Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kungfu geeft het leven weer zin

Home

TEKST MARIJKE VAN DER LINDE

Kungfu is veel meer dan een verdedigingskunst. Beoefenaars halen er ook de kracht uit om de problemen in hun leven mee te lijf te gaan.

Kungfu is a way of life. Niet alleen voor martial artists zoals Jackie Chan en monniken in de boeddhistische Shaolin-tempels in China. Ook voor de Nederlandse burger kan de Chinese verdedigingskunst een vorm van zingeving zijn. Het leren beheersen van de technieken vergt discipline, toewijding, zelfbeheersing en zelfkennis, weten Camilla Stein (36) en Patrick van Steen (25).

Kungfu helpt Camilla - ondernemer en moeder van twee kinderen met autisme - stress en negatieve gedachten kwijt te raken. In plaats van medicatie gebruikt ze kungfu-houdingen en ademhalingstechnieken om te herstellen van een posttraumatische stressstoornis. Ook helpt de verdedigingskunst haar contact te maken met haar kinderen, met wie verbaal communiceren moeilijk is. Kungfu trok Patrick - fabrieksmedewerker, woont op zichzelf - uit een depressie. Praten met hulpverleners hielp niet meer, hij moest in actie komen. Sinds hij kungfu beoefent, is hij vrolijker en heeft hij een positievere kijk op het leven. Het hielp hem zelfvertrouwen te ontwikkelen.

Camilla en Patrick volgen wekelijks traditionele kungfu-lessen, dat wil zeggen: zoals de Shaolin-monniken dat in de tempels leren. Push-ups doen, strekken, boksen, trappen, vechten op de grond, technieken oefenen, twee-aan-twee sparren en mediteren. Daar hebben ze fysiek, maar ook mentaal en spiritueel gezien profijt van.

Chinese krijgskunst
Kungfu is een Chinese krijgskunst die vermoedelijk al sinds de eerste dynastie (221 voor Chr.) werd ingezet als militair middel in oorlogstijden. De monniken in de Shaolin-tempel van Dengfeng (het oudste Boeddhistische klooster van China, 495 na Chr.) leerden kungfu om zichzelf te verdedigen tegen wilde dieren, bandieten en rebellerende soldaten.

Door de jaren heen ontwikkelde deze tempel zich tot de leidende kungfu-school in China en hadden de monniken grote invloed op de bloei van de krijgskunst. Begin jaren tachtig bracht de film 'The Shaolin Temple' (met martial artist en filmster Jet Li in de hoofdrol) het klooster wereldwijd onder de aandacht. In de jaren negentig toerden Shaolin-monniken in opdracht van de Chinese regering door de hele wereld om kungfu-shows te geven. Shaolin-kungfu werd buiten China populair en vanuit verschillende landen vertrokken belangstellenden naar de Shaolin-tempel om de krijgskunst te leren.

Sommigen openden bij terugkomst een kungfu-school, zoals Joost Warsanis (oprichter van de Nederlandse Shaolinbond). In 1995 richtte hij Nederlands eerste Shaolin kungfu-school op in Utrecht. Inmiddels zijn er zeventien erkende scholen en beoefenen zo'n 350 Nederlanders Shaolin-kungfu. Tegenwoordig is kungfu vooral gericht op lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Er zijn honderden verschillende stijlen, waaronder gewapende en ongewapende vormen, dierenstijlen, tai chi en qigong (ook wel interne martial arts genoemd).

Camilla
"In eerste instantie dacht ik dat kungfu leuk voor mijn kinderen zou zijn. Ik ging kijken bij Shizi Hou, een instituut in de buurt. De instructeur vroeg: 'Waarom doe je niet mee met de les?' Zo geschiedde. Wat vond ik het zwaar! Vooral het opdrukken en de buikspieroefeningen tijdens de warming up. Maar toen ik eenmaal in een van basisstanden stond, voelde ik hoe de opgekropte spanning uit mijn lijf wegvloeide en mijn hoofd leeg werd.

De houdingen vergden zo'n concentratie, dat ik nergens anders mee bezig kon zijn. Na de les voelden mijn dagelijkse sores een stuk milder aan. Ik concludeerde dat mijn zoon (6) en dochter (12) vanwege hun stoornis te veel aandacht van de instructeur zouden opeisen, maar dat ik wél kungfu kon gaan beoefenen. Ik volg nu één à twee keer per week een les en maak er regelmatig thuis tijd voor. In die uren kom ik tot mezelf.

Een bedrijf runnen, samen met de verzorging van mijn kinderen, kost veel energie. Naast de basisverzorging - douchen, aankleden, eten koken, enzovoort - hebben mijn kinderen in alles begeleiding nodig. Een dagje naar de kinderboerderij? Dat gaat niet zomaar. Mensen met autisme ervaren veel angst, de buitenwereld is bedreigend. Zelfs op een normale schooldag kan mijn dochter in paniek raken. Het duurt dan lange tijd voordat ik haar heb overgehaald om de deur uit te gaan. Bovendien kunnen mijn kinderen hun gevoel moeilijk onder woorden brengen. Ik moet ze continu interpreteren. Soms ben ik zoveel aan het geven, dat ik het contact met mezelf verlies. Ik voel me dan net een robot; alles gaat op de automatische piloot. Kungfu helpt me weer aanwezig te zijn, alles met aandacht te doen. Ik zie het als een actieve vorm van meditatie.

