maar ook over dat wat anders is in je eigen leven. Verdraagzaamheid is een kwaliteit die je kan helpen om deze situaties uit te houden. Dat is van levensbelang, want het perfecte leven bestaat niet. Het hoort bij het leven dat we ziek kunnen worden, dat we doodgaan, dat ongeluk ons treft. Het leven is in essentie oneerlijk. De porties geluk en verdriet zijn niet gelijk verdeeld.

Dat is de bittere realiteit, en een volwassen geestelijke levenshouding houdt daar rekening mee. Het andere dringt zich altijd op. Niet alleen in de vorm van de ander die anders is of van het heilige dat ons wil troosten, maar ook in de vorm van gebeurtenissen die je niet wenst, waar je eigenlijk bang voor bent of die je bedreigen. Natuurlijk zijn dit soort gebeurtenissen verstorend. Tegelijkertijd horen ze wel bij het leven. We moeten ons er dus wel toe verhouden. De vraag is alleen: hoe? Vormen ze een uitdaging? Of een bedreiging?

In elk geval dienen we ongelukkige of moeilijke perioden in ons leven niet te zien als lastig oponthoud, als een periode die er eigenlijk niet bij hoort. Het hoort bij ieders levensopdracht om de verbinding tussen moeilijke en gelukkige tijden te blijven maken en beide een plaats toe te kennen in je levensverhaal.

Lees verder na de advertentie
Onze tijd kenmerkt zich door een afkeer van uniformiteit

2: Zien waarin we gelijk zijn
Onze tijd kenmerkt zich door een afkeer van uniformiteit. Op Koningsdag of tijdens een voetbalkampioenschap willen we allemaal in het oranje, maar verder geldt: 'We're all individuals' (zoals de menigte scandeerde in de film 'Life of Brian'). Al kun je je afvragen of we onszelf niet voor de gek houden als onze uniciteit niet verder gaat dan het customizen van je eigen Ikea-bankstel. In godsdiensten - denk aan een boeddhistisch klooster waar alle monniken er hetzelfde uitzien - gaat het er niet om jezelf te onderscheiden, maar om die zaken te benadrukken waarin wij mensen nu juist gelijk zijn. Daarin zoekt men de verbinding. Verbinding is gebaat bij herkenning. En waarom ook niet? We verlangen allemaal naar een veilige plaats, naar eten en drinken en een zekere mate van comfort. Wij zijn allen gelukzoekers. We delen allemaal de ervaring dat we ooit geboren zijn en dat we ooit zullen sterven.

Niemand vormt daarop de gelukkige uitzondering. En dat is maar goed ook, want we kunnen dus ook van elkaar leren hoe we omgaan met de grenzen van tijd, cultuur en godsdienst. Datgene waarin wij gelijk zijn is geen bedreiging van onze uniciteit, maar helpt ons om ons juist als individu staande te houden.

3: Ervaring toetsen aan geloofsdoctrine
Het is niet zo dat ik persoonlijke ervaringen in de ban wil doen; maar we kunnen een spade dieper graven als we onze ervaringen niet op zichzelf laten staan. We kunnen ons laten troosten en inspireren, als we ontdekken dat er andere mensen zijn geweest en zullen komen die net als wij met hun leven in het reine moesten komen.

Eeuwenlang heeft de godsdienstige doctrine als vindplaats van geloof prima gefunctioneerd. Het getuigt van minachting om die gedachten, die mensen door de eeuwen heen hebben geformuleerd om het lijden te kunnen uithouden, in een ommezwaai af te serveren. Er is volgens mij ook behoefte aan een groter verhaal. In een bijeenkomst over godsdienst in onze tijd verwoordde een twintiger zijn gemis van het grote verhaal heel treffend. Hij zei: 'Ik maak me nu al druk over de vraag hoe ik straks de dood van mijn moeder op Facebook moet melden'.

Wanneer we onze persoonlijke ervaringen - als eigentijdse vindplaats van geloof - verbinden met de uit onze publieke ruimte verbannen geloofsdoctrine, kunnen we onze ervaringen in een groter verband plaatsen. Dit kan ons helpen om ervaringen te begrijpen en te interpreteren.

