Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kunnen zien is ook niet alles

Home

INTERVIEW | COLET VAN DER VEN

Piet Devos (Kortrijk, 1983) werd als kleuter blind, maar bleef innerlijk zien; hij buit al zijn zintuigen ten volle uit. Hij is topschaker en essayist, vertaalt experimentele poëzie en werkt als promovendusaan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het idee dat je moet kunnen zien om van steden te genieten, noemt hij een misverstand. Neem Venetië. In die stad van kanalen hangt de stilte tussen de paleizen, af en toe onderbroken door de lokroep 'gondole, gondole' van een zware mannenstem. Voetstappen weergalmen in nauwe steegjes, flarden muziek drijven voorbij, gesprekken tussen marktlui klinken op. Je kunt het houtsnijwerk van een kerkdeur betasten en, eenmaal binnen, de eeuwenoude geur van vochtige tegels opsnuiven. Het is één zoete, zachte prikkeling van de zintuigen.

Maar een stad kan zich ook ontpoppen als een monster. Bijvoorbeeld als weer eens ergens een renovatie losbarst, vergezeld van het martelende lawaai van drilboren, betonmolens en graafmachines. In een experimenteel kort verhaal beschrijft Piet Devos hoe hij met zijn witte stok gedesoriënteerd zijn weg zoekt in al dat snerpende, kloppende, gierende kabaal, dwars door de haastige menigte: "Tiktak sorry neem me niet kwalek tiktiktak och sorry kan gebeure, takttiktak Jezus pas toch op! o ja sorry had even niet gezien dat u sorry oh pardon taktik."

Devos is zes maanden oud als de oogarts constateert dat retinoblastoom zijn rechteroog heeft aangetast. Deze zeldzame vorm van oogkanker zaait in veel gevallen uit naar de hersenen. Hij krijgt chemokuren en bestralingen en wordt na bijna anderhalf jaar genezen verklaard, al kan hij nog maar met één oog zien. Vijf jaar later stellen de artsen bij een controle opnieuw kanker vast, nu in het linkeroog. Tijdens een operatie worden de aangetaste delen weggehaald en van het ene moment op het andere is hij blind.

"Ik heb, al klinkt dat misschien vreemd, weinig problemen gehad met die plotselinge overgang. Het hoofd van iemand die ineens blind wordt, heeft niets gemeen met een kamer waar plotsklaps de lamp uitgaat. Het lijkt veel meer op een kamer waarvan de deur nu weliswaar vergrendeld is maar waarvan de ramen altijd geopend kunnen worden om woorden, geuren, smaken, aanrakingen binnen te laten. Voor mijn ouders was het zwaarder dan voor mij. Met name mijn vader had het er moeilijk mee, vooral toen later bleek dat een kliniek in Duitsland gespecialiseerd was in deze ziekte en het proces anders had kunnen verlopen als mijn ouders sneller waren doorverwezen. Mijn moeder was nuchterder, pragmatischer. Ze zag mijn blindheid niet per definitie als een beperking van mijn levenskwaliteit en stimuleerde me om veel te ondernemen, moedigde het contact met ziende kinderen aan."

De deur van die ene kamer werd weliswaar van het ene moment op het andere vergrendeld, innerlijk is hij blijven zien. In zijn hoofd vormen zich tot op de dag van vandaag nieuwe beelden. De herinneringen aan alles wat hij als kleuter heeft waargenomen - zijn ouders, broer, het huis, de kamers, de straat, de tuin, zichzelf - zijn niet vervaagd. Natuurlijk heeft hij zijn vader en moeder niet ouder zien worden maar bijna moeiteloos past hij zijn beeld aan door de nieuwe informatie die hem toevalt. Nog steeds krijgen mensen, voorwerpen, landen gestalte voor zijn geestesoog. "Als ik mij in een stad moet oriënteren, zie ik als het ware een luchtfoto met daarop de straten en de pleinen die ik ken. Als ik met taal in aanraking kom, vorm ik de tekst meteen om tot een beeld. En wanneer ik schaak, visualiseer ik in gedachten het bord en de stukken."

Verschillende zintuiglijke ervaringen smelten bij hem samen. "Elke persoon heeft een kleur. Ook een muziekstuk, een land, een taal, cijfers, dagen, maanden, uren hebben een kleur. De a is wit, de b donkergroen, een pianostuk rood, en de zondag zwart-wit. Ik heb lange tijd gedacht dat het mijn manier was om kleuren te bewaren en te behoeden tegen aantasting door de tijd. Pas later ontdekte ik dat er een naam voor dit verschijnsel bestaat: synesthesie." In het verlengde daarvan rollen poëtische zinnen uit zijn pen als: "Ik lees lichamen, zoals ik de taal streel."

