Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Laat de droom intact

Home

Rob Schouten

© anp
Essay

Een wereldliteratuur lang spelen dromen een rol. Maar welke? Rob Schouten, zelf een drukke dromer en dromennotulist, zoekt orde in de chaotische nachtberichten. 'De literaire intelligentie bepaalt hoe schrijvers dromen opvoeren.'

Rob Schouten (1954) is dichter en literatuurcriticus. Hij schrijft columns en recensies voor Trouw.

Ik ben altijd een drukke dromer geweest, en veel dromen, zelfs uit mijn vroegste jeugd, staan me nog altijd helder bij. Het dromenrijk is misschien wel de boeiendste wereld die ik ken, helder en geheimzinnig tegelijk. Een jaar of vijfentwintig geleden begon ik mijn dromen op te schrijven, of liever gezegd dat wat ik ervan onthouden heb, als geheugensteuntje. Frederik van Eeden was met zijn 'Dromenboek' mijn voorbeeld, die schreef op 18 mei 1913: "Weer van sigaren-roken gedroomd. Ook van Bertha Zimmermann, waarmee ik mij geheel verzoende. Zij verontschuldigde haar bedrog door te spreeken van een kwetsende brief dien ik haar geschreven zou hebben. Het was alles teleurgestelde eerzucht."

Lees verder na de advertentie

Ik waag me er, anders dan Van Eeden, niet aan mijn dromen te duiden of er een boodschap uit te peuren, maar laaf me eraan als aan een gedicht, als aan een gratis geschonken kunstwerk, soms ook als aan een gesprek bij de buren dat ik door de muren niet goed kan verstaan.

Hier is er een, zoals ik hem opschreef op 16 december 1995 in Xanten waar ik toen woonde: "Ik word belaagd door negen extreem-rechtse Duitsers, ze achtervolgen me maar ik verschalk ze en laat ze als kleine dieren, kikkers, insecten een paar keer op de grond stuiteren tot ze dood zijn. Vaag schuldgevoel daarover in een huis aan de Haarlemse Leidsevaart."

"Vertel een droom, verlies een lezer", schreef Henry James en dat zal ook wel voor dit exemplaar gelden, "het probleem met dromen is dat ze voor anderen zo saai zijn" (W.H. Auden). Dat geldt natuurlijk niet voor de dromer zelf, die in zijn dromen eerder iets voelt van 'God geeft het zijn beminden in de slaap'. Hoe prachtig of angstig de droom er ook uitziet, je bent altijd een uitverkorene, de enige die haar beleeft.

Hoe prachtig of angstig de droom er ook uitziet, je bent altijd een uitverkorene, de enige die haar beleeft

In romans willen ze het trouwens nog wel eens anders voorstellen. Neem 'Anna Karenina' van Tolstoi: zowel Anna als haar vrijer Vronsky dromen zonder het van elkaar te weten vlak achter elkaar precies dezelfde nachtmerrie over een oude boer met een stoppelbaard die Franse onzin uitkraamt. Veelbetekenend dat ze dat allebei dromen natuurlijk, maar is het ook realistisch? Zijn dromen niet veeleer individuele chaotische berichten waaruit je niet erg wijs wordt?

Maar nee, in de literatuur houden ze niet van losse eindjes. Mooi voorbeeld is ook de droom in W.F. Hermans' 'Nooit meer slapen': protagonist Alfred droomt dat hij van achteren wordt aangevallen en roept: Vader! Veel nadrukkelijker krijg je het vadercomplex niet geleverd. Of wat te denken van Vasalis' gedicht 'Tijd': "Ik droomde dat ik langzaam leefde, langzamer dan de oudste steen", ook al zo'n onmiskenbaar bericht. Het is soms alsof schrijvers met hun overduidelijke betekenisdromen wraak nemen op de ondoorgrondelijkheid van de werkelijke droom.

Tegen die freudiaanse neiging om dromen te duiden schrijft essayist Piet Meeuse: "De droom is het laatste stukje ongerepte natuur in het verkavelde landschap van de geest. Een sfinx die ons raadsels opgeeft. Misschien moet de droom ook onbegrijpelijk blijven. Misschien is dat zijn belangrijkste functie. Wat droomuitleggers over het hoofd zien is dat de droomervaring iets totaal anders is dan wat je erover kunt navertellen. Het navertellen is geen reconstructie maar een transformatie, waarin het belangrijkste al verloren gaat. Daarom zijn navertelde dromen geen dromen meer, en uitgelegde dromen verloochende dromen."

Het navertellen is geen reconstructie maar een transformatie, waarin het belangrijkste al verloren gaat

Ooit las ik een mooie metafoor voor dit verschijnsel: "De dromen die wij uit het dagelijks leven kennen, zijn als het beetje huisraad dat we uit een brandend huis hebben weten te redden."