Dit is ook waar de remonstrantse hoogleraar theologie Christa Anbeek voor pleitte bij haar aantreden in 2013. In plaats van religieuze dogma's af te serveren en ze allemaal te duiden als onderdrukkende bedenkels van theologen, zouden we ook beter kunnen kijken naar de achterliggende ervaringen waar die religieuze formules naar verwijzen. Want een geloofsdoctrine is niets anders dan een geheel aan gestolde ervaringen. We zijn niet de eersten die de raadsels van het leven moeten verduren, die ziek worden, die sterven en die dit willen duiden. Een geloofsdoctrine bevat aanwijzingen om je staande te houden in de toekomst.

Ik maak me nu al druk over de vraag hoe ik straks de dood van mijn moeder op Facebook moet melden

4: Onszelf relativeren
We zijn niet het middelpunt van het heelal. Langzaam maar zeker dringt dit tot ons door, ook al doen snelle technologische ontwikkelingen ons soms het tegenovergestelde geloven en leven veel mensen nog vanuit de idee dat de mens de kroon op de schepping is en alles kan doorgronden. Ik waag het te betwijfelen.

Zelfrelativering houdt allereerst in dat we de wetenschap niet al te snel op een voetstuk plaatsen. Juist thema's die in godsdiensten worden uitgewerkt, heeft de wetenschap nog niet kunnen doorgronden. Denk aan het bewustzijn of de betekenis van het leven. Die moeten nog 'ontdekt' worden. Net als godsdienst is ook wetenschap niet van smetten vrij.

De twintigste eeuw heeft laten zien dat wetenschap net als godsdienst kan perverteren en immoreel kan worden - denk maar aan de rassentheorieën en afschuwelijke experimenten op mensen in nazi-Duitsland. Zelfrelativering houdt ook in dat we het onderscheid tussen mens en dier opnieuw doordenken. De mens op de top van de piramide is misschien logisch wanneer je het bijbelboek Genesis als uitgangspunt neemt, maar het is vreemd als je de inzichten van Darwin en latere DNA-ontdekkingen serieus neemt.

Een tegenbeweging is inmiddels in gang gezet. Vanuit een hele andere scheppingsgedachte zijn er ook pleidooien voor dierenrechten te horen. Er zijn ook geluiden te vernemen - bijvoorbeeld bij politici die een groene en duurzame politiek bepleiten - waarin de eenheid van alles wat op aarde leeft en lijdt wordt benadrukt. Maar zelfrelativering is meer dan een herordening van onze gedachten en denkbeelden. Het betekent ook dat we soms geduld moeten leren opbrengen.

Geduld wil zeggen dat je je overgeeft aan krachten buiten jou om en die het werk laat doen. Erop vertrouwen dat wachten soms ook tot een nieuwe vruchtbare situatie kan leiden.

5: De vervreemding toelaten
'Ik ben mezelf niet en al die jaren nooit geweest', zongen kleinkunstenaars Acda en De Munnik getergd. De dichteres Vasalis dichtte ooit: 'Diep van mijn zang en van mijzelf vervreemd hoor ik in twijfel niets dan toon na toon...'. Hoe weet je dat je een vreemde bent in je leven? Vasalis verwijst naar een innerlijke melodie waarmee je niet meer in verbinding staat. Bij Acda en De Munnik is de verbinding met het gezang in jezelf 'niet of nooit geweest'. Ik pleit voor vervreemding, voor luisteren naar woorden die je niet direct raken, voor het uithouden van situaties waarover je geen controle hebt. Waarom? Omdat je zo oog krijgt voor die aspecten van het leven die niet direct je eigen ik bevestigen, maar je op een nieuw spoor zetten. Omgaan met mensen bij wie ik niet mezelf kan zijn, blijven als het gevoel is verdwenen, niet geraakt worden: dit is voor mij soms ook het doorgangsgebied naar vernieuwing.

Theoloog Tom Mikkers (1969) is algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap. Dit is een fragment uit zijn boek 'Het voelt echt goed. Spiritualiteit van de verdraagzaamheid' dat op 10 september verschijnt.

Zelf­re­la­ti­ve­ring houdt allereerst in dat we de wetenschap niet al te snel op een voetstuk plaatsen

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Onze tijd kenmerkt zich door een afkeer van uniformiteit

Ik maak me nu al druk over de vraag hoe ik straks de dood van mijn moeder op Facebook moet melden

Zelf­re­la­ti­ve­ring houdt allereerst in dat we de wetenschap niet al te snel op een voetstuk plaatsen