Van de gewone kleuterschool ging Devos naar een school voor moeilijk lerenden met een kleine afdeling voor leerlingen met een visuele beperking. Velen van hen hadden ook een taalachterstand of gedragsproblemen. "In de ziende kleuterklas had ik een beetje leren schrijven; nu moest ik braille leren, dat gaf een heel andere taalsensatie. Spannend, vond ik. Maar behalve aan de lessen heb ik geen goede herinneringen aan die school. De sfeer was hard en verzuurd, er werd veel gepest en gevochten. Het grote leeftijdsverschil tussen de leerlingen - sommigen zaten al in de puberteit - en de vaak moeilijke sociale achtergrond waren daar debet aan. Het is ook geen goed idee om blinde kinderen bij elkaar te zetten. Een blinde die te veel met lotgenoten omgaat, houdt te weinig rekening met het feit dat zienden hem constant bekijken en beoordelen op zijn lichaamstaal, gedrag en uiterlijk. Van een blinde vriend die daar zelf mee te kampen had, weet ik dat veel blindgeborenen heftige bewegingen maken, wiegen. Dat vergemakkelijkt de sociale integratie niet."

Devos is zich sterk bewust van de discrepantie tussen niet zien en wel gezien worden. "Door de bestraling in mijn jeugd is mijn slaap vervormd, naar binnen gedrukt. Dat zie je bij iedereen die deze behandeling heeft ondergaan. Ik kan het via cosmetische chirurgie laten corrigeren, maar dat is een ingewikkeld proces. Het vereist minstens vijf operaties. Ik ben het dan ook niet van plan, al weet ik natuurlijk wel dat het een opvallende gelaatstrek is. Mijn vrienden zijn eraan gewend, maar toen ik laatst met mijn (inmiddels ex-)vriendin op vakantie in Spanje was, vertelde ze me dat de mensen meer naar me keken dan in Nederland. Maar ik zet geen zonnebril op. Het is hun probleem dat ze niet goed om kunnen gaan met diversiteit, niet het mijne. Ik vind het nergens voor nodig om me te verstoppen."

Op het gymnasium voelde hij zich als een vis in het water. "Het was een heel leuke middelbare schooltijd. Ik maakte deel uit van een groepje van zeven vrienden, allemaal schakers." Hij had talent en het schaakbord bracht hem naar landen als Tsjechië, Polen, Turkije, Ierland, Spanje. In toernooien voor blinden schopte hij het tot wereldjeugdkampioen, en toernooien voor zienden versmaadde hij ook niet. "Fantastisch. Kwam ik Kasparov tegen op de trap - de man van wie ik al jarenlang de partijen naspeelde."

Na de middelbare school volgde hij een opleiding tolk-vertaler Frans en Spaans in Antwerpen en raakte hij gefascineerd door literatuur en filosofie. Schrijvers als Thomas Mann, Kafka, Nietzsche en Camus schudden zijn gedachtenwereld op. Zij maakten hem bewust van de complexiteit en de gelaagdheid van het denken. Het bracht hem ertoe om literatuurwetenschappen te gaan studeren. Momenteel doet hij promotieonderzoek naar de zintuiglijkheid in de poëzie van Vicente Huidobro, Paul van Ostaijen en Benjamin Péret.

Als essayist stelt Devos graag de dominantie van het zicht in het westerse denken aan de kaak. "Vanaf de Grieken draait alles om het zien. Dat ook andere zintuigen het denken zouden kunnen structureren, komt niet bij hen op. In de Verlichting wint dat idee alleen maar aan kracht; denken en zien worden tot op de dag van vandaag gelijkgeschakeld. In 1995 verscheen een briefwisseling tussen twee Britse filosofen, de blinde Martin Milligan en de ziende Bryan Magee. Milligan wijst erop dat we de hoeveelheid informatie die we via onze andere zintuigen binnenkrijgen schromelijk onderschatten. Magee gaat er juist vanuit dat het zicht het belangrijkste zintuig is. Ik ben het niet met hem eens maar je hoort die opvatting terug in de alledaagse beeldspraak: ergens zijn licht over laten schijnen, eerst zien dan geloven, inzicht. Zienden die niet gewend zijn met blinde mensen om te gaan, hebben de neiging visuele beeldspraak te vermijden en vragen te stellen als: Heb jij gisteren ook naar de film geluisterd? Het is vermakelijk te merken in wat voor bochten ze zich wringen, totdat ik hen uit hun lijden verlos en zeg dat ik ook voortdurend zie, kijk, op het oog heb, blind ben voor."