Toch is er denk ik wel wat uit dromen of droomresten op te maken, alleen moet je ze dan bij elkaar optellen; er zitten in die chaotische wirwar van achtervolgingen, zweefpartijen en gekke confrontaties op bekende danwel onbekende plaatsen vast rode lijnen die gedeeltelijk bloot komen te liggen als je je dromen of wat ervan resteert, naast elkaar legt. Zo droom ik vaak dat ik op een of andere manier met de koninklijke familie verbonden ben, in diverse dromen heb ik huiduitslag, en in een opvallend groot aantal dromen bestuur ik vanuit de hoogte een dubbeldekker die wankel door de straten rijdt en ten slotte omkiepert. Ook speelt een groot deel van mijn dromen zich af in het voormalige huis van mijn grootouders, Sweerts de Landasstraat 47, Arnhem.

Het is een arena van particuliere herinneringen, grootheidswanen, trauma's en nederlagen, en dan laat ik de wat Van Eeden noemt 'lascieve' dromen, de lustdromen nog maar even buiten beschouwing. Maar de neiging om elke droom afzonderlijk te duiden beschouw ik als een testimonium paupertatis, onmacht om het geheim intact te laten. Dat schrijvers het desalniettemin zo vaak doen heeft misschien vooral te maken met de angst dat zonder uitleg de droom helemaal niks voorstelt, 'saai', lezers wegjaagt. Het is minstens opvallend dat striptekenaars die neiging tot uitleg helemaal niet hebben. Neem de droomwerelden in de verhalen van de Franse cartoonist Tardi, of die in 'Little Nemo in Slumberland' van Winsor McCay: de plaatjes vertellen het verhaal, de fantasie of de horreur, je hebt ze maar te aanvaarden of niet. Schrijvers missen die visuele mogelijkheden.

De plaatjes vertellen het verhaal, de fantasie of de horreur, je hebt ze maar te aanvaarden of niet

De onverbeterlijke neiging om de particuliere droom tot op het bot toe te duiden is zo oud als de weg naar Rome. De Bijbel bijvoorbeeld, een echt dromenboek, staat er vol mee: de droom van Jozef over zichzelf en zijn broeders, zijn uitleg van de dromen van farao's schenker en zijn bakker (met fatale afloop voor de bakker), de droom van Nebukadnezar, de droom van Pilatus' vrouw, allemaal worden ze als betekenisvol beschouwd en ook uitgelegd, eigenlijk wordt van de mysterieuze kantjes van de droom weinig heel gelaten. Het mooiste aan bijvoorbeeld de droom van Nebukadnezar vind ik eerlijk gezegd niet de droom zelf, met zijn tamelijk kinderchtige en overduidelijke symboliek, of de uitleg ervan , maar het feit dat Nebukadnezar zelf geen benul heeft van wat hij eigenlijk gedroomd heeft, de droom als gesloten universum. Totdat de droomuitleggers het hem komen vertellen en uitleggen natuurlijk, met Freud in hun kielzog, Freud met zijn Traumdeutung die de droom de koninklijke weg naar de psycho-analyse noemde.

Ook in de andere grote westerse mythologieën wordt druk en veelzeggend gedroomd. Hector verschijnt in een droom aan Aeneas en waarschuwt hem Troje te verlaten, bij Vondel waarschuwt Badeloch haar Gijsbert om Amsterdam te verlaten. U droomt, wij duiden. Kitsch-schrijvers als Paulo Coelho maken gretig gebruik van deze vermeend voorspellende kant van de droom. In zijn beroemdste roman 'De alchemist' gaat de hoofdpersoon na een droom over een schat op reis en ja hoor, appeltje eitje, hij vindt ook nog wat hij zoekt.

De on­ver­be­ter­lij­ke neiging om de particuliere droom tot op het bot toe te duiden is zo oud als de weg naar Rome

Er bestaan zelfs handboeken die de droomwereld voor ons ontsluiten. Zo schreef de Byzantijnse schrijver Achmetus een compleet, op Grieks-Romeinse bronnen gebaseerd werk 'De sleutel der dromen' (ook de titel van een doek van droomschilder Magritte trouwens) waarin hij om maar wat te noemen zonder opgeheven vingertje dromen over seks met dieren vermeldde. Ach, in je slaap kun je er immers ook niks aan doen. En in mijn boekenkast bevindt zich 'The Wordworth Dictionary of Dreams', waarin alle mogelijke droommotieven en -symbolen worden verklaard: droom je van bakstenen dan betekent dat onzekerheid in zaken, je zult niet rijk worden. Ben je op de vismarkt dan brengt dat plezier. Ligt er rotte vis dan voorspelt dat narigheid vermomd als geluk. Zie je een pantomime dan betekent dat dat je vrienden je zullen bedriegen. Loopt er een pony door je dromen dan betekent dat succes in bescheiden zaken. Een kind doet de was.