In het begin kon ik de standen en patronen niet onthouden, dus oefende ik thuis met Youtube-filmpjes. Na een tijdje kwam ik in de flow; ik ervoer controle over mijn lijf. Dat was een ongelooflijk moment. Nu ik me de basistechniek eigen heb gemaakt, kan ik die op ieder willekeurig moment inzetten. Wordt het me even te veel thuis? Dan ga ik in een houding staan, concentreer ik me op mijn ademhaling en word ik stil van binnen. Daarna kan ik het leven beter aan. De ene mens kan dat met religie, de ander met yoga, ik met kungfu.

Het beïnvloedt ook mijn herstel van een posttraumatische stressstoornis, waarmee ik kamp na een incident waarover ik nog steeds niet kan praten. Ik blijf dat ingrijpende incident maar herleven. De arts schreef me medicatie voor, maar ik wilde liever op eigen kracht mijn angst overwinnen. Met name de meditatie-oefeningen helpen mij om de reactie van angst op mijn lijf waar te nemen en te relativeren. Maar het allermooiste wat kungfu me heeft gebracht: levelen met mijn kinderen. Wanneer ik thuis de technieken oefen, komen ze vanuit zichzelf naar mij toe om mee te doen of te stoeien. Daarbij kijken ze mij in de ogen. (Oog)contact maken is heel bijzonder voor mensen met autisme. Daarom zijn dit ware geluksmomenten."

Patrick
"Vorig jaar zat ik in een diep dal. Ik kwam niet meer buiten, hing de hele dag voor de tv, at slecht en zag niemand. De scheiding van mijn ouders, de ziekte en het overlijden van mijn vader (hij had de auto-immuunziekte multiple sclerose) en het gepest van mijn ex-collega's; ik had geen vertrouwen meer in mensen en in het leven. Niets interesseerde me.

Op een gegeven moment was ik het zó zat, dat ik de afstandsbediening door de kamer gooide. Ik móet iets doen, dacht ik. Dus ging ik achter mijn computer zitten en googlede 'kungfu' en 'Apeldoorn'. Het idee om kungfu te leren zat al lange tijd in mijn hoofd. Een week later lag ik op de grond van de sportschool bij te komen van mijn eerste les. Ik had negen jaar niet gesport. Lag ik maar voor de tv, dacht ik. Maar toen ik thuis weer in die eenzaamheid kwam, besloot ik die week daarop weer te gaan. En die week dáárop weer.

In het begin was het afzien: tweeënhalf uur lang keihard trainen. Tijdens een van die eerste lessen zakte ik bijna in elkaar; ik had niet goed en genoeg gegeten. Dat werd opgemerkt door de leerlingen. 'Zorg je wel goed voor jezelf Patrick?' 'Ja, ja', zei ik, maar goed voor mezelf zorgen, dat was ik niet gewend. Maar ze bleven het vragen en me aanmoedigen. Moe van het commentaar besloot ik een keer gezond voor mezelf te koken. Wat deed dat me goed! Vanaf toen begon beter voor mezelf te zorgen. Zo stelde ik het huishouden niet langer uit en ging ik vaker de deur uit.

Tijdens een van de lessen oefenden we tijger- en slangenvormen, dat zijn gevechtstechnieken geïnspireerd op de bewegingen van dieren. Mijn docent maakte foto's. Toen ik mezelf voor het eerst op zo'n foto zag, dacht ik: ben ik dat? Wat vet! Ik had nooit verwacht dat ik zoiets zou kunnen. Ik zette de foto's meteen op Facebook. Langzamerhand kreeg ik weer zin in het leven. Gedurende mijn leven heb ik veel gepraat met hulpverleners en dat hielp enigszins, maar op een gegeven moment heb je genoeg gepraat. Kungfu trok mij echt uit mijn situatie.

Ook leer ik mezelf te beheersen. Zo zette de docent mij een keer in een kring van negen leerlingen. Iedereen moest mij om de beurt aanvallen. Mijn ogen schoten alle kanten op. Ik sloeg, trapte en duwde. Het dierlijke kwam in me omhoog. Tegelijkertijd besefte ik dat ik de situatie beter onder controle zou hebben als ik rustig zou blijven. Zo leerde ik mezelf te controleren. Dat werkt door in mijn dagelijks leven. Ik heb een zacht karakter, maar als je me een loer draait, kan ik exploderen. Vroeger zou ik iemand dan uitschelden en bij zijn kraag pakken. Dat doe ik niet meer. De ademhalingstechniek die we tijdens de meditatie toepassen helpt daar ook bij. Het werkt als een soort buffer in moeilijke situaties. Ik focus me op mijn ademhaling, voel mijn hart kloppen, mijn adem stromen; ik voel dat ik leef."

Deel dit artikel