Een vooroordeel waarmee hij graag korte metten maakt: dat je als blinde geen kunstliefhebber zou kunnen zijn. Hij haalt het voorbeeld aan van een blindgeboren Turkse man die realistische schilderijen maakt die stroken met de wetten van het perspectief. Bergen, huizen, vlinders, gezichten, hij schildert ze in een heldere stijl, bewust van kleur, licht- en schaduweffecten, hoewel hij die allemaal nooit heeft waargenomen.

Zelf houdt Piet Devos vooral van schilder- en beeldhouwkunst. "Mijn ex-vriendin is kunsthistorica. Als we een museum bezochten, liet ik haar uitgebreid de taferelen op schilderijen beschrijven. De ene schilder leent zich er beter voor dan de andere. Een schilderij van Ensor kan ik me tot in detail voorstellen, maar onlangs waren we bij een retrospectief van Monet in Parijs en om je bij vijftig leliedoeken steeds een nieuw beeld te vormen is een stuk lastiger. Ook kerken en kathedralen tekende mijn ex voor me uit. Het werkt het best wanneer iemand eerst een globale beschrijving geeft en dan van beneden naar boven gaat. Van de portalen naar de spits, zonder in al te veel details te vervallen."

"Zulke middeleeuwse gebouwen zijn monumenten, gemaakt om te imponeren. Als je dat vergelijkt met die superfunctionele jarenzeventiggebouwen, de zielloze Haagse ministeries. Die architecten nemen je als waarnemer gewoon niet serieus. Binnenkort ga ik naar het nieuwe Museum Aan de Stroom in Antwerpen. Daar hebben ze zich goed verdiept in hoe gebouwen alle zintuigen kunnen prikkelen, iets wat mij bijzonder aanspreekt. Op elke verdieping is een geluidssculptuur, de muren zijn ongelijk en ook de vloer loopt hier en daar scheef. De tastzin speelt een cruciale rol in het waarnemen van gebouwen, bij het bewegen en bij het bewaren van evenwicht. Sensaties als contact met de grond, temperatuur en luchtverplaatsingen vertellen me waar ik op een gegeven moment loop, zoals een plotselinge windvlaag iets zegt over de positie van naburige gebouwen; en de samenstelling van de ondergrond - stoeptegels, asfalt of kinderkopjes - over het risico om van de sokken gereden te worden."

Veel blinden laten architectuur, schilderkunst en beeldende kunst angstvallig links liggen. Devos vindt dat jammer. "Kunst communiceert, roept een sensatie op, weekt ideeën los; dan doet het er niet toe of mijn beeld correspondeert met wat een ziende ziet. Een mooi verhaal is dat van de Duitse Sabriye Tenberken die op haar twaalfde volledig blind werd. Ze onderneemt een reis door Tibet en roemt in lyrische termen het meer in het Tibetaanse hoogland. Ze beschrijft hoe ze met haar neus en voorhoofd tegen het autoraam zit om maar niets van de kleurrijke lust voor het oog te missen. Dan tikt haar vriend haar op de schouder en zegt op licht geamuseerde toon: 'Ik wil je niet betuttelen maar als je het meer wilt zien kun je beter naar de andere kant kijken. Je kijkt nu alleen maar naar lelijke grijze rotsen.' Ze stelt vast dat ziende mensen denken dat het een schok voor haar is, dat haar voorstellingsvermogen met haar op de loop gaat. Voor haarzelf maakt het duidelijk dat ze over een rijke fantasie beschikt die haar de sensatie van schoonheid bezorgt. Esthetiek onttrekt zich niet aan wie haar niet kan waarnemen, alleen aan wie haar niet wil zien. Daar geloof ik heilig in."

Architectuurboek
Dit interview is een verkorte bijdrage uit het boek 'Architectuur door andere ogen', een pleidooi voor meer zintuiglijke architectuur. Het is een (luister)boek voor liefhebbers van literatuur en architectuur en een inspiratiebron voor ontwerpers en opdrachtgevers. Acht blinden en slechtzienden nemen de lezer en luisteraar mee op ontdekkingsreis door acht openbare gebouwen. Onder hen psychotherapeut Jody van den Brink, columnist Vincent Bijlo en ex-fotograaf Hannes Wallrafen. Vanaf donderdag ligt het boek in de winkels, de presentatie is morgen. Uitgeverij De Kunst, Wezep, 42,50 euro.

Deel dit artikel