Een scherpzinnig schrijver als Nabokov moest van die een-op-eenuitleg van dromen niks hebben: "In mijn dromen komt de wereld tot leven en wordt zo onweerstaanbaar majesteitelijk, vrij en etherisch dat het benauwend zou zijn er het stof van een afgetekend leven in te blazen." Zelf denk ik dat de manier waarop schrijvers met dromen in hun werk omgaan iets zegt over hun literaire intelligentie: hoe meer ze het geheim van de droom intact laten hoe slimmer en overtuigender hun schrijverschap. Wat dat betreft doet Gerard Reve ook met de besten mee als hij in 'De avonden' Frits van Egters dromen laat dromen als deze: "De man lag, met de bolhoed over zijn gezicht gedrukt, in een zwarte doodkist, die in een hoek van de kamer op een lage tafel stond. 'Die tafel ken ik niet,' dacht hij, 'zou hij geleend zijn?' Hij keek in de kist en zei luid: 'Daar zitten we in ieder geval morgen nog mee opgescheept.' 'Dat hoeft niet,' zei een man met een kaal hoofd, een rood gezicht en een bril, 'wedden, dat ik de begrafenis nog op vanmiddag twee uur geregeld kan krijgen."' Duidelijke beelden maar naar hun betekenis blijft het gissen.

Droom je van bakstenen dan betekent dat onzekerheid in zaken, je zult niet rijk worden

Het mooist zijn dan ook de dromen waar je niks van begrijpt. In het Gilgamesj-epos droomt de held eerst dat er een steen op 'm valt en even later dat er een bijl op zijn volk valt, beide dromen betekenen volgens zijn huiszieneres dat een vriend hem zal bijstaan in zijn avonturen, een onbegrijpelijke uitleg in onze hedendaagse ogen maar jawel hoor, even later duikt kameraad Enkidoe op. Raadselachtig.

Het mooist en treffendst vind ik wel de droomwereld waarin de Australische Aboriginals geloven, ook wel 'Droomtijd' of 'Altjeringa' genoemd, als een soort parallelwereld van de werkelijke, objectieve wereld maar relevanter dan deze, een heilige tijdsperiode waarin de voorvaderlijke geesten de schepping van alles voltooiden door als het ware de wereld en het landschap in te richten. De Droomtijd legde het levenspatroon neer van alle Aboriginals. Het is karakteristiek dat ze nog altijd terughoudend zijn in het uitleggen en duiden van deze droomwereld aan westerse belangstellenden. Hun droom blijft een mysterie, zoals het hoort.

Het verschil tussen droom en werkelijkheid komt misschien wel het sterkst tot uiting in geluks- en creatiedromen, je droomt dat je iets krijgt of dat je een geweldig meesterwerk aan het maken bent; je wordt wakker en weg is alles. Mij werd dit verschijnsel van jongs af aan al ingepeperd, bijvoorbeeld door het lezen van het schoolleesboekje 'Pim en Mien', met daarin het verhaal van Liens verjaardag: "O Moe-der, ik heb ge-droomd. Ik kreeg zo veel op mijn jaar-dag" (in beeld een bed overladen met cadeautjes) en even later krijgt ze de echte pakjes: "Het is niet zo veel, als zij droom-de. Maar dat kon ze toch niet ber-gen." De droom als zeepbel, iedere dromer herkent het.

Het mooist zijn dan ook de dromen waar je niks van begrijpt

Toch zijn er zat verhalen van schrijvers die beweren er iets aan over gehouden te hebben. Zo hield de dichter Coleridge vol zijn hele 'Kubla Kahn' in een droom ontvangen te hebben, terwijl Mary Wollstonecraft Shelley volgens eigen zeggen 's nachts de nachtelijke film met Frankenstein zag alvorens ze het gelijknamige boek schreef. Je hoeft er trouwens geen schrijver voor te zijn, Albert Einstein kreeg het groene licht omtrent zijn relativiteitstheorie ook in een droom, zeggen ze, wat voor mij alleen maar afbreuk doet aan zijn genialiteit.

Ik hoor dat soort verhalen met gezond wantrouwen aan. Te mooi om waar te zijn. Zelden leveren dromen zulk direct rendement op. Niettemin, "toch duik ik met een zeker behagen in de ijle gebieden van het dromen weg; ik ben er voor een ogenblik in het bezit van geheimen die mij weldra zullen ontsnappen; ik drink er aan de bronnen", schrijft Marguerite Yourcenar in 'Hadrianus' gedenkschriften'. Ontsnappende geheimen, verder komen we niet. Het is genoeg.

Zelden leveren dromen zulk direct rendement op

Deel dit artikel

Hoe prachtig of angstig de droom er ook uitziet, je bent altijd een uitverkorene, de enige die haar beleeft

Het navertellen is geen reconstructie maar een transformatie, waarin het belangrijkste al verloren gaat

De plaatjes vertellen het verhaal, de fantasie of de horreur, je hebt ze maar te aanvaarden of niet

De on­ver­be­ter­lij­ke neiging om de particuliere droom tot op het bot toe te duiden is zo oud als de weg naar Rome

Droom je van bakstenen dan betekent dat onzekerheid in zaken, je zult niet rijk worden

Het mooist zijn dan ook de dromen waar je niks van begrijpt

Zelden leveren dromen zulk direct rendement op