Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kunen we opkomstplicht niet weer invoeren?

Home

JAMES KENNEDY

Tussen 1917 en 1951 was iedere kiesgerechtigde burger in Nederland verplicht zijn stem uit te brengen. Daarna werd de stemplicht omgezet in een opkomstplicht. En die werd op 19 februari 1970 afgeschaft, toen een ruime Kamermeerderheid besloot burgers niet langer te verplichten zich te melden bij het stemlokaal op verkiezingsdag.

Achteraf bleek dat besluit een daad van politieke kortzichtigheid. Tegen de verwachtingen in nam de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen dramatisch af, van 95 procent in 1966 naar 69 procent in 1970. Ook de opkomst bij waterschaps- en gemeenteraadsverkiezingen viel erg tegen. Alleen de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen bleef redelijk hoog.

De laatste decennia is de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen stabiel gebleven; ongeveer de helft van het electoraat komt opdagen. De lage opkomst is dus geen nieuw verschijnsel, maar doet nog steeds vragen rijzen. Hoe representatief zijn deze verkiezingen? Wordt de burger voldoende op zijn verantwoordelijkheden gewezen?

Toen het parlement aan het einde van de negentiende eeuw sprak over invoering van de stemplicht, werden er meerdere redenen aangedragen, waarvan sommige in deze tijd bevreemdend kunnen overkomen. Een Kamerlid pleitte bijvoorbeeld in 1892 voor invoering van de stemplicht om 'volksmenners' tegen te houden, die het electoraat konden kapen ten koste van het gematigde (en niet-stemmende) deel van de bevolking. Ook waren veel Kamerleden ervan overtuigd dat de staat niet goed kon functioneren als de 'volkswil' niet helder was. Bovendien werd gezegd dat 'die voortwoekerende onverschilligheid der kiezers' alleen een halt toegeroepen kon worden door invoering van de stemplicht. Nog heel herkenbaar is de mening dat de vertegenwoordigende lichamen alleen een afspiegeling kunnen zijn van de bevolking als bijna iedereen stemt.

De stem- en opkomstplicht bleef na invoering omstreden. Partijen die vóór waren hadden vaak een minder activistische achterban, zoals de KVP, de CHU en de liberale partijen. Partijen die pleitten voor afschaffing hadden minder moeite hun achterban te activeren, zoals de antirevolutionairen en de socialisten. Zij konden extra zetels winnen als andere kiezers thuis bleven. Orthodox-protestantse partijen hadden ook principiële redenen tegen de stemplicht; zij vonden dat gewetensbezwaarden - zoals vrouwen die van zichzelf of hun man niet mochten stemmen - daartoe niet gedwongen moesten worden.

Pas in de jaren zestig sloeg de stemming om bij bijna alle partijen. Politici benadrukten dat stemmen een recht was en geen plicht. Bovendien werden er geen straffen uitgedeeld als kiezers niet op kwamen dagen en bleek de wet dus tandeloos. Ook meenden zij dat de stemplicht de representativiteit van de volksvertegenwoordiging vertroebelde, omdat mensen die uit 'kregeligheid' of 'onverschilligheid' stemmen onbezonnen hun vertegenwoordigers kiezen. De commissie die pleitte voor afschaffing vond ook dat 'de volwassenheid van de kiesgerechtigden zo groot is geworden, dat het belang van verkiezingen ten volle wordt beseft. De kiezers van nu zijn mondige mensen, voor wie de opkomstplicht een anachronisme is geworden.'

'Volwassenheid' en 'mondigheid' zijn prachtige woorden uit die tijd, maar de inzakking van de opkomst suggereerde iets anders. De befaamde politicoloog Arend Lijphart opperde in de jaren negentig dat politici wellicht anders zouden hebben besloten als zij de gevolgen hadden voorzien. Maar wellicht waren zij sowieso niet bereid om de confrontatie aan te gaan met een bevolking die zich niet meer wilde laten aansturen. En daarnaast hoopten ze dat partijen als De Boerenpartij zetels zouden verliezen als de opkomstplicht werd afgeschaft.

Deze laatste overweging lijkt bij de afgelopen verkiezingen ook bewaarheid; de PVV had minder zetels dan de peilingen voorspelden en zou waarschijnlijk meer hebben gekregen als er een stemplicht was geweest. Dat neemt niet weg dat afschaffing ook heeft geleid tot erosie van het besef dat we allemaal verantwoordelijkheid dragen voor wat er in de politiek gebeurt. In landen als Australië - waar nog steeds een stemplicht geldt - is het draagvlak en de opkomst hoog. Hoewel het wellicht onbegonnen werk is zou ik wel willen pleiten voor herinvoering van de opkomstplicht.

Deel dit